IJperen, Pieternella Cornelia van van (1930-2011)

 
English | Nederlands

IJPEREN, Pieternella Cornelia van, vooral bekend onder het pseudoniem Ellen Warmond (geb. Rotterdam 23-9-1930 – gest. Kijkduin 28-6-2011), dichteres en prozaschrijfster. Dochter van Arie van IJperen (1891-1946), vertegenwoordiger in meubelen, en Johanna van den Berg (1895-1987). Ellen Warmond bleef ongehuwd.

Pieternella (Ellen) van Yperen groeide op als de jongste in een Rotterdams middenstandsgezin met vier kinderen. Haar vader was vertegenwoordiger in meubelen. Als negenjarige maakte Ellen het bombardement op Rotterdam mee, wat een onuitwisbare indruk op haar maakte: glasscherven en vlammen zouden in haar literaire werk terugkerende thema’s worden. Ellen ging naar de hbs in de Hofstedestraat en volgde vanaf haar dertiende balletlessen – ze wilde ballerina worden. In 1946 behaalde ze haar hbs-a diploma en na een balletopleiding bij choreografe Netty van der Valk en een vakantiecursus in Parijs bij de bekende Olga Préobrajenska danste ze onbezoldigd enkele jaren bij het Rotterdams Ballet Ensemble. De kost verdiende ze als secretaresse op een handelskantoor, maar die combinatie bleek te zwaar en tot haar teleurstelling moest ze haar danscarrière in 1952 staken.

Ellen Warmond

Al vanaf haar schooltijd schreef Ellen van Yperen versjes en gedichten en las ze graag het werk van Gerrit Achterberg, die ze bewonderde om zijn taalmagie. Omdat haar collega’s op kantoor poëzie maar een rare bezigheid vonden, nam ze het pseudoniem ‘Ellen Warmond’ aan. In 1952 won ze de tweede prijs in de VARA-prijsvraag voor jong talent en met hulp van Anna Blaman, die haar poëzie las, debuteerde ze in 1953 met drie gedichten in het eerste nummer van het literaire tijdschrift Maatstaf. Haar debuutbundel Proeftuin (1953), die opviel door het oorspronkelijke taalgebruik, leverde Warmond meteen de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs op, die ze moest delen met Remco Campert. Ze kreeg een plek in Nieuwe griffels, schone leien (1954), een bloemlezing met Nederlandse avant-gardistische poëzie, samengesteld door Paul Rodenko, die Warmond ‘een van onze belangrijkste moderne dichteressen’ noemde (gecit. Van de Kamp, 203).

In 1955 trad Ellen Warmond als assistente van conservator Gerrit Borgers in dienst van het Letterkundig Museum in Den Haag, in de Juffrouw Idastraat. Naast haar baan werkte Warmond aan een oeuvre van uiteindelijk ruim twintig dichtbundels, een roman en twee verhalenbundels. Vaak sprak er uit haar gedichten een pessimistisch wereldbeeld existentiële angst en gevoelens van verlatenheid en vervreemding waren haar belangrijkste thema’s. Ze publiceerde poëzie en verhalen in Maatstaf, De Nieuwe Stem, schreef columns voor Het Vrije Volk en Het Parool en werkte mee aan de rubriek ‘Vrij spel’ in Vrij Nederland. Voor de Haagsche Courant besprak ze gedichten, die later gebundeld werden in Voorkeur Willekeur (1972) en vanaf 1960 zat ze in de redactie van Gard-Sivik – met tegenzin: als soliste hechtte de openlijk homoseksuele Warmond sterk aan vrijheid en had ze een grondige hekel aan ‘literaire bruiloften en partijen’ (NRC Handelsblad, 10-8-1979). ‘Andere schrijvers staan in mijn boekenkast’, zei ze eens over die aversie tegen het literaire circuit (Opzij, 1987).

Non-conformisme

In 1961 werd Ellen Warmond voor de bundel Warmte, een woonplaats (1961), haar minst pessimistische en best verkochte bundel, bekroond met de poëzieprijs van de Jan Campert-Stichting. In hetzelfde jaar debuteerde ze ook als romanschrijfster met Paspoort voor niemandsland (1961), een ernstige, existentialistische roman, waarin de hoofdpersoon zijn leven tevergeefs vrij en autonoom wil vormgeven, een geslaagde ‘evocatie van eenzaamheid’, aldus Renate Rubinstein (Kritisch Lexicon, 6). Het bleef haar enige roman. Wel publiceerde ze twee verhalenbundels: Eeuwig duurt het langst (1961) en Van kwaad tot erger (1968), die lichter en ironisch van toon waren. In 1964 was Warmond korte tijd lid van de Haagse kunstenaarssociëteit Pulchri Studio, waar ze zich in 1965 demonstratief ‘verloofde’ met de homoseksuele schrijver en dichter Dolf Verroen. Met die ‘protestverloving’ ageerde Warmond tegen de hypocrisie van homofobe ‘fatsoensrakkers’ in het verenigingsbestuur; haar lidmaatschap zegde ze niet veel later op. In 1968 verhuisde ze van Rotterdam naar Den Haag.

In 1984, op haar 53ste, stopte Ellen Warmond bij het Letterkundig Museum. Als dichteres en schrijfster werd ze minder productief: ‘Ik ben iedere dag luier geworden’, zei ze in 1987 in een interview in Opzij. Dat jaar kreeg Ellen Warmond vanwege de ‘vrouwelijke stem’ die ze liet horen de Anna Bijnsprijs voor haar hele oeuvre. Daar was Warmond het niet mee eens: ze wilde als individu beoordeeld worden, niet op haar vrouwzijn. Van het feminisme onderschreef Warmond weliswaar de grondslagen, maar veel feministes verloren zich in onzinnige details, en van discriminatie had ze geen last, aldus de schrijfster: ‘Er zijn belangrijker bekommernissen’ (NRC Handelsblad, 10-8-1979). Na de bundel Vluchtstroken van de taal  (1988) en het gedicht Persoonsbewijs voor inwoner (1991) publiceerde Warmond in 1999 haar laatste bundel: Kaalslag (1999), waarmee ze de hoge verwachtingen niet voor iedereen inloste. Zo stoorde Maarten Doorman zich aan de ‘te nadrukkelijk gebrachte sceptische levenswijsheden’ (Kritisch Lexicon 10).

Na een ziekbed stierf de tachtigjarige Ellen Warmond op 28 juni 2011 in Kijkduin bij Den Haag. Dolf Verroen maakte haar overlijden bekend.

Waardering

Ellen Warmond gold als een vertolkster van desillusies en de tragiek van het leven. Het leven dient tot niets, vond ze, maar ‘Je kunt een sombere levensbeschouwing hebben, zonder dat je zwaarmoedig bent’, zei ze ook (NRC Handelsblad, 10-8-1979). Vooral in de jaren zestig en zeventig was er veel publieke belangstelling voor haar werk en werden verschillende bundels meermaals herdrukt. Ze werd geprezen om haar authenticiteit en warsheid van heersende literaire trends; haar werk wordt in verband gebracht met dat van Gerrit Achterberg, Hanny Michaelis en Hans Lodeizen. De feministische literatuurwetenschapper Maaike Meijer wees op de verwantschap met dichteressen als Vasalis en Michaelis door de thematiek van de ‘grote melancholie’ in het werk van deze naoorlogse dichteressen. Recensenten als Kees Fens (De Tijd) en Aad Nuis (NRC) konden in de jaren zestig weinig waardering voor het werk van Ellen Warmond opbrengen en verweten haar een ‘praattoon’ en een ‘vlak en onpersoonlijk taalgebruik’, terwijl collega-schrijvers als Hans Warren de ‘constant hoge kwaliteit’ van haar oeuvre benadrukte (Kritisch Lexicon, 8) en Herman de Coninck het een ‘consistent samenraapsel van uitzichtloze moed’ noemde (gecit. Rijghard, 20-6-2011).

Naslagwerken

Bork; Kritisch Lexicon.

Publicaties

Een uitgebreid overzicht van het werk van Ellen Warmond is te vinden in Jan van der Vegts bijdrage over Ellen Warmond in het Kritisch Lexicon (1989) en in Truusje van de Kamp, ‘Scheppen in de luwte van de taal’.

Literatuur

  • Bibeb, ‘Ellen Warmond, ‘Het gaat ze niet aan’, Vrij Nederland, 2-7-1955 [interview].
  • Annie Winkler-Vonk, ‘Gesprek met een dichteres. Ellen Warmond’, Het Parool, 2-8-1962.
  • Ben Bos, ‘Gesprek met Ellen Warmond’, De Nieuwe Linie, 22-11-1969 (met rectificatie van Ellen Warmond in De Nieuwe Linie, 13-12-1969).
  • Lien Heyting, ‘Ellen Warmond: Ik sla niet meer zo hard op tafel’, NRC Handelsblad, 10-8-1979 [interview].
  • Trudy van Wijk en Elly de Waard, ‘Je wordt wat ouder en wat dommer. Een exclusief interview met Anna Bijns-winnares Ellen Warmond’, Opzij 15 (1987) nr. 11, 36-38.
  • Maaike Meijer, De lust tot lezen. Nederlandse dichteressen en het literaire systeem (Amsterdam 1988).
  • Hedy d’Ancona e.a. red., Vrouwenlexicon. Tweehonderdjaar emancipatie van A tot Z (Utrecht 1989) 426.
  • Truusje van de Kamp, ‘Scheppen in de luwte van de taal. Over Ellen Warmond’, in: Margriet Prinssen en Lucie Th. Vermij, Schrijfsters in de jaren vijftig (Amsterdam 1991) 198-208.
  • Trudy van Wijk, De huid vanzelfsprekend bewonen. Literair existentialisme en mystiek bij Ellen Warmond (Maastricht 2003) [proefschrift].
  • Trudy van Wijk, ‘Protestverloving in Pulchri’, Tijdschrift voor Biografie 4 (2015) nr. 3, 38-42.
  • Ron Rijghard, ‘Vertolker van uitzichtloze moed’, NRC Handelsblad, 30-6-2011 [in memoriam].
  • Website KB [https://www.kb.nl/themas/nederlandse-literatuur-en-taal/schrijversalfabet/ellen-warmond-1930-2011] (in memoriam geraadpleegd  16-9-2017).

Illustratie

Ellen Warmond, door Corinne Noordenbos, 1987.

 

Auteur: Marie-Cécile van Hintum

laatst gewijzigd: 12/10/2017