Hortense Eugénie de Beauharnais (1783-1837)

HORTENSE Eugénie de BEAUHARNAIS (geb. Parijs 10-4-1783 – gest. villa Arenenberg bij Konstanz, Duitsland 5-10-1837), van 1806 tot 1810 koningin van Holland. Dochter van Alexandre François Marie burggraaf de Beauharnais (1760-1794), Frans generaal en volksvertegenwoordiger, en Marie Rose Josèphe Tascher de La Pagerie (1763-1814). Hortense de Beauharnais trouwde op 4-1-1802 in Parijs met Louis Bonaparte (1778-1846), kolonel van de dragonders, later ‘connétable’ (kroonveldheer) van het Franse Keizerrijk en van 1806 tot 1810 koning van Holland. Uit dit huwelijk, dat op 10-6-1815 uitliep op een scheiding van tafel en bed, werden 3 zoons geboren, van wie er 1 jong overleed. Uit haar latere relatie met Auguste Charles Joseph graaf de Flahaut de La Billarderie (1785-1870), Frans generaal en diplomaat, werd 1 zoon geboren.

Hortense de Beauharnais kende een weinig gelukkige jeugd. Haar ouders hadden een ronduit slecht huwelijk en leefden meestentijds gescheiden. Haar vader overleefde de Franse Revolutie niet: als falend bevelhebber én ‘aristocraat’ viel zijn hoofd in juli 1794 onder de guillotine. Voor zijn weduwe en twee kinderen – de elfjarige Hortense en haar twee jaar oudere broer Eugène – braken toen moeilijke tijden aan. Daarin kwam verandering toen haar moeder Joséphine de aandacht trok van de veelbelovende generaal Napoleon Bonaparte, met wie zij begin maart 1796 in het huwelijk trad. Hortense verbleef op dat moment in het pensionaat voor meisjes uit de betere standen in Saint-Germain bij Parijs. De vijf jaren die zij hier doorbracht – van 1795 tot 1800 – zou zij later de gelukkigste in haar leven noemen.

Nadat Napoleon in november 1799 door een staatsgreep in Frankrijk aan de macht was gekomen, veranderde Hortenses leven ingrijpend. Als stiefdochter van de Eerste Consul van de Republiek behoorde zij nu opeens tot de belangrijkste familie van het land. Met Napoleon had Hortense een bijzonder goede verstandhouding. Hij stond haar steeds met raad en daad terzijde en overlaadde haar met attenties. Geheel anders gedroegen zich de overige leden van de Bonaparteclan, die een diepe haat koesterden jegens Joséphine – de ‘indringster’ – en haar kinderen.

Een ongelukkig huwelijk

Intussen was Napoleons huwelijk nog steeds kinderloos, en omdat Joséphine moest vrezen dat het ontbreken van een erfgenaam tot echtscheiding zou leiden, zorgde zij ervoor dat haar echtgenoot instemde met het volgende plan. Haar dochter Hortense zou trouwen met haar zwager Louis Bonaparte, zodat Napoleon een zoon uit dit huwelijk als zijn troonopvolger kon adopteren. Een dergelijke – tweede – familiealliantie zou bovendien de vijandschap tussen de Bonapartes en de Beauharnais kunnen verminderen. Nadat Hortense en Louis hiermee tegenstribbelend hadden ingestemd, gaven de achttienjarige bruid en haar vijf jaar oudere bruidegom elkaar begin 1802 het jawoord.

Hortense merkte al snel dat Louis Bonaparte niet de gemakkelijkste man was om mee samen te leven. Psychische problemen en lichamelijke gebreken hadden hem gemaakt tot een in zichzelf gekeerde, vroegoude man, die onderhevig was aan sterke stemmingswisselingen. Tegenover de teruggetrokken Louis stond levenslustige Hortense. Zij was een vrouw die in ieder gezelschap de aandacht trok, niet zozeer door haar schoonheid als wel door haar verfijnde elegantie, meisjesachtige charme en speels-plagerige esprit. Zij genoot volop van het Parijse hof- en uitgaansleven, waarin ze door haar persoon en positie als vanzelf een van de stralende middelpunten was.

Toen Napoleon zichzelf in 1804 tot keizer kroonde, mochten ook zijn verwanten in dit nieuw verworven aanzien delen. Tot tevredenheid van Hortense werden Louis en zij prins en prinses. Minder ingenomen was zij over Napoleons verdere plannen met hen. Aangezien de Bataafse Republiek in de ogen van de Franse keizer als bondgenoot tekortschoot, besloot hij in 1806 het bestuur van deze vazalstaat toe te vertrouwen aan Louis, die hij aanstelde tot koning van Holland, en daarmee Hortense als zijn koningin.

Hoewel Louis deze troon allerminst ambieerde, aanvaardde hij die toch. Hortense was hierover diep ontsteld: ‘Men heeft mij bestemd voor Holland, een koninkrijk gehuld in mist, zonder zon en zonder enige poëzie, een koninkrijk van zwaarwichtige en zwaarlijvige burgemeesters’ (Turquan, 109). Bovenal vreesde zij het gedwongen samenzijn met haar echtgenoot. Hortense hoopte daarom in de praktijk vooral ‘koningin van Holland in Parijs’ te kunnen zijn (idem, 109). Haar smeekbeden om in Frankrijk te mogen blijven konden Napoleon echter niet vermurwen, en hij droeg haar op Louis te vergezellen.

Koningin van Holland

Op 18 juni 1806 kwamen koningin Hortense en koning Lodewijk Napoleon – zoals Louis voortaan officieel heette – met hun twee jonge zoontjes aan in Den Haag. De vooroordelen waarmee Hortense uit Frankrijk was vertrokken, had zij onderweg al gedeeltelijk moeten laten varen. Het groene, waterrijke landschap en het hartelijke onthaal van de bevolking hadden haar getroffen. Ook over de sfeer ten paleize was Hortense gematigd positief: tot haar hofdames had zij verscheidene vriendinnen uit haar kostschooljaren benoemd, met wie de 23-jarige koningin zich graag vermaakte. Verder musiceerde en aquarelleerde zij, bezocht bezienswaardigheden en maakte uitstapjes in de omgeving.

Het verblijf in Den Haag was evenwel van korte duur. Al na een maand vertrok het koninklijk paar naar Wiesbaden en Aken om er de geneeskrachtige baden te bezoeken. Daar gingen zij overigens ieder hun eigen weg. Amper terug in zijn koninkrijk kreeg Louis van Napoleon opdracht met een Hollands-Frans leger deel te nemen aan de inmiddels uitgebroken oorlog met Pruisen. De keizer droeg zijn broer bij die gelegenheid op Hortense met zich mee te nemen, zodat zij de in Mainz verblijvende Joséphine gezelschap kon houden. Aldus maakte de koningin, na welgeteld negen dagen in Den Haag, begin oktober 1806 opnieuw de lange reis naar het oosten. Ver weg van haar echtgenoot genoot zij met haar moeder en bevriende hofdames onbekommerd van haar herwonnen vrijheid, terwijl Louis – inmiddels teruggekeerd in Den Haag – steeds nadrukkelijker op haar overkomst uit Mainz aandrong. Pas eind januari 1807 gaf zij hieraan met de grootst mogelijke tegenzin gehoor.

Terug in Den Haag verslechterde de relatie tussen Hortense en Louis zienderogen. Steeds vaker kwam het tot felle woordenwisselingen, en ten slotte leefden zij in hetzelfde paleis zoveel mogelijk gescheiden. Enkele stuntelige en ontactische toenaderingspogingen van de koning liepen op niets uit. Hortense zag alleen Louis’ ziekelijke achterdocht en jaloezie die het leven aan het hof steeds verder insnoerden in een verstikkend protocol. In haar Mémoires noemde zij zichzelf ‘een gevangene in dat paleis’ (1, 276).

Aanvankelijk deed Hortense haar best haar taak als koningin naar vermogen te vervullen. Zij woonde officiële plechtigheden en festiviteiten bij, bezocht geregeld de lokale middenstand en kocht in Den Haag en Amsterdam voor aanzienlijke bedragen aan kostbare stoffen en sieraden. Het begin van populariteit dat hiervan het gevolg was, wekte evenwel de afgunst van de koning. Toen hij haar vervolgens op de achtergrond probeerde te dringen, verzette zij zich daar niet tegen. Het was voor Hortense een reden te meer zich met haar getrouwen en personeel in haar deel van het paleis af te zonderen.

Het enige wat Hortense en Louis nog verbond, waren hun twee kinderen. In de nacht van 4 op 5 mei 1807 moesten beide ouders echter machteloos toezien hoe hun oudste, vierenhalfjarige zoontje Napoléon-Charles als gevolg van kroep langzaam stikte in zijn bed. De koningin was ontroostbaar en zonk weg in apathie. Het leek haar omgeving daarom beter Hortense met haar jongste kind, Napoléon-Louis, naar haar moeder in Parijs te laten vertrekken. Dat zij daarmee ook haar echtgenoot moest verlaten zal zij op zijn minst als een geluk bij een ongeluk hebben beschouwd.

Koningin in Parijs

In augustus 1807 zagen Hortense en haar echtgenoot – die eveneens zwaar was aangeslagen door de dood van zijn zoontje en in Frankrijk herstel zocht – elkaar terug in een kuuroord in de Pyreneeën. Daar leek het tot een toenadering te komen, zelfs in die mate dat Hortense opnieuw zwanger raakte. Maar na aankomst in Parijs staken de irritaties en meningsverschillen weldra weer de kop op en weigerde Hortense met Louis terug te gaan naar Holland. Ten slotte wist Joséphine Napoleon te overreden dat Hortense in Parijs zou mogen bevallen. De huwelijksbreuk was nu volkomen. Noch bij de geboorte van hun derde zoon Louis-Napoléon – de latere keizer Napoleon III – op 20 april 1808 noch bij de doopplechtigheid anderhalve maand later wenste de vader aanwezig te zijn.

Eindelijk had Hortense haar doel bereikt: zij was koningin van Holland in Parijs. Met haar titel nam zij een vooraanstaande plaats in aan het keizerlijk hof, en zij genoot van wat de Franse hoofdstad op het gebied van kunst en vermaak te bieden had. Het is daarom niet verwonderlijk dat Holland in Hortenses gedachten spoedig naar de achtergrond verdween. Al met al zou de koningin drie jaar in Frankrijk blijven. Louis drong niet meer op haar terugkeer aan, omdat hij zijn huwelijk als definitief beëindigd beschouwde. Verzoeken van beiden om een echtscheiding werden evenwel door de keizer afgewezen.

In 1810 kwam aan Hortenses zorgeloze bestaan in Parijs een einde. Napoleon – inmiddels zelf wel gescheiden van Joséphine – was in april van dat jaar in het huwelijk getreden met de Oostenrijkse aartshertogin Marie-Louise van Habsburg. Hij vond het vanaf dat moment beter dat de dochter van zijn ex-echtgenote niet langer prominent aan het hof in Parijs verbleef en dwong haar zich weer bij Louis in Holland te voegen. Zodoende keerde Hortense op 14 april 1810 terug in ‘haar’ koninkrijk. In het Koninklijk Paleis in Amsterdam werd echter onmiddellijk duidelijk welke positie zij naast de koning zou innemen. Alleen naar buiten toe moesten zij als koninklijk paar optreden, binnenskamers wenste Louis hun samenzijn tot het absolute minimum te beperken.

Eenzaam en doodongelukkig sleet Hortense haar dagen in Amsterdam, totdat haar doktoren besloten ‘verandering van lucht’ voor te schrijven. Uiteindelijk stond Louis haar toe in Frankrijk te gaan kuren. Zo kon zij tot haar grote opluchting op 1 juni 1810 Holland verlaten. ‘Naarmate ik dichter bij de Franse grens kwam, voelde ik mij herboren worden’, zou zij later in haar Mémoires noteren (2, 82). Een maand later vernam Hortense in haar Franse kuuroord dat Louis geheel onverwachts troonsafstand had gedaan en zijn koninkrijk halsoverkop had verlaten. Voor haar was daarmee ‘de Hollandse nachtmerrie’ ten einde.

Ballingschap

Aangezien Napoleon in 1810 niet verlangde dat Hortense zich bij haar in ongenade gevallen echtgenoot zou voegen, kon zij in Parijs haar oude leefwijze hervatten. De inlijving van Louis’ koninkrijk bij Frankrijk belette haar weliswaar aan het hof nog langer de titel ‘Reine de Hollande’ te voeren, maar de keizer stond haar wel toe zich voortaan officieel ‘La Reine Hortense’ te laten noemen. Onder deze nieuwe omstandigheden kon zij eindelijk toegeven aan de gevoelens die zij al sinds 1804 heimelijk koesterde voor de stafofficier Auguste graaf de Flahaut. Op 21 oktober 1811 werd uit deze romance in het diepste geheim een zoon, Charles, geboren, die later bekend zou worden als de hertog van Morny.

Na Napoleons nederlaag bij Waterloo in juni 1815 was Hortense gedwongen Frankrijk te verlaten. Na vele omzwervingen vestigde de ballinge zich met haar zoon Louis-Napoléon, in 1817 in Zwitserland, in de villa Arenenberg aan het Meer van Konstanz. Van daaruit maakte Hortense vele reizen, vooral naar Italië, waar haar tweede zoon, Napoléon-Louis, bij zijn vader verbleef. Haar zoons waren Hortenses oogappels, en zij was dan ook vol zorg over hun deelname in 1831 aan de – bloedig neergeslagen – opstand van de Italianen tegen hun Oostenrijkse overheersers, waarbij inderdaad Napoléon-Louis het leven liet. Diezelfde bezorgdheid toonde zij opnieuw in 1836 toen Louis-Napoléon een jammerlijk mislukte machtsgreep ondernam in Frankrijk. Het jaar daarop overleed Hortense op 54-jarige leeftijd in Arenenberg aan baarmoederhalskanker. Zodoende beleefde zij niet meer dat haar enig overgebleven zoon ten slotte toch nog de macht in Frankrijk in handen kreeg: eerst in 1848 als president van de Tweede Franse Republiek, en daarna in 1851 – na een staatsgreep waarbij zijn halfbroer, de hertog van Morny, hem trouw terzijde stond – als keizer Napoleon III.

Reputatie

Formeel gezien was Hortense de Beauharnais de eerste koningin van Nederland. Dat dit feit maar al te vaak wordt vergeten, kan niet alleen worden toegeschreven aan de dominante orangistische geschiedvisie op de wording van de nationale monarchie, die voor de Franse wortels daarvan geen plaats wenst in te ruimen. Ook Hortense zelf is hieraan debet. Terwijl in Louis’ leven het vierjarig koningschap een centrale plaats innam, was ‘Holland’ voor zijn echtgenote niet meer dan een onaangename, zeer kortstondige episode. In tegenstelling tot de koning heeft Hortense in ons land geen enkele rol gespeeld en geen sporen nagelaten, zeker niet in de harten van haar onderdanen. Haar verblijf hier, dat vooral door haar onwil en onvermogen samen te leven met haar echtgenoot nauwelijks zesenhalve maand duurde, bleef nagenoeg onopgemerkt.

Archivalia

Een overzicht van de belangrijkste ‘sources manuscrites’ betreffende Hortense de Beauharnais is te vinden in de hierna onder ‘Literatuur’ genoemde biografie van Wagener (1992), 537-538.

Publicaties

  • Livre d’art de la reine Hortense. Une visite Augsbourg, esquisse biographique, lettres, dessins et musique (Parijs ca. 1831).
  • Mémoires de la reine Hortense [1817-1820], Jean Hanoteau ed., 3 delen (Parijs 1927-1930) [in de delen 1 en 2 zijn opgenomen: ‘Lettres inédites de l’empereur Napoléon I à la reine Hortense’, 1796-1815].
  • Les Beauharnais et l’Empereur. Lettres de l’Impératrice Joséphine et de la reine Hortense au prince Eugène, Jean Hanoteau ed. (Parijs z.j. [1936]).

Literatuur

  • Joseph Turquan, La reine Hortense, d’après les témoignages des contemporains (Parijs 1896).
  • Frédéric Masson, Napoléon et sa famille, 13 delen (Parijs 1897-1919) [vooral de delen 4 en 5].
  • Ida A. Taylor, Queen Hortense and her friends, 1783-1837, 2 delen (Londen 1907).
  • Constance Wright, Daughter to Napoleon. A biography of Hortense, queen of Holland (Londen 1962).
  • T. Spaans-van der Bijl, Lodewijk Napoleon, koning van Holland. Vredesvorst in een tijd van geweld (Zaltbommel 1967).
  • Françoise de Bernardy, La reine Hortense (1783-1837) (Parijs 1968).
  • Françoise Wagener, La reine Hortense (Parijs 1992) [met enkele belangrijke documenten in de bijlagen].
  • Bernard Chevallier, La reine Hortense. Une femme artiste. Tentoonstellingscatalogus Musée nationale du Château de Fontainebleau (Parijs 1993).
  • A.J.C.M. Gabriëls, ‘Reine de Hollande. Hortense de Beauharnais, de eerste koningin van Holland (1806-1810)’, Spiegel Historiael 40 (2005) 322-327.
  • Thera Coppens, Hortense. De vergeten koningin van Holland (Amsterdam 2006).

Illustratie

Staatsieportret Hortense de Beauharnais als koningin van Holland, door François Gérard, 1807 (Réunion des Musées Nationaux, Parijs).

Auteur: A.J.C.M. Gabriëls

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 606

laatst gewijzigd: 13/01/2014