Honders, Elisabeth (1910-1943)

 
English | Nederlands

HONDERS, Elisabeth, ook bekend als Elisabeth Koot-Honders (geb. Maurik 21-2-1910 – gest. Auschwitz, Polen 8-3-1943), dienstbode, als Jehovah’s Getuige in Tweede Wereldoorlog vervolgd. Dochter van Jan Willem Honders (1886-1955), arbeider, en Elisabeth Flipse (1889-?). Elisabeth Honders trouwde op 30-10-1935 te Utrecht met Dirk Johannes Koot (1887-1962), grondwerker. Vóór dit huwelijk werd 1 zoon geboren.

Elisabeth Honders werd in 1910 als voorechtelijk kind geboren in het Gelderse Maurik. Haar ouders Jan Willem Honders en Elisabeth Flipse trouwden kort na haar geboorte. Uit het huwelijk werden nog vier jongens en twee meisjes geboren. Alleen Elisabeth en haar in 1912 geboren zus Roelofina Johanna zouden de volwassen leeftijd bereiken. Het gezin woonde in Lienden, een dorpje in de Betuwe. Vader Jan Willem werkte als arbeider. Wat hij precies deed, is niet bekend.

Jehovah’s Getuige

In 1928 vertrok de achttienjarige Elisabeth Honders naar de stad Utrecht om daar als dienstbode te gaan werken. Zij werkte er bij drie families, keerde voor korte tijd terug naar Lienden en woonde in 1935 opnieuw in Utrecht. Op 1 september 1935 beviel de inmiddels 25-jarige Elisabeth Honders, ongetrouwd en woonachtig op de Utrechtse Notebomenlaan (nr. 136), van een zoon: Willem Johannes, ook wel Joop of Joe genoemd. Niet lang daarna, op 30 oktober, trouwde zij met de 48-jarige Dirk Johannes Koot, die het kind echtte. Deze Utrechtse grondwerker was een gescheiden man en de buurman van haar ouders, die vanaf midden jaren dertig ook in Utrecht woonden. Utrecht bleef de woonplaats van het jonge gezin.

Elisabeth Koot-Honders was lid van de Jehovah’s Getuigen, een religie die als ‘Vereeniging van Bijbelvorschers’ al op 29 mei 1940 door de Duitse bezetter verboden werd. Of haar ouders en echtgenoot ook lid waren, is niet bekend. Haar man stond in ieder geval afwijzend tegenover het feit dat ze De Wachttoren rondbracht, een activiteit die vanaf 1940 illegaal was. Ook bezocht ze geïmproviseerde diensten, hoewel daar intensief op gecontroleerd werd. In de periode van mei tot augustus 1941 vonden in Noord- en Zuid-Holland al vele arrestaties in deze geloofsgemeenschap plaats.

Op 7 september 1941 was Koot-Honders aanwezig bij een doopplechtigheid bij de familie Geitenbeek in de Fruitstraat in Utrecht. De bijeenkomst bleek verraden en ten minste zeventien bezoekers, onder wie Koot-Honders, werden ter plekke gearresteerd. Diezelfde dag werden nog eens minstens 25 andere Jehovah’s Getuigen opgepakt. Net als veel van de circa vijfhonderd tijdens de oorlog in Nederland gearresteerde Jehovah’s Getuigen werd Koot-Honders overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen – het Oranjehotel. Op 27 oktober 1941 volgde deportatie naar concentratiekamp Ravensbrück, waar zij op 30 oktober als gevangene werd geregistreerd.

Auschwitz

Koot-Honders bleef haar geloofsovertuiging trouw. In de herfst van 1942 werd zij daarom met een aantal andere ‘extreme’ Jehovah’s Getuigen overgeplaatst naar concentratiekamp Auschwitz. Daar overleed zij op 8 maart 1943. Elisabeth Koot-Honders was een van de ruim driehonderd Nederlandse Jehovah’s Getuigen die werden overgebracht naar Duitse kampen; ongeveer honderddertig van hen zijn daar omgekomen als gevolg van ontberingen en ziekte of – in een aantal gevallen – gefusilleerd.

Literatuur

  • Tineke Piersma, Getrouw aan hun geloof, de vervolging van de Nederlandse Jehovah’s Getuigen in de Tweede Wereldoorlog (Diemen 2005).
  • Oorlogsslachtoffers West-Betuwe [URL www.oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl ; geraadpleegd 31-1-2017].

Illustratie

in bestelling

Auteur: Ingrid van der Vlis

laatst gewijzigd: 01/05/2017