Hoornik, Clasina Maria (1850-1904)

 
English | Nederlands

HOORNIK, Clasina Maria (geb. Den Haag 22-2-1850 – gest. Rotterdam 22-11-1904), model en partner van Vincent van Gogh, naaister. Dochter van Pieter Hoornik (1823-1875), smid, spoorbeambte, en Maria Wilhelmina Pellers (1829-1910), dienstbode. Sien Hoornik (1) woonde 1882-1883 in Den Haag samen met Vincent Willem van Gogh (1853-1890), kunstenaar; (2) trouwde op 4-9-1901 in Rotterdam met Arnoldus Franciskus van Wijk (1860-1916), broodbakker. Uit onbekende relaties werden 2 dochters en 2 zoons geboren, van wie 1 dochter en 1 zoon stierven als zuigeling.

Sien (ook Christien) Hoornik werd geboren als oudste kind van tien – drie dochters, zeven zonen – in een arm katholiek gezin in Den Haag. Twee kinderen stierven jong. Siens vader noemde zich smid bij zijn huwelijk, maar werkte later onder meer als spoorbeambte, haar moeder was dienstbode. Sien zal enig onderwijs hebben gehad, want zij kon schrijven – zij het soms ‘haast onontcijferbaar en onzamenhangend’ (brief VvG 405). Over haar jeugd is verder niets bekend. Tussen 1874 en 1879 beviel Sien Hoornik van drie kinderen, maar van hen groeide alleen Maria Wilhelmina (1877) op. Bij de burgerlijke stand gaf Hoornik op naaister dan wel ‘zonder beroep’ te zijn; vaders van de kinderen noemde zij niet. De vader van Maria Wilhelmina zou vanwege zijn stand en zijn familie niet met Hoornik hebben willen trouwen, maar vermoedelijk onderhield hij haar wel. Hoornik belandde naar eigen zeggen in de prostitutie toen hij stierf.

Vincent van Gogh

In het najaar van 1881 raakte Sien Hoornik opnieuw zwanger. Niet lang daarna, waarschijnlijk in januari 1882, leerde zij in Den Haag de schilder Vincent van Gogh kennen. Zijn brieven zijn de belangrijkste informatiebron voor Hoorniks leven in de jaren 1882-1883. Zo beschreef Van Gogh in een brief aan zijn broer Theo haar toestand bij hun ontmoeting: ‘Verlaten door den man wiens kind zij in t’lijf droeg. Eene zwangere vrouw die in den winter op straat zwierf – haar brood moest verdienen, gij weet wel hoe’, en die ziek en hongerig was (brief VvG 224). Hoornik ging voor Van Gogh werken als model en hielp hem in het huishouden. Ook haar moeder, zusje en dochtertje poseerden voor hem. Ze woonde in die tijd bij haar moeder aan de Noordstraat en later aan het Slijkeinde. Hoornik en Van Gogh kregen een relatie en de schilder, gegrepen door het idee een ‘gevallen’ vrouw te redden, vatte het – nooit uitgevoerde – plan op haar te trouwen. Hoornik stemde daarmee in. Hoewel een leven met de armlastige Van Gogh geen vetpot betekende, zullen de relatieve zekerheid die hij haar kon bieden en de wederzijdse genegenheid die er klaarblijkelijk bestond, voor haar genoeg zijn geweest. Op 2 juli 1882 kwam Hoorniks zoon Willem ter wereld in een Leidse kraamkliniek.

Twee weken na de bevalling trok Sien Hoornik met Maria en Willem in bij Van Gogh in diens huis aan de Schenkweg in Den Haag. Er volgde een periode van klein huiselijk geluk, waarbij zowel Hoornik en haar kinderen als Van Gogh wel voeren. In het voorjaar van 1883 moet er een einde zijn gekomen aan deze min of meer harmonieuze situatie. Van Gogh signaleerde bij Sien onverschilligheid en gebrek aan activiteit. Ook kon ze humeurig en driftig zijn. Het lastige karakter van de schilder zelf en zijn financiële omstandigheden zullen eveneens hebben bijgedragen aan een verwijdering. Bovendien drong broer Theo, die Vincent financieel ondersteunde, aan op beëindiging van de relatie. Ook Hoorniks moeder en broer Carolus probeerden haar weg te krijgen bij Van Gogh. Zo zou haar moeder hebben gewild dat ze ‘als meid in een hoerenkast’ ging werken (brief VvG 381). Hoornik zelf zou hier echter niets voor hebben gevoeld. Volgens Vincent had ze gezegd: ‘Wat betreft ’t geen ik vroeger deed, ik denk er zelfs niet aan (…)’ (brief VvG 376).

Zwervend bestaan

De relatie hield geen stand: toen Van Gogh in september 1883 naar Drenthe vertrok, verhuisde Sien Hoornik met haar kinderen naar haar moeder in de Bagijnestraat, gelegen in de rosse buurt. Zij probeerde zich staande te houden als wasvrouw en tijdelijke hulp, maar toen Van Gogh haar in december van dat jaar zag, trof hij haar aan in grote ellende en met een verslechterde gezondheid. In de jaren die volgden verhuisde Sien Hoornik verschillende keren binnen Den Haag. Uiteindelijk liet zij Maria achter bij haar moeder en Willem bij haar broer Pieter, om in juli 1888 naar Delft te verhuizen. Rond 1890-1891 woonde Hoornik in Antwerpen, daarna weer in Den Haag. In 1895 vertrok ze naar Rotterdam en daarvandaan in 1900 voor een jaar naar Dordrecht. In de bevolkingsregisters staat zij meestal vermeld als dienstbode en naaister.

Sien Hoornik hield contact met haar kinderen, in ieder geval met Willem, die ze naar zijn zeggen heimelijk op school bezocht. Willem vertelde bovendien dat zij rond 1900 zou hebben gezegd dat Van Gogh zijn vader was. Van Goghs vaderschap is echter onwaarschijnlijk. Dit blijkt onder meer uit de nagelaten brieven. In september 1901 trouwde Sien Hoornik met de veel jongere Arnoldus van Wijk, op wiens adres aan de Verlaatstraat (nr. 30) in Rotterdam zij vanaf 1 juli van dat jaar stond ingeschreven – hijzelf woonde er vanaf 27 juni. Hij nam Maria en Willem als kinderen aan. Van Wijk, die in 1898-1899 wegens landloperij vier maanden in heropvoedingskolonie Veenhuizen verbleef, was volgens het Rotterdamse bevolkingsregister een broodbakker (werknemer) en later koopman in galanterieën, maar volgens Willem Hoornik een zeeman die driehonderd gulden zou hebben gekregen voor het huwelijk en de echting.

Op 22 november 1904 zou Sien Hoornik zich hebben verdronken in de haven van Rotterdam, een dood die zij jaren eerder, in 1883, zelf had voorspeld: ‘Het kan toch op niets anders uitkomen dan dat ik in ’t water spring’ (brief VvG 379).

Model en tragische figuur

In de tekeningen van Van Gogh verbeeldde Sien Hoornik vrouwentypen zoals de moeder, de treurende vrouw of de naaister, maar natuurlijk is hierin ook haar eigen persoon uitgetekend. Van Gogh beschreef haar eveneens in woorden: haar gezicht was pokdalig, haar figuur gracieus en door een keelziekte sprak ze ‘lelijk’. Haar slechte humeur en driftbuien kwamen volgens hem voort ‘uit een zenuwachtig gestel’ (brief VvG 225). Van boeken of kunst had zij geen verstand. In de literatuur over Vincent van Gogh is Hoornik vaak neergezet als een drankzuchtige en onhebbelijke vrouw van de straat. In de in 1963 verschenen roman van Theun de Vries, Ziet, een mens! – later uitgekomen onder de titel Vincent in Den Haag – is ze een onbetrouwbare, maar ook tragische, niet te redden figuur. Tegenwoordig wordt Sien Hoornik wel beschreven als de enige vrouw die Van Gogh ooit een gezinsleven heeft gegeven.

Archivalia

Archief Delft, Haags Gemeentearchief, Regionaal Archief Dordrecht, Erfgoed Leiden en Omstreken, Stadsarchief Rotterdam: Burgerlijke Stand en Bevolkingsregisters.

Literatuur

  • Margrit de Sablonière, ‘Sien’, De Tafelronde. Algemeen Cultureel Tijdschrift 2 (1955) nr. 8/9, 54-65.
  • Jan Hulsker, ‘Van Goghs dramatische jaren in Den Haag’, Maatstaf 6 (1958/1959) 401-423.
  • Jan Hulsker, ‘Had Vincent van Gogh een zoon Willem?’, NRC Handelsblad 7-7-1978.
  • Jan Hulsker, Lotgenoten. Het leven van Vincent en Theo van Gogh (Weesp 1985).
  • Jan Hulsker, Van Gogh in close-up (Amsterdam 1993).
  • Carol Zemel, Van Gogh’s Progress. Utopia, modernity, and late-nineteenth-century art (Berkeley 1997).
  • Leo Jansen, Hans Luijten en Nienke Bakker red., Vincent van Gogh – The Letters. (Amsterdam 2010) [URL: http://vangoghletters.org; geraadpleegd 15-11-2016] [hier afgekort als: brief VvG].
  • Steven Naifeh en Gregory White Smith, Van Gogh. The Life (New York 2011).
  • Ken Wilkie, The Van Gogh File. The myth and the man (New York 2012) 246-287.

Illustratie

Vincent van Gogh, Zittende vrouw [Sien], 1882 (Museum Kröller-Müller Otterlo).

Auteur: Marloes Huiskamp

laatst gewijzigd: 15/11/2016