Jabaaij, Wijberig (1939-1995)

 
English | Nederlands

JABAAIJ, Wijberig (geb. Dordrecht 13-4-1939 – gest. Dordrecht 7-6-1995), politica. Dochter van Leendert Jan Jabaaij (1903-1977), manegedirecteur en paardenhandelaar, en Hendrika Hartman (1899-1971), eigenaresse hoedenzaak. Wijberig Jabaaij trouwde op 19-7-1961 in Dordrecht met Robert Leo Giphart (1933-2006), gemeenteambtenaar herhuisvesting. Uit dit huwelijk, op 21-10-1977 ontbonden, werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Wijberig (Wijnie) Jabaaij groeide op in Dordrecht, als een-na-jongste van de vier dochters van twee werkende ouders: de vader was directeur van een manege en parttime archiefmedewerker in Dordrecht, de moeder had een eigen hoedenzaak. Ze ging naar de hbs en erna naar de gemeentelijke kweekschool in Dordrecht. Na haar onderwijsakte gehaald te hebben stond ze tot haar trouwen voor de klas.

Lokale en nationale politiek

In 1961 trouwde Wijnie Jabaaij met Robert Leo Giphart, die ze via een zus had leren kennen. Samen kregen zij twee kinderen: Ronald Edgar (1965) en Karin Ellen (1968). Van 1970 tot 1978 werkte Giphart-Jabaaij als assistente van een kinderarts in Dordrecht. Hiernaast werd ze actief in de Partij van de Arbeid: in 1970 werd ze gekozen als gemeenteraadslid voor de PvdA in Dordrecht. Ze streed er onder meer tegen plannen van olieconcern Shell om zich te vestigen in Moerdijk. Jabaaij was ook landelijk actief in de politiek. Van 1975 tot 1977 was ze lid van de partijraad van de PvdA en in september 1977 werd ze lid van de Tweede Kamer. Vlak daarvoor – in juni van dat jaar – was ze gescheiden – voortaan noemde ze zich weer Jabaaij. Zoon Ronald bleef bij zijn vader wonen, dochter Karin ging met haar moeder mee.

Jabaaij was een eigenzinnig politica. Zo weigerde ze bij een aantal voor haar belangrijke onderwerpen mee te stemmen met de fractie (bijvoorbeeld toen er gestemd werd over de uitkering aan weduwe Rost van Tonningen, waar ze tegen was), en in 1980 stemde ze mee met de oppositie voor stillegging van de kerncentrales Borssele en Dodewaard. In de Tweede Kamer hield Jabaaij zich verder bezig met ontwikkelingssamenwerking, minderheden en de relaties met de Nederlandse Antillen. Tweemaal was ze ondervoorzitter van de vaste commissie voor de betrekkingen met de Nederlandse Antillen (en Aruba). Op de Antillen was Jabaaij door haar inzet populair, maar ook in Nederland kon zij door haar inzet en onorthodoxe werkwijze rekenen op sympathie.

Typisch Wijnie

In de Tweede Kamer en daarbuiten was Wijnie Jabaaij een opvallend figuur: niet alleen vanwege haar kleurrijke kleding maar ook vanwege haar uitspraken. Jabaaij was het eerste Tweede Kamerlid dat tijdens een commissievergadering ‘kut’ zei – dat was in een debat over de vraag of zigeunervrouwen die hun paspoorten kwijt raakten, vaginaal onderzocht mochten worden. In de ogen van haar collega’s was dit ongepast. En juist vanwege haar doorgaans kleurrijke kleding viel het op dat ze ten tijde van de kabinetten Lubbers regelmatig in rouwkleding in de Tweede Kamer verscheen, uit protest tegen het kabinetsbeleid. Op 9 november 1989, de dag dat het kabinet Lubbers III – met daarin ook de PvdA – aantrad, droeg ze een rood jasje.

Buiten de Tweede Kamer was Jabaaij actief als feministe. Zo was ze actief bestuurslid van de Rooie Vrouwen in de PvdA. Als ze door het land trok om spreekbeurten te geven over vrouwenkwesties, had ze een aangeklede etalagepop bij zich die ze Marie noemde en waarmee ze een soort poppenspel ten beste gaf. Toch werd Jabaaij niet door alle feministen omarmd: door haar kledingstijl (netjes gekapt, opgemaakt en goed gekleed) paste ze niet goed in de cultuur van de vrouwenbeweging van dat moment, die zich juist verzette tegen de dwingelandij van het verzorgde uiterlijk. Jabaaij daarentegen meende dat zij op deze wijze respect voor haar publiek uitstraalde.

In 1989 nam Jabaaij afscheid van de Tweede Kamer omdat bij haar de diagnose multiple sclerose was gesteld. Kiezers hadden volgens haar recht op gezonde politici. Ze liet haar mening nog wel horen als columniste op radio Rijnmond. Na de diagnose ging de gezondheid van Jabaaij snel achteruit – ze werd in toenemende mate afhankelijk van de hulp van anderen. In 1995 verloor ze haar spraak en besloot ze tot euthanasie over te gaan. In aanwezigheid van haar zoon en dochter stierf Wijnie Jabaaij op 7 juni 1995 in haar eigen huis, op de leeftijd van 56 jaar. Tijdens de uitvaart zong VVD-Kamerlid en goede vriendin Erica Terpstra de ‘Internationale’, zoals ze Jabaaij had beloofd. Zoon Ronald verwerkte zijn moeders ziekte en dood in Ik omhels je met duizend armen (2000), een roman die in 2006 ook werd verfilmd, en dochter Karin publiceerde in 2016 Wijnie, een familiesprookjeeen biografie in sprookjesvorm over haar moeder als een ‘notoire Schapenkop, feministe, milieubeschermer en voorvechtster van minderheden’.

Betekenis

Wijnie Jabaaij was overtuigd sociaal-democraat en had een heldere visie op de rol van de overheid. Ze was bijvoorbeeld principieel tegen doneren aan goede doelen omdat de overheid hulpverlening zou moeten financieren. Op flamboyante wijze wist ze op te komen voor de twee politieke thema’s die haar het meeste bezighielden: de maatschappelijke positie van vrouwen, het minderhedenbeleid en ontwikkelingssamenwerking. Haar onorthodoxe manier van werken maakte haar populair bij een deel van de bevolking, maar wekte soms ook wrevel. In 1990 werd ze Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Tijdens haar laatste levensjaren zette Jabaaij zich in voor de oprichting van een ms-onderzoekscentrum, dat na haar dood werd opgericht in Nijmegen. In Dordrecht biedt het Wijnie Jabaaij Centrum (WJC) opvang aan vrouwen met een problematische (thuis)situatie.

Naslagwerken

PDC.

Literatuur

Illustratie

In de Tweede Kamer, met button ‘fight racism’. Portret door onbekende fotograaf, 1989 (particuliere collectie).

Auteur: Cynthia Gottlieb

laatst gewijzigd: 13/12/2016