Hull, Carolyn Kellog (1891-1985)

 
English | Nederlands

HULL, Carolyn Kellogg (geb. Pittsfield MA, VS 19-9-1891 – gest. Amsterdam, 25-11-1985), medeoprichtster van de American Women’s Club of Amsterdam. Dochter van James Wells Hull (1842-1911), directeur van een verzekeringsmaatschappij, en Helen Edwards Plunkett (1851 – 1923). Carolyn Hull trouwde op 23-8-1913 in Pittsfield met Willem Cornelis Korthals Altes (1883-1964), ingenieur en ondernemer. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 3 zoons geboren.

Carolyn Hull werd geboren in het industriestadje Pittsfield in de Amerikaanse Berkshires (New England), als jongste in een gezin van vijf. Haar vader was president van de Berkshire Life Insurance Company. Ze groeide op in een ondernemersmilieu waarin kinderen werden zelfstandigheid werd gestimuleerd. Voorbeeld was haar grootmoeder van moeders zijde, Harriette Plunkett-Hodge, die oprichtster was het eerste regionale armenziekenhuis en die in 1884 een adviesboek publiceerde over huiselijke hygiëne. Carolyn leerde haar echtgenoot Wim Korthals Altes kennen toen deze als ingenieur werkzaam was voor General Electric Company (GE) in Schenectady NY.

Van 1917 tot 1920 woonde het echtpaar in Nederlands-Indië, waar Carolyns man als Nederlandse ingenieur in dienst van GE naartoe was uitgezonden. Vervolgens vestigden zij zich in Amsterdam, waar Wim via zijn oom firmant werd van Mijnssen & Co, een gerenommeerd elektrisch installatiebedrijf. Ook werd hij vertegenwoordiger van GE in Nederland. In Nederland besloot Carolyn ‘to be a good Dutch woman’, hetgeen in haar ogen betekende: ervoor zorgen dat haar echtgenoot volop kon functioneren als ondernemer. Voorts dat zij beiden hun bijdrage leverden aan het sociale leven van de gegoede Amsterdamse burgerij waarin zij terechtgekomen was. Uitgebreide beschrijvingen hiervan zijn terug te vinden in haar correspondentie uit die periode met haar Amerikaanse familieleden.

Eind jaren twintig richtte Carolyn samen met enkele andere Amerikaanse vrouwen in Amsterdam een sociaal-culturele vereniging op die een platform moest bieden voor Amerikaanse vrouwen in Amsterdam en omgeving: de American Women’s Club of Amsterdam (AWCA). Hierna ontstonden vergelijkbare verenigingen in andere Europese steden. Tijdens de Duitse bezetting bood de AWCA onder meer steun aan joodse leden en hun gezinnen. Direct na de bezetting kreeg de Club kledingpakketten uit Amerika, die maakten dat Carolyn en haar medeleden gedurende enkele jaren een bijzondere rol konden spelen bij de distributie van tweedehands kleding ten behoeve van de Amsterdamse bevolking. In diezelfde tijd werd haar echtgenoot voorzitter van het Nederland-Amerika instituut en werkte hij in die functie mee aan de ontwikkeling van het Nederlands-Amerikaanse Fulbright Scholarship programma.

In 1964 stierf Wim Korthals Altes. Carolyn Hull overleefde hem ruim twintig jaar en bleef haar verdere leven actief onder de Amsterdamse Amerikaanse vrouwen. Begin jaren vijftig schreef zij een ‘Summary of Dutch history’, als hulpmiddel bij hun kennismaking met Nederland. Op hoge leeftijd publiceerde ze haar herinneringen, inclusief anekdotes van haar Amerikaanse voorouders, in het bulletin (Tulip Talk) van de AWCA. Op 25 november 1985 stierf ze na een kort ziekbed.

De correspondentie en publicaties van Carolyn Hull bieden een boeiende inkijk in het dagelijks leven en de ideeën van een Amerikaanse in de Nederlandse samenleving. Van haar vijf kinderen zijn er drie geëmigreerd naar Amerika. 

Literatuur

Peter-Paul de Baar, ‘Heartbreaking conditions in Holland – Hoe de Amerikaanse vrouwenclub naoorlogs Amsterdam weer aankleedde’, Ons Amsterdam 59 (2007) 198-200.

Theo E. Korthals Altes, Liberty and progress – A Dutch-American biography of the 20th century (z.pl. 2012).

Illustratie

Portretfoto (1946)

Auteur: Theo E. Korthals Altes

laatst gewijzigd: 13/01/2014