Jansen, Jacoba Hendrika Berendina (1904-2004)

 
English | Nederlands

JANSEN, Jacoba Hendrika Berendina, ook bekend als Coosje Wolters, bijgenaamd ‘de Haagse duivelin’ (geb. Arnhem 17-7-1904 – gest. Veghel 27-11-2004), eerste vrouw van Nederland met motorrijbewijs. Dochter van Gerrit Johannes Jansen (1877-1912), timmerman en meubelmaker, en Hendrika Berendina Korts (1876-1913). Jacoba Jansen trouwde op 9-10-1940 in Den Haag met Meindert Johannes Maria (Menno) Wolters (1914-1980), militair. Uit dit huwelijk, dat in 1967 eindigde in een echtscheiding, werd 1 dochter geboren.

Coosje Jansen werd geboren als enige dochter in een Arnhems timmermansgezin – ze had twee broers, die beiden op jeugdige leeftijd aan TBC overleden. Haar ouders stierven toen Coosje zeven jaar oud was. Zo groeide ze op in het weeshuis van Arnhem, waar de weesjongens haar leerden brommer rijden. Op haar achttiende ging ze werken als hulp in de huishouding. Na verloop van tijd bracht ze het tot gezelschapsdame in Den Haag, bij de vrouw van de adjudant van koningin Wilhelmina. Haar werkgeefster werd een tweede moeder voor haar, met wie ze deftig gekleed ging koffiedrinken in Amsterdam en ritjes maakte naar Delft. 

In Den Haag haalde Coosje Jansen haar motorrijbewijs, dat in 1927 was ingevoerd. Zij reed een DKW, een populaire Duitse tweetaktmotorfiets. Vanwege haar hobby kreeg ze als bijnaam ‘de duivelin van Den Haag’. In 1936 deed Jansen mee met een DKW-race in Rotterdam, een wedstrijd op de renbaan van Naarden en een 24-uurs race, grotendeels langs onverlichte wegen, slechts verlicht door koplamp en maan. Vrouwelijke motorrijders waren redelijk zeldzaam, zodat Jansen – gehuld in een lange leren jas en met een pilotenmuts op het hoofd – grote indruk maakte op passanten en agenten. Sommigen vonden het ongepast dat een vrouw een motorfiets bestuurde en noemden haar ‘een vent’. Jansen nam zulke kritiek met een korreltje zout: ‘Die mensen waren jaloers. Die gunnen het je niet als ze zien dat jij zoveel plezier aan de motor beleeft’ (Rietbergen).

In 1939 begon voor Coosje Jansen een ongelukkig huwelijk met Menno Wolters. De exacte trouwdatum heeft zij zelfs ‘uit haar geheugen verbannen’, aldus haar dochter later. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat haar echtgenoot in Duitsland en later in toenmalig Nederlands-Indië – details zijn niet bekend. Intussen werd in 1943 thuis in Den Haag hun dochter Adri geboren. Na de bevrijding keerde haar man terug, maar kort daarop verliet hij zijn gezin. Een motor onderhouden was te duur voor een alleenstaande moeder met kind, dus deed Wolters de ‘duivelse machine’ de deur uit. Als broodwinning deed zij huishoudelijk werk, maar ze bleef terugverlangen naar de motorritjes en wedstrijden. 

Voor het televisieprogramma de Surpriseshow werd Coosje Wolters in 2002 opgehaald door een groep Harleyrijders. Zij hesen haar in een leren motorpak met laarzen en metalen gespen en reden rond met de hoogbejaarde achterop. Twee jaar later werd Wolters vanwege haar honderdste verjaardag nogmaals gefêteerd op een motortocht. In gezelschap van familie en vrienden maakte zij een rondrit door Veghel, waar zij indertijd een kamer bewoonde in verzorgingshuis Sint-Joachim en Anna. Veel reuring had deze Brabantse gemeente niet te bieden voor de voormalige Haagse duivelin. ‘Het is hier veel te rustig’, biechtte zij op aan de verslaggeefster van het Brabants Dagblad. Op 27 november 2004, ruim een maand na de laatste motorrit, is Coosje Wolters overleden.

Coosje Wolters was zeker niet de eerste Nederlandse motorrijdster, want die eer valt te beurt aan Beatrix de Rijk, die al voor 1911 op een motorfiets reed. Ook was zij niet de eerste wedstrijdrijdster, want in 1923 reed mejuffrouw Eelderink uit Hengelo al mee met een rit door oostelijk Nederland (Algemeen Handelsblad, 22-8-1923). Wellicht beschikte Wolters wel als eerste over het afzonderlijke motorrijbewijs, dat dateert van 1927. Wikipedia noemt haar ‘de eerste Nederlandse vrouw die een rijbewijs haalde voor de motorfiets’.

 

Archivalia 

Gelders Archief, Arnhem: BS Geboorte, Archief: 0207, registratienummer 11010, aktenummer 896, registratiedatum, 15 juli 1904.

Literatuur 

Kirsten Rietbergen, ‘Alleen je koplamp en de maan’, Brabants Dagblad, 17-7-2004.

Illustratie 

In bestelling

Auteur: Maarten Hell (met dank aan mw. A.H. Wolters)

 

 

laatst gewijzigd: 15/08/2017