Hootsen, Jannetje (1860-1919)

 
English | Nederlands

HOOTSEN, Jannetje, vooral bekend als Zwart Jannetje (geb. Veenendaal 9-3-1860 – gest. Veenendaal 2-12-1919), sekteleidster. Dochter van Dirk Hootsen (1815-1875), wolkammer en landbouwer, en Geertrui van Harn (1824-1903). Jannetje Hootsen had een relatie met Teunis Hoogendoorn (1860-1950), wolkammer en landbouwer. Deze relatie bleef kinderloos.

Jannetje Hootsen werd geboren als zevende van tien kinderen in een streng hervormd gezin. Vanwege haar ravenzwarte haar en donkere ogen kreeg ze de bijnaam ‘Zwart Jannetje’. Toen ze vijftien jaar oud was, stierf haar vader. Enkele jaren later bereidde ze zich met behulp van een bijlesleraar voor op het toelatingsexamen van de kweekschool, maar daarvoor zakte ze. In deze periode begon Jannetje, die de naam had zeer vroom te zijn, te vervreemden van de Nederlandse Hervormde Kerk van haar jeugd. Ze voelde zich aangetrokken tot een bevindelijke manier van geloven en las boeken van schrijvers uit de Nadere Reformatie, waaronder de Toetssteen van de ware en valse genade van Theodorus van der Groe.

Volgelingen

Huisvriend Tijmen van Dijk, een aanhanger van de afgezette predikant Ledeboer en door sommigen beschouwd als een profeet, introduceerde Jannetje Hootsen bij de ‘vrije gemeenten’ in de regio. Rond 1880 kreeg Hootsen net als Van Dijk visioenen, waarin ze onder meer zag dat ze ten strijde moest trekken tegen Abraham Kuyper, die de antichrist in eigen persoon zou zijn. Ze ging lezingen geven over wat zij begon te beschouwen als haar levenstaak: Gods volk bijeenbrengen in een eigen gemeenschap - los van de Nederlandse Hervormde Kerk, dat ‘instituut van de duivel’ (De Kluijver, 32). De lidmaten van de vrije gemeenten luisterden graag naar de jonge vrouw, die zich voortaan helemaal in het zwart kleedde. Ze ging de besloten bijeenkomsten voor in onder meer Polsbroek, Bleskensgraaf, Brandwijk en Schoonhoven. Rond 1884 had Jannetje Hootsen hier een hechte groep volgelingen opgebouwd - onder wie enkele familieleden. Ze isoleerden zich van de overige bevolking en hielden besloten godsdienstoefeningen die duurden tot laat op de avond en tot op straat waren te horen.

De bijeenkomsten concentreerden zich steeds meer rond de persoon van Hootsen. Haar volgelingen beschouwden haar als de personificatie van de Heilige Geest en duidden haar aan als de Vrouwe Christi (de Kluijver, 183-184). In 1898 lieten haar volgelingen voor haar een herenhuis bouwen aan de Boveneindse Grift in Veenendaal (nu: Prins Bernhardlaan). Het gerucht ging dat Jannetje Hootsen in dit huis het bed deelde met de jonge weduwnaar Teunis Hoogendoorn en dat ze daar in de zomer van 1898 was bevallen van een zoontje. De officier van Justitie van Arnhem deed hierover (naar aanleiding van een breder justitieel onderzoek naar religieuze sekten in de regio) navraag bij de burgemeesters van Ede en Polsbroek, maar die konden de juistheid van het gerucht niet bevestigen: de zuigeling was niet ingeschreven bij de burgerlijke stand en niemand had hem gezien. De burgemeester van Ede vermeldde nog wel de mogelijkheid dat een eventuele zoon ‘die te zijner tijd als een profeet of eenig ander grootwaardigheidsbekleder der secte moet opstaan (...) daarom nu achterbaks gehouden wordt’ (gecit. Ten Napel, 85).

Jannetjesgeloof’

Conservatieve boeren uit de omgeving van Polsbroek spraken over Zwart Jannetje en noemden haar volgelingen als sekte ‘Jannetjesgeloof’ – in de Albasserwaard, sprak men van ‘Antjesgeloof’. Vooral haar opvattingen over de bestrijding van besmettelijke veeziekten riep weerstanden op. Volgens Hootsen was het God die erover beschikte wie ziek wordt en wie niet. Bij een uitbraak van mond- en klauwzeer in 1894 en opnieuw in 1897 weigerden de hierdoor getroffen volgelingen van Jannetje aangifte te doen, ook niet toen het vee in beslag werd genomen en ze boetes kregen opgelegd. Ook wees zij inentingen en andere medische hulp af, omdat die tegen de goddelijke voorzienigheid zouden ingaan. Toen in Brandwijk een van haar volgelingen weigerde medische hulp in te roepen voor zijn doodzieke vrouw, leidde dat tot een oploop bij zijn boerderij: de politie moest de man beschermen tegen de woedende omstanders. Ook de weigering van Hootsen en haar volgelingen om te vlaggen bij de inhuldiging van Wilhelmina in 1898 wekte wrevel.

Na 1900 werd het rustiger rond Jannetje Hootsen. Haar aanhang vergrijsde en raakte door sterfgevallen uitgedund. In 1919 werd Hootsen ernstig ziek en op 2 december van dat jaar overleed zij op 59-jarige leeftijd in Veenendaal. Ze had de dag voor haar dood nog een arts laten komen.

Betekenis

De volgelingen van Hootsen schijnen nog enige tijd te hebben gehoopt dat zij, net als Jezus, op aarde zou terugkeren. Toen dat steeds onwaarschijnlijker werd, viel de groep langzamerhand uiteen. Nabestaanden van Hootsens volgelingen willen niets meer met het ‘Jannetjesgeloof’ te maken hebben. Materiaal dat Leendert de Kluijver ten behoeve van zijn boek Het Antjesgeloof (2000) nog had ingezien, bleek bij een tweede bezoek verdwenen – men zou het verbrand hebben. Momenteel werkt Hennie Henzen van de Historische Vereniging Oud Veenendaal aan nader onderzoek.

Naslagwerken

De Bie en Loosjes; BWG.

Literatuur

  • De Telegraaf, 12-12-1895.
  • De Telegraaf, 20-1-1896.
  • De Telegraaf, 5-7-1897.
  • J. Kuiper, Geschiedenis van het godsdienstig en kerkelijk leven van het Nederlandsche volk (Nijkerk 1903) 656.
  • C. Veltenaar, ‘De z.g. secte van Zwarte Jannetje’, Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis 16 (1921) 220-230.
  • Algemeen Handelsblad, 15-6-1921, 10.
  • De Nieuwe Tijd, 1-1-1921, 458-459.
  • De Tijd, 15-6-1921.
  • Nieuwe Rotterdamsche Courant, 15-6-1921.
  • Tjaard W.R. de Haan, Nederlandse volksverhalen. Herkomst en geschiedenis (Den Haag 1976) 179.
  • R. ten Napel, ‘Zwarte Jannetje, de bruid van Christus. Een onderzoek naar leven en werken van Jannetje Hootsen (1860-1919)’, Oud Veenendaal 7 (1992) nr. 3, 74-97.
  • Leendert H. de Kluijver, Het Antjesgeloof. Het merkwaardige gezelschap van Zwart Jannetje uit Veenendaal (Kampen 2000).
  • Wim Zaal, Gods onkruid. Nederlandse sekten en messiassen (Soesterberg 2004) 69-79.

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Suzanne Loohuis

laatst gewijzigd: 13/12/2016