Jafies, Aagt (?-1572)

JAFIES, Aagt, ook bekend als Aagt Jansdr. (gest. Haarlem 2-8-1572), cipierster die ketters opbracht, op beschuldiging van moord en brandstichting levend verbrand.

Aagt Jafies (of Jafjens) was ‘stokhoudster’ [: gevangenbewaarster] van de Haarlemse Sint Janspoort en stond bekend als een vrome vrouw. Toen in 1569 de beruchte ketterjager Jacob Foppens als schout in Haarlem werd aangesteld, werd zij zijn handlangster in zijn jacht op andersdenkenden. Door geldzucht gedreven zocht zij vooral vermogende burgers uit als haar slachtoffers. Ze bespiedde hun deuren en vensters, hoorde kinderen uit over het kerkbezoek van hun ouders en haalde dienstbodes over om te vertellen wat er in de huizen gedaan en gezegd werd. Vervolgens chanteerde zij de mensen: om onder de verdenking van ketterij uit te komen moesten zij haar betalen. Voor de schout had zij een hele lijst van doopsgezinden gemaakt. Een bekend doopsgezind slachtoffer van Jafies was Anneke Ogiers. Omdat deze nooit de mis bezocht, had Aagt Jafies haar dienstmeid uitgehoord en was zo te weten gekomen dat Anneke thuis in een kamertje altijd zat te lezen in een lutherse bijbel. Eenmaal opgepakt verklaarde Anneke Ogiers dat ‘de schijnheilige Aagt’ haar had verraden.

In haar jacht op vermogende slachtoffers met ketterse sympathieën viel in de zomer van 1572 het oog van Aagt Jafies op een dokter in de Koningsstraat die zalfjes verkocht. Ook zijn dienstmeid werd door haar uitgehoord, en toen de dokter op reis was, wist zij samen met schout Foppens het huis binnen te dringen onder het mom dat ze een zalfje wilde kopen. Bij die gelegenheid vermoordden zij de dienstmeid en verstopten haar lijk onder de bedstee. De schout wees een neef van de dienstmeid aan als verdachte, maar Aagt was gezien én gehoord door vrouwen uit de straat (‘doe maar open, ik ben Aagt Jafies, ik moet zalf hebben’), en zodoende kwam de verdenking op Aagt en de schout te liggen.

Juist op dit moment koos de stad Haarlem de kant van de Opstand, en daarom ontvluchtten de moordenaars de stad: Jacob Foppens vluchtte naar Amsterdam, Aagt Jafies naar Den Haag. Niet lang hierna werd Aagt echter in Haarlem gezien, juist toen het gerucht ging dat Jacob Foppens en anderen een aanslag op de stad beraamden: er was op vier plaatsen in de stad brand gesticht, en Aagt was een van de verdachten. Ze wist eerst te ontkomen, maar werd enkele dagen later in een bootje op het Buitenspaarne aangehouden. Na ondervraging over zowel de moord als de brandstichting, bevond men haar schuldig. Op 2 augustus 1572 werd zij levend verbrand op Het Zand. Haar sterven is door diverse auteurs plastisch beschreven. Daarbij zou zij ‘met nare stem’ geroepen hebben: ‘O Jacob Foppensz.! Jacob Foppensz.! Waar hebt gij mij toe gebracht?’ (Hooft, 247). De Haarlemse oud-burgemeester Verver noteerde de terechtstelling in zijn dagverhaal over de gebeurtenissen in Haarlem in de jaren 1572-1573.

Het verhaal van Aagt Jafies is in de propaganda van de prinsgezinden breed uitgemeten (Spaans, 42). Hooft weidt uitvoerig over haar uit, maar de Haarlemse stadshistoricus Schrevelius volstaat met de opmerking dat de oude burgers nog altijd vertellen over de daden van Aagt Jaafies ‘die niet meer te verwonderen als wel verschrikkelijk zijn’ (Schrevelius, 298). Aagt Jafies is in diverse biografische naslagwerken opgenomen vanwege haar ‘schandelijke levenswijze’ (Kok) en ‘goddeloze praktijken’ (Chalmot). Bij Van der Aa heet zij ‘een vrouwspersoon, die met een zwarte kool in de geschiedenis staat opgetekend’. Zij is de hoofdpersoon van twee historische romans; in de ene (Van de Heuvell) komt ze vlak voor haar dood tot inkeer en berouw, in de andere (Van de Capelle) sterft ze als een door en door slechte vrouw.

Naslagwerken

Van der Aa; Chalmot; Kobus/De Rivecourt; Kok.

Literatuur

  • Theodoor Schrevelius, Harlemias ofte De eerste stigtinghe der stadt Haerlem (Haarlem 1648) 298.
  • P.C. Hooft, Historien (Amsterdam 1656) 246-248.
  • W. van den Heuvell, ‘Aagt Jafies, of de aanslag op Haarlem’, in: Idem, Neerland’s roem. Historisch romantische episoden uit den tachtigjarigen oorlog (Amsterdam 1841) 1-192 [geromantiseerde vertelling].
  • J. van de Capelle, Schout Foppens en Aagt Jafies. Historisch romantisch tafereel uit den tachtigjarigen oorlog (Amsterdam 1848) [historische roman, gebaseerd op het historisch onderzoek van de schrijver voor zijn Beleg en de verdediging van Haarlem].
  • Willem Janszoon Verver, Memoriaelbouck. Dagboek van gebeurtenissen te Haarlem van 1572-1581, J.J. Temminck ed. (Haarlem 1973) 12 [vermelding van de terechtstelling].
  • Joke Spaans, Haarlem na de Reformatie. Stedelijke cultuur en kerkelijk leven, 1577-1620 (Den Haag 1989) 41-42.

Illustratie

Gravure (detail) van de titelpagina van de roman van Van de Capelle: Aagt Jafies wordt gepakt op het Buitenspaarne (Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam).

Auteur: Els Kloek

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 145

laatst gewijzigd: 13/01/2014