Hoving, Ietje Willemina (1952-2002)

 
English | Nederlands

HOVING, Ietje Willemina, ook bekend onder het pseudoniem Amber Gardeniers en vooral bekend als Ietje Liebeek-Hoving (geb. Groningen 30-10-1952 – gest. Zwolle 31-10-2002), dichteres en schrijfster van familie- en streekromans. Dochter van Bôke Harmen Hoving (1923-2009), leraar, en Harmina Wilkina Viel (1923-1982). Ietje Hoving trouwde op 3-10-1974 in De Bilt met Arie Liebeek (geb. 1951) marketeer en coach. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 3 zoons geboren.

Ietje Hoving groeide op als middelste van drie dochters in een protestants-christelijk leraarsgezin in Eelde. Het was een warm nest waar veel werd gelezen. Ietjes ouders stimuleerden haar om verhaaltjes en gedichtjes te schrijven. Op haar twaalfde verzon ze een verhaal dat jaren later als het jeugdboek Josje van Santen (1995) zou verschijnen. Ietje ging naar de hbs-A in Groningen, waar ze daarna Nederlands studeerde aan de universiteit. In die tijd woonde ze op kamers aan de Spilsluizen in hartje centrum.

Na het behalen van haar mo-akte (1974), trouwde Ietje Hoving met haar jeugdliefde Arie Liebeek. Ze gingen wonen aan de Luynhorst (nr. 842) in Ede. Tot de geboorte van hun eerste kind (Harmieke, 1976), werkte Liebeek-Hoving in een bibliotheek en – als lerares Nederlands – op het streeklyceum in Harderwijk. Een jaar later werd zoon Peter (1977) geboren. Eind 1977 vestigde het gezin zich op de Meeuwenlaan (nr. 72) in Enkhuizen en werden nog twee zoons geboren: Bob (1982) en Chris (1985). Liebeek-Hoving zorgde voor het gezin en gaf enkele jaren Nederlands aan een middelbare school (mavo). Ze was actief in de kerk, waar ze ook orgel speelde.

Dichteres

De dood van haar moeder in 1982 ervoer Ietje Liebeek-Hoving als het definitieve einde van haar gelukkige jeugd. Ze kreeg in die tijd steeds meer last van depressies en migraine. Al eerder schreef ze af en toe poëzie, maar nu bleek het dichten een belangrijke uitlaatklep. ‘Het was net of er een ader opensprong’, zei ze hierover later (Dichteres.nl). Op aanraden van een vriendin sloot ze zich aan bij Schrijvenderwijs, een in 1982 opgerichte vereniging voor protestants-christelijke auteurs. Hun spreekbuis, het christelijk-literaire tijdschrift Woordwerk, was – naast een aantal kerkbladen – Liebeek-Hovings eerste podium voor haar gedichten, met thema’s als een mooie jeugd, een lieve moeder en geborgenheid in Christus.

Vanaf 1986 had Ietje Liebeek-Hoving in het christelijke jongerenblad Kivive een eigen poëzierubriek – ze besprak er tientallen gedichten. Ook trad ze op in het EO-programma Vrouw zijn en op manifestaties als het Poëzieconcert in De Musketon in Utrecht (1986), het Flevofestival en de Vrouwenbondsdag in Dordrecht (1987). Dat laatste optreden viel bij uitgeverij Vijlbrief in Haarlem zo in de smaak dat ze daar nog hetzelfde jaar debuteerde met de dichtbundel Dat er een morgen is – een ‘literaire belofte’, aldus Hans Werkman (Nederlands Dagblad, 7-1-1991). Eerder dat jaar was haar werk al in het literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort en in de Vlaamse bloemlezing Bekijk het maar verschenen, waarin ze een prominente plek kreeg dankzij het behalen van de vierde prijs in een poëziewedstrijd.

Familieromans

In 1988 verhuisde het gezin naar Zwolle. Hierna namen de gezondheidsklachten van Ietje Liebeek-Hoving toe: een ernstige vorm van de ziekte van Méniere werd niet direct onderkend, waardoor ze in 1992 een half jaar in een psychiatrische inrichting belandde. Ondanks haar broze gezondheid groeide Ietje Liebeek-Hoving uit tot een succesvol schrijfster van familie- en streekromans in – onder andere – de VCL [Vereniging voor Christelijke Literatuur]-serie van uitgeverij Kok in Kampen en de Spiegelserie. In de VCL-serie debuteerde ze in 1989 met Het andere kind, dat ze op verzoek van haar uitgever in minder dan een jaar had geschreven. Haar debuut was ‘een vlot geschreven en eigentijds boek’ over de worsteling van hoofdpersoon Lori Melchers met geloof en leven, waarbij het christelijke meer was dan een sausje, aldus een recensent (Nederlands Dagblad, 7-10-1989).

Tussen 1989 en 2002 schreef Liebeek-Hoving bijna dertig romans. Vaak figureerden dezelfde families in haar boeken, en zo konden die ook als omnibus verschijnen. De geloofsbeleving van de personages stond centraal, maar Liebeek-Hoving ging actuele en controversiële thema’s als verkrachting, buitenechtelijke relaties, drankmisbruik en homoseksualiteit niet uit de weg: ze was vóór openheid en tegen hypocrisie in de kerk en wilde graag een breed – en niet per se christelijk – publiek bereiken. Als neerlandica wilde ze bovendien het clichématige van het genre van de familieroman vermijden. Ze stelde hoge eisen aan opbouw, verhaallijn, karakters en stijl, en streefde naar niet al te voor de hand liggende plots. ‘Ik moet veel literatuur lezen om lectuur te kunnen schrijven’ (Nederlands Dagblad, 7-9-1994), zei ze over haar werkwijze.

In de jaren negentig publiceerde Liebeek-Hoving nog twee dichtbundels. Om haar angst, woede en opstandigheid over haar ziekte – ook tegenover God – van zich af te schrijven, publiceerde ze onder het pseudoniem Amber Gardeniers twee egodocumenten: Wees blij…(geen) leven met een onzichtbare ziekte (1992) en Kerstbomen in de hel. Achter de schermen van de psychiatrie (1995). Ze wilde anderen én zichzelf moed inspreken, ‘want meer nog dan het gevecht vrees ik de put’, zei ze in een interview (Nederlands Dagblad, 7-9-1994).

Ondanks haar plezier in het schrijven en een gezin dat haar steunde, kregen haar gezondheidsklachten, zowel lichamelijk als geestelijk, steeds meer de overhand. Na een suïcidepoging leefde ze nog ruim vier weken, maar op 31 oktober 2002 overleed ze in een ziekenhuis in Zwolle alsnog aan haar verwondingen – een dag na haar vijftigste verjaardag.

Reputatie

Het werk van Ietje Liebeek-Hoving werd en wordt vooral gelezen in christelijke kringen. In totaal werden er van haar boeken rond de tweehonderdduizend exemplaren verkocht. Zeker in het begin rekenden meerdere critici haar goed gedocumenteerde romans met vlot geschreven passages en dialogen tot de betere in het genre, al vond men de literaire uitwerking van de vaak complexe thematiek te hoog gegrepen (Nederlands Dagblad, 26-10-1991 en 12-5-1992). Zelf noemde Ietje Liebeek-Hoving haar werk ‘ontspanningslectuur met een meerwaarde’, die recht moest doen aan de werkelijkheid, waarin mensen als zijzelf ‘liefhebben maar ook twijfelen en soms zelfs vloeken’ (Nederlands Dagblad, 7-9-1994). Op de website Dichteres.nl, een initiatief van haar zus Gerda Herewijer-Hoving, wordt de herinnering aan Ietje Liebeek-Hoving levend gehouden.

Publicaties

Een complete bibliografie is te vinden op de website van Gerda Herewijer-Hoving [URL http://www.dichteres.nl; geraadpleegd 16-2-2017]. Een selectie:

  • Dat er een morgen is (Haarlem 1987) [gedichten].
  • Het andere kind (Kampen 1989) [roman].
  • Het licht op je hand (Haarlem 1990) [gedichten].
  • Dat gevoel van thuis (Kampen 1990) [roman].
  • Sanne Jorna. De keuze (Kampen 1991) [roman].
  • [als Amber Gardeniers], Wees blij…(geen) leven met een onzichtbare ziekte (Kampen 1992).
  • Josje van Santen (Kampen 1995) [kinderboek].
  • De nacht tot dag verklaard (Kampen 1995) [gedichten].
  •  [als Amber Gardeniers], Kerstbomen in de hel. Achter de schermen van de psychiatrie (Kampen 1995).

Literatuur

Afgezien van recensies in het Nederlands Dagblad, 7-10-1989, 7-1-1991, 26-3-1991, 26-10-1991, 12-5-1992:

  • Ton Luiting en Albert Middendorp red., Bekijk het maar. Thematische verzenbundel over beeldende kunst (Hilversum 1987).
  • Bert Hofman en Evert Kuijt red., Morgenlicht. Verhalen en gedichten rondom Goede Vrijdag en Pasen (Leiden 1991) [hierin het verhaal ‘De laatste eik’].
  • Egbert Hofman red., Schrijvend op weg. Verhalen, gedichten, liederen en essays in christelijk perspectief (Leiden 1992).
  • Wim Houtman, ‘Ik moet wel veel literatuur lezen om lectuur te kunnen schrijven’ [interview], Nederlands Dagblad, 7-9-1994.
  • Zie ook URL http://www.dichteres.nl [geraadpleegd 16-2-2017].

Illustratie

Ietje Hoving, door Hanneke van Lunteren, ca. 2000. [in bestelling]

Auteur: Marie-Cécile van Hintum

 

laatst gewijzigd: 08/06/2017