Hoope, Aafje ten (1885-1974)

 
English | Nederlands

HOOPE, Aafje ten, vooral bekend als Aaf Bouber (geb. Hoorn, 17-10-1885 – gest. Amsterdam, 23-5-1974), actrice en filmster. Dochter van Cornelis ten Hoope (ca. 1850-?), edelsmid, en Antjen van der Woude (1852-?). Aafje ten Hoope trouwde op 17-10-1907 in Amsterdam met Herman Bouber (1885-1963), huis- en decorschilder, later acteur en toneelschrijver. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 2 zoons geboren.

Aafje ten Hoope werd geboren als dochter van een goud- en zilversmid in Hoorn. Ze was het vijfde kind in een gezin van zes. Haar vader wilde haar al vroeg inwijden in zijn vak, zodat ze later in diens sieradenwinkel zou kunnen staan. Hij liet haar lessen volgen, maar die riepen bij haar geen belangstelling voor de juweliersbranche op. In plaats daarvan leefde ze zich liever uit in het maken van balletpakjes en andere kostuums van papier, waarbij ze fantaseerde dat ze optrad in een van de rondtrekkende theaterrevues. Op haar veertiende meldde ze zich al aan om rolletjes te spelen bij het Hoornse amateurgezelschap Tavenu (Tot Aangenaam Verpozen en Nuttig Uitgaan). Ze wilde nooit iets anders dan toneelspelen en haar vader kon haar daar niet van weerhouden.

De Jantjes

Aafje ten Hoope bleek een natuurtalent: ze speelde even gemakkelijk in komedies als in tragedies. Al binnen enkele jaren was ze welkom in diverse theatergezelschappen. Verder maakte ze deel uit van ‘ambulante gezelschappen’, die hun emplooi vonden op kermissen, in circustenten en in cafézaaltjes. Zo werd de jonge actrice graag geëngageerd door toneeldirecteuren als Willem Hart en Johan Steenbergen. In 1902 stond ze als koorzangeres al in theater Carré.

Rond 1906 ontmoette Aafje ten Hoope de toenmalige huis- en decorschilder Herman Bouber, die in Amsterdam meespeelde in de amateurvereniging Inter Amicos. Ze trouwden in 1907 en namen hun intrek in de Eerste Tuindwarsstraat, midden in de Jordaan. De Boubers kregen vier kinderen, van wie alleen de jongste dochter Aafje (1923) later ook voor het theatervak zou kiezen. Vanaf het begin van hun huwelijk hield Aaf Bouber, zoals ze voortaan heette, er een drukke acteerpraktijk op na: zij regelde ook de eerste serieuze rol voor haar man. Toen Herman Bouber zelf toneelstukken ging schrijven, met toenemend succes, besloot het echtpaar een eigen gezelschap te beginnen voor dit nieuwe repertoire. Aaf Bouber werd vanzelfsprekend de eerste actrice. Ze hield van de herkenbare, levendige straattaal waarin haar echtgenoot excelleerde – compleet anders dan de slecht vertaalde boulevardstukken die doorgaans te zien waren. De eerste voorstellingen van ‘de Boubers’ werden enthousiast ontvangen en Aaf en Herman Bouber waren onafscheidelijk. Thuis vroeg hij haar soms een vers geschreven passage in haar eigen woorden na te vertellen. Meestal gebruikte hij daarna háár formuleringen, omdat die gewoonweg beter waren. Maar als ze repeteerden, hechtte Aaf eraan niet anders te worden behandeld dan haar collega’s. Herman Bouber sprak haar dan aan als ‘juffrouw Ten Hoope’. Toen zij tijdens een voorstelling eens haar tekst door een eigen vondst kluchtiger maakte dan hij goed achtte, voegde hij eraan toe: ‘We zijn hier niet in een circus’ (De Tooneelspiegel, februari 1938).

Speelfilms

Aaf Bouber was ook te zien in vooroorlogse speelfilms. Na vier zwijgende films speelde ze in dertien geluidsfilms, die toen nieuw waren. Het grootste succes had ze met de toneelstukken Bleeke Bet (1917) en De Jantjes (1921), die door de liedjes van Louis Davids (tekst) en diens vriendin Margie Morris (muziek) de eerste Nederlandse ‘musicals’ werden. Vooral door De Jantjes stroomden de revenuen binnen. Ondanks hun bescheiden aard werden de Boubers er ietwat overmoedig van. Na honderd voorstellingen in de Plantage Schouwburg bleek de publieke belangstelling zo groot dat er langdurig kon worden doorgespeeld. Dat bracht hen op het idee twee extra versies te ensceneren, waarvan er één op tournee ging en één neerstreek in de Circus Schouwburg in Rotterdam. Dat laatste pakte niet goed uit. Ze hadden zich in Rotterdam vastgelegd op een veel te hoge huur, terwijl het Rotterdamse publiek weinig affiniteit had met de Jordaan-sentimenten van het stuk. Na drie maanden moesten ze daar met De Jantjes stoppen. En de winsten uit Amsterdam waren intussen in een zwart gat verdwenen. Wel bleef De Jantjes decennialang het stuk waarop de Boubers konden terugvallen als een verliesgevende voorstelling moest worden gecompenseerd. Aaf Bouber, die aanvankelijk de op haar lijf geschreven rol van de kordate Blonde Greet vertolkte, stapte in 1938 over naar de rol van de komische straatzangeres Na Druppel.

Net als op het toneel waren Bleeke Bet en De Jantjes ook in de filmversie grote successen. Aaf Bouber werd in de meeste filmkritieken geprezen om de eenvoud in haar spel. Ze vertoonde een veelzijdigheid die doorgaans niet met haar werd geassocieerd: de dames uit betere kringen bleken haar even geloofwaardig af te gaan als de volksvrouwen die haar zo geliefd hadden gemaakt.

Laatste rol

Tijdens de Duitse bezetting bleven Aaf en Herman Bouber doorspelen, zo goed en zo kwaad als dat kon. Maar terugvallen op De Jantjes mocht niet meer: ‘Er zijn geen Hollandse matrozen meer’, werd hun van hogerhand te verstaan gegeven. De Boubers sloten zich aan bij de Kultuurkamer, naar eigen zeggen in de hoop daardoor hun zoon Jan uit Duitse handen te kunnen redden: deze was in 1943 gearresteerd als lid van een verzetsgroep. Ze waren zelfs bereid voorstellingen te verzorgen voor Duits-vriendelijke organisaties, maar een jaar na zijn arrestatie overleed hun zoon door uitputting in de Duitse strafgevangenis Lüttringhausen. Direct na de oorlog mocht Herman Bouber vanwege zijn medewerking aan de Duitsers drie maanden niet als toneelleider werken; Aaf Bouber bleef onbestraft omdat ze alleen als actrice te boek stond.

In de naoorlogse jaren hielden de Boubers hun gezelschap nog enkele jaren op de been door contracten te sluiten voor voorstellingen in kazernes en in de DUW-kampen voor dienstweigeraars. Daarna leek het afgelopen. Maar ze waren nog niet vergeten. Aaf en Herman Bouber werden in 1955 benoemd tot ereburgers van de gemeente Amsterdam en traden twee jaar later als acteurs in dienst bij toneelgroep Puck, een jongerengezelschap waar de twee beginnende zeventigers op handen werden gedragen. Als ze achterin de toneelspelersbus over vroeger vertelden, op weg naar een verre schouwburg, hingen de jeugdige acteurs aan hun lippen.

In 1960 waren Aaf en Herman Bouber beiden verbonden aan Toneelgroep Centrum. Toen haar man datzelfde jaar een hersenbloeding kreeg, zegde ze haar contract op om hem te kunnen verzorgen tot zijn overlijden, drie jaar later. Daarna werd ze niet meer gevraagd als actrice totdat zij op 85-jarige leeftijd haar laatste rol speelde in de televisiethriller Ritueel (VPRO 1970). Vier jaar later, op 23 mei 1974, overleed Aaf Bouber in haar woonplaats Amsterdam.

Betekenis

Toen Aaf Bouber in 1935 bij haar vijftigste verjaardag werd gehuldigd in de Stadsschouwburg in Amsterdam, schreef het Algemeen Handelsblad: ‘Men kan Aaf Bouber een der zuiverste en gevoeligste actrices van ons toneel noemen’. Zelf zei ze in diverse interviews dat ze het acteren buitengewoon serieus nam: ‘Voor mij is het toneel heilig en ik heb het lief’ (Tooneelspiegel, 15). Op de website die haar kleinzoon Bob Bouber aan zijn grootouders heeft gewijd, beschrijft hij hoe geërgerd Aaf Bouber kon reageren als een collega zich op het toneel niet hield aan de gemaakte afspraken. Hij noemt haar daarom ‘een furieuze vakfanaat’.

Naslagwerken

Coffeng.

Archivalia

Noord-Hollands Archief, Haarlem: BS geboorten, registratienummer 296, d.d. 19-10-1885.

Werk

Een overzicht van haar rollen in toneelstukken en films is te vinden op URL: http://www.bouber.nl/aaf.php, geraadpleegd 14-10-2015].

Literatuur

  • Tooneelspiegel februari 1938, 15.
  • De Telegraaf, 15-5-1970 [interview].
  • Henk van Gelder, ‘Van schildersknecht tot musicalschrijver’, Ons Amsterdam 4 (2013).
  • Website de Boubers, URL: http://bouber.nl/hermanenaaf.php, geraadpleegd 14-10-2015].

Illustratie

Aaf Bouber, door Godfried de Groot, ongedateerd (Collectie Theater in Nederland).

Auteur: Henk van Gelder

laatst gewijzigd: 10/04/2017