Horsten, Jeane Margaretha (1893-1985)

 
English | Nederlands

HORSTEN, Jeane Margaretha (geb. Rotterdam 3-2-1893 – gest. Sliedrecht 12-3-1985), zangeres, cabaretière. Dochter van Cornelis Horsten (1858-?), blikslagersknecht, en Maria van der Lugt (1858-1936). Jeane Horsten trouwde op 31-3-1920 in Rotterdam met Hanrie Leopoldus Antonius Theunisse (1887-1956), tekstschrijver, componist, pianist. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Jeane (Jeanne) Horsten behoorde tot de jongsten van een elf kinderen tellend Rotterdams gezin. Op de lagere school bleek Jeanne een goede stem te hebben; op zangles moest zij steeds voorzingen en bij een schooluitvoering van een blijspel had ze een belangrijke rol. Het was de bedoeling dat Jeanne onderwijzeres zou worden, maar ze volgde haar hart en ging aan het toneel. Haar eerste engagement was bij Mischka Präger, die de leiding had over een Duitse operette. Jeanne mocht in het koor zingen, maar dat beviel haar matig. Daarnaast vormde zij korte tijd een zangduo met haar zus Maria (1886-?) die met haar man, de humorist Albert Bol, het populaire Hooi-duet opnam. Ook zus Emma (1896-1919) werd zangeres.

‘Meest gevierde Hollandse soubrette’

In 1908 maakte Jeanne Horsten haar debuut als liedjeszangeres in het variététheater. Met specialiteiten-gezelschappen bespeelde ze bekende theaters als Circus Variété en Casino Variété in Rotterdam, Scala in Den Haag, Flora in Amsterdam en Musis Sacrum in Arnhem. Ook zong ze tijdens kermissen en – als pauzenummer – in bioscopen. Rond 1912 maakte Jeanne Horsten haar eerste grammofoonplaat en in de jaren 1913-1914 speelde ze met het Rotterdamsch Operettegezelschap onder leiding van Nap de la Mar de operette Filmkoorts. In 1916 maakte Horsten deel uit van het gezelschap van de bekende humorist Maurice Dumas.

Jeanne Horsten trouwde in 1920 met Henri Theunisse, de weduwnaar van haar in het kraambed overleden zus Emma. In mei van dat jaar stond ze met een liedprogramma in het Theater Carré, het Amsterdamse cabaretmekka. Haar echtgenoot begeleidde haar vaak op piano en schreef en componeerde veel liedjes voor haar repertoire. Horsten werd aangekondigd als ‘meest gevierde Hollandse soubrette’, ‘stemmingszangeres’, ‘conferenciere’ en ‘cabaretière’. In 1926 en 1927 was Horsten als voordrachtkunstenares verbonden aan het Cabaret Pisuisse, in 1928 trad ze met Adolf Bouwmeester en Louis Noiret op als ‘De Optimisten’ en in de navolgende jaren vormde ze een duo met laatstgenoemde zanger, pianist, tekstschrijver en componist. Ze kwamen ook op de radio maar maakten vooral veel grammofoonplaten, onder de naam The Happy Duet.

Zangeres van duizend vrolijke liedjes

Eind jaren twintig begon Jeanne Horsten ook als ‘imitatrice’ van bekende zangers en zangeressen, acteurs en actrices. Met haar vrolijke liedjes bracht ze de aanwezigen zo in de stemming dat iedereen de refreinen van haar liedjes meezong. Ook in het moppentappen toonde zij zich een meesteres. Behalve in Nederland trad Horsten op in België, Oostenrijk en Duitsland, altijd begeleid door haar man. Ze verleenden onder meer hun medewerking aan liefdadigheidsvoorstellingen, feestavonden en optredens voor militairen. Rond 1930 maakte het stel ook regelmatig deel uit van het variétégezelschap Faveur. Voor een tournee door Nederland in 1931 werd Horsten in advertenties aangekondigd als ‘de zangeres van duizend vrolijke liedjes’. Tot haar succesnummers behoorden: ‘Jij zult altijd alles doen wat ik niet wil’, ‘Artiestenfeest’, ‘Geen nieuws van het westelijk front’, ‘Heb je het Fordje al gezien?’, ‘Ouwe zeerob laat je raaien’, ‘Bruiloftspotpourri’, parodieën op ‘Klein Vogellijn op groenen tak’, ‘Wat zou Den Haag zonder Scheveningen zijn?’, ‘M’n tante Alida’ en ‘Ik heb een huis met een tuintje gehuurd’.

In de eerste oorlogsjaren maakten Jeanne Horsten en haar man Henri Theunisse deel uit van Duo Hofmann’s Kleinkunst-Ensemble De Optimisten, dat verder bestond uit het Duo Hofmann – ook dochter Jeane Hofmann deed mee, als violiste en danseres. Hun afwisselend programma duurde drie uur en bestond uit schetsen, éénakters, muziek, zang en dans. Tevens werd de vrolijke cabaret-revue Het komt weer goed opgevoerd. Tot april 1943 zijn er optredens van Jeanne Horsten bekend, hoewel zij in een interview zei zich nooit te hebben aangemeld bij de Kultuurkamer en in de oorlog niet te hebben gewerkt, in tegenstelling tot haar man. ‘En na de oorlog, ja toen was de muziek heel anders geworden, toen kwam ik er niet meer aan te pas’ (column Klöters).

Na het overlijden van haar echtgenoot in 1956 sleet Jeanne Horsten haar laatste jaren in een bejaardentehuis in Sliedrecht. Op 12 maart 1985 overleed zij daar, in de ouderdom van 92 jaar.

Reputatie

Jeanne Horsten werkte zich op uit het café chantant milieu naar chique gelegenheden zoals Pschorr in Rotterdam en Mille Colonnes in Amsterdam. Ze was in Nederland de eerste artiest die haar publiek liet meezingen en kan daarom gezien worden als de uitvindster van het ‘meezingpubliek’. Haar man hielp haar aan het juiste repertoire. Haar beschaafde manier van zingen en spreken bezorgden haar lovende kritieken.

Naslagwerken

Honig; Theaterencyclopedie.

Archivalia

  • Theater Instituut Nederland, Bijzondere Collecties Universiteit van Amsterdam: personaliamap.
  • Stadsarchief Rotterdam (digitale stamboom): persoons- en familiegegevens.
  • Stadsarchief Amsterdam: archief- en gezinskaarten.

Werk

  • Twee solo-opnamen (ILCO; ca. 1912).
  • Twee solo-opnamen en een opname met Albert Bol, met pianobegeleiding door Henri Theunisse (Beka 1919).
  • In Studio Petty France in Londen maakte het duo Jeanne Horsten/Louis Noiret (periode 1929-1931) 83 opnamen, inclusief zes solo-opnamen van Horsten met orkestbegeleiding. Columbia bracht deze opnamen op grammofoonplaten uit.
  • Solo-opnamen en duetopnamen met Louis Noiret te beluisteren via URL https://www.youtube.com/; geraadpleegd 26-5-2017]. Zie ook Rinus Blijleven, Voorlopige discografie van Jeanne Horsten [niet gepubliceerd].

Literatuur

  • Haagsche Courant, 17-6-1927.
  • Eric Winter, ‘Jeanne Horsten’, Weekblad Cinema en Theater (1928) nr. 210.
  • ‘Jeanne Horsten’, De Kunst. Een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad 20, nr. 1041, 7-1-1928.
  • Jacques Klöters, ‘Aanzwengel’, De Weergever 7 (1985) nr. 3, 1-2.
  • Ben Poelman, ‘Geachte Heer Kapelmeester Henri Theunisse’, De Weergever 9 (1987) nr. 3, 116-120.
  • Column Jacques Klöters, 9-4-2015, op TheaterEncyclopedie.nl [URL http://theaterencyclopedie.nl/wiki/Column_Jacques_Kl%C3%B6ters_9_april_2015; geraadpleegd 26-5-2017].

Illustratie

Jeanne Horsten, door onbekende fotograaf, ongedateerd (collectie Ben Poelman).

Auteur: Martin Maas

laatst gewijzigd: 30/09/2017