Jonker, Hilda (1908-2004)

 
English | Nederlands

JONKER, Hilda, vooral bekend als Hilda Verwey-Jonker (geb. Goes 20-5-1908 – gest. Utrecht 23-6-2004), sociologe, sociaal-democrate, feministe en publiciste. Dochter van Willem Pieter Andries Jonker (1880-1922), leraar, en Magdalena Elisabeth Westerveld (1878-1976), lerares. Hilda Jonker trouwde op 9-7-1930 in Amsterdam met Evert Johannes Willem Verweij (1905-1981), scheikundige en directeur van het Natuurkundig Laboratorium van Philips. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

Hilda Jonker groeide op met een jongere broer en een jongere zuster in een vrijzinnig en progressief leraarsgezin. Haar idealistische ouders vernoemden haar naar de hoofdpersoon uit Hilda van Suylenburg (1897), de feministische bestseller van Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk. Zij waren geheelonthouders en enige tijd lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Toen Hilda drie was, verhuisde het gezin van Goes naar Zwolle. Na de dood van vader Jonker (1922) besloot zijn weduwe naar Leiden te verhuizen, met het oog op een academische studie van haar drie kinderen.

Sociologie, politiek en journalistiek

Al vroeg werd duidelijk dat Hilda klein zou blijven: zij werd uiteindelijk 1 meter 47. Zij ging hieronder gebukt en wilde zich daarom vaak extra bewijzen. Op de Leidse hbs bleek zij een goede leerlinge. Omdat ze journalist wilde worden, ging ze op aandrang van haar moeder in 1927 rechten studeren. In datzelfde jaar werd ze lid van de Sociaal-Democratische Studentenclub (SDSC) en van de SDAP. Ze trad toe tot de redactie van het blad Kentering. Maandblad van den Bond van Sociaal-Democratische Studentenclubs en ontmoette er de chemicus Evert Verwey, met wie ze in 1930 trouwde.

Na korte tijd staakte Jonker de studie, en in 1928 begon zij als leerling-verslaggever bij het sociaal-democratische dagblad Het Haagsche Volk. Ook dit avontuur was van korte duur. Daartoe opnieuw aangespoord door haar moeder schreef ze zich in 1929 in bij de Universiteit van Amsterdam voor de – nieuwe – studie sociologie. Zwanger en wel haalde ze in 1932 haar doctoraal en was daarmee de eerste afgestudeerde socioloog van Nederland.

In 1934 verhuisde het gezin Verwey naar Eindhoven, waar Evert wetenschappelijk medewerker werd bij het natuurkundig laboratorium van Philips. Voor een sociologe met kleine kinderen was een baan hier uitgesloten, maar via de SDAP kon Verwey-Jonker wel volop deelnemen aan het politieke leven. Ze zat als enige vrouw in de Eindhovense gemeenteraad – totdat die in 1941 op non-actief werd gesteld – en ze schreef veel voor partijbladen. Zo maakte ze in sociaal-democratische kringen naam als denker en publiciste. In 1937 was ze het jongste en opnieuw enige vrouwelijke lid van de commissie die een nieuw partijprogramma voor de SDAP opstelde, waarna ze tot de hoogste partijregionen doordrong. Verwey-Jonker was een uitgesproken tegenstander van bewapening en een van de vier leden van de landelijke SDAP-commissie ter bestudering van het militaire vraagstuk die een minderheidsstandpunt verdedigde.

De oorlog

Al vóór 1940 maakte Verwey-Jonker zich sterk voor de opvang van joodse vluchtelingen uit Duitsland en bleef dat ook tijdens de Duitse bezetting doen. Ook was ze actief in het verzet. Zij trad op als verbindingspersoon tussen de illegaliteit en de arbeidersbeweging, verspreidde bonkaarten en zocht adressen voor onderduikers. Af en toe verbleven onderduikers korte tijd bij Verwey-Jonker in huis. Ondertussen schreef ze haar proefschrift over Lage inkomens. Een statistisch onderzoek naar de verdeling der inkomens beneden de belastinggrens in de gemeente Eindhoven. Na de oorlog, op 9 oktober 1945, promoveerde zij hierop cum laude aan de Universiteit van Amsterdam bij H.N. ter Veen, hoogleraar in de sociografie. Met haar onderzoek wierp ze licht op een groep waarover vrijwel niets bekend was: mensen die zo weinig verdienden dat zij geen inkomensbelasting hoefden te betalen.

In het najaar van 1944 – Zuid-Nederland was in september bevrijd – speelde Verwey-Jonker een rol in de machtsstrijd over het nieuwe bestel. De Verweys waren gebrand op politieke vernieuwing: ze vonden dat de oude partijen niet moesten terugkeren en hoopten op een politiek tweestromenland met een progressieve en een meer conservatieve partij. Als representant van de vernieuwers ging Verwey-Jonker in februari 1945 op verzoek van haar stadgenoot en latere minister-president L.J.M. Beel mee naar Londen om met koningin Wilhelmina te spreken over de situatie in het vaderland. Hoewel dit gezelschap de ‘Heren XVII’ werd genoemd, ging het in feite om zestien heren en één dame. Deze reis is als een zichtzending van potentiële ministers beschouwd, hetgeen betekent dat ze op dat moment in beeld moet zijn geweest voor een dergelijke functie. Ook werd Verwey-Jonker gevraagd voor het Noodparlement, maar ze weigerde omdat SDAP-voorzitter Koos Vorrink dit motiveerde met: ‘er moet een vrouw in’. Verwey-Jonker antwoordde hierop dat hij dan ook de werkster van het partijbureau zou kunnen kiezen.

Emancipatievraagstukken

In 1946 was Verwey-Jonker een van de medeoprichters van de Partij van de Arbeid (PvdA). Via de directeur van het Kabinet van de koningin, Marie Anne Tellegen, kreeg ze de kans naar de eerste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) te gaan. Met haar ervaring op het gebied van vluchtelingenvraagstukken was ze hier op het juiste moment op de juiste plaats. Al snel belandde ze in het comité dat de voorloper was van de internationale vluchtelingenorganisatie van de VN, de UNHCR (United Nations Office High Commissioner for Refugees). Verder lobbyde ze als voorzitster van de Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap met succes voor het afschaffen van het arbeidsverbod voor huwende en gehuwde ambtenaressen (1955) en het opheffen van de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen (1956).

Na een kort lidmaatschap van de Eerste Kamer (1954-1957) kwam Verwey-Jonker in 1957 als Kroonlid in de Sociaal-Economische Raad (SER) – ze was er de eerste vrouw. Van 1958 tot 1972 was ze bovendien lid van het Dagelijks Bestuur. Hier ontwikkelde ze zich tot een onvermoeibare vergaderaar in het hart van polderend Nederland. Zich beroepend op haar expertise als socioloog koos ze consequent voor de underdog: of dat nu consumenten waren, (gehuwde) vrouwen of de hoger opgeleide werknemers die tussen de wal en het schip van vakbonds- en werkgeversorganisaties vielen. In 1956-1972 was zij tevens voorzitter van de voorloper van de Emancipatieraad, de Commissie van Advies voor Arbeid van Vrouwen en Meisjes. In september 1973, kort na het bereiken van de officiële pensioengerechtigde leeftijd, kreeg ze haar eerste bezoldigde functie: ze werd parttime wetenschappelijk hoofdmedewerkster sociologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht (tot september 1976).

De dood van haar echtgenoot in 1981 betekende voor Verwey-Jonker een confrontatie met de ouderdom. Als weduwe ervoer zij aan den lijve dat ‘bejaarden’ als minderwaardig werden behandeld. Dit maakte haar strijdbaar, en zij begon zich als publiciste en deelneemster aan het publieke debat te beijveren voor de emancipatie van ouderen. Hilda Verwey-Jonker bleef actief tot kort voor haar overlijden op 96-jarige leeftijd in 2004.

Betekenis

Hilda Verwey-Jonker vervulde een pioniersrol en was een strijdbare intellectueel. Als socioloog in de politiek had ze een veelzijdige loopbaan. Naast haar bestuurlijke functies en haar advieswerk heeft ze veel gepubliceerd: al met al bracht zij zo’n driehonderd titels op haar naam. Haar werk getuigt van maatschappelijk engagement, grote eruditie en een analytische, kritische en onafhankelijke geest. Het was Verwey-Jonker die het begrip allochtoon in de beleidsdiscussies over migranten introduceerde. Op haar tachtigste, in 1988, verscheen haar autobiografie Er moet een vrouw in. Herinneringen aan een kentering in de tijd.

Verwey-Jonker kreeg veel waardering voor haar werk. In november 1978 ontving zij het eerste eredoctoraat van de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Ze kreeg de Yad Vashem onderscheiding in 1987 en in maart 2000 werd haar door de Rijksuniversiteit te Groningen de Aletta Jacobsprijs toegekend voor haar bijdragen aan de vrouwenemancipatie. En nog tijdens haar leven, in 1993, werd een onderzoeksinstituut naar haar vernoemd: het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht, voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek.

Naslagwerken

Atria; BWN; Levensberichten; PDC.

Archivalia

Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam: archief Hilda Verwey-Jonker en Evert Verwey.

Publicaties

Behalve de in de tekst genoemde publicaties o.a.:

  • Het socialisme in onze tijd. Een inleiding voor buitenstaanders waarin verwerkt college-aantekeningen van prof. R. Kuyper (Amsterdam 1935).
  • ‘De sociaal-demokratische opvattingen ten aanzien van de nationale en internationale gedachte’, De Socialistische Gids 22 (1937) 698-707.
  • Vrouwenarbeid (Amsterdam z.j. [ca. 1938]).
  •  ‘Vijfentwintig jaar socialistische theorie’, in: E. Boekman e.a., Ir. J.W. Albarda. Een kwart eeuw parlementaire werkzaamheid in dienst van de bevrijding der Nederlandse arbeidersklasse (Amsterdam 1938) 330-348.
  • [met J.P. van Praag], Geen grond maar goederen (Utrecht 1945).
  • [met P.O.M. Brackel], The assimilation and integration of pre- and postwar refugees in the Netherlands (Den Haag 1957).
  • Adviezen 1970-1972. Commissie Arbeidspositie Vrouwen en Meisjes (’Den Haag 1972).
  • Emancipatiebewegingen in Nederland (Amsterdam 1988).

Literatuur

Behalve necrologieën in o.a. NRC Handelsblad, 23-6-2007 en De Volkskrant, 26-6-2007:

  • Bibeb, [interview], Vrij Nederland, 20-4-1974.
  • Dr. Hilda Verwey-Jonker. Een overzicht van haar werk (Rotterdam 1978).
  • Anneke Ribberink, Hilda Verwey-Jonker en de SDAP. Portret van een theoreticus en vernieuwer van het socialisme in de jaren ’30 (Utrecht 1979) [doctoraalscriptie RUU].
  • A. Ribberink, ‘Radicalisering of integratie van de SDAP in de jaren ’30. De levensgeschiedenis van Hilda Verwey-Jonker’, Jaarboek voor het Democratisch Socialisme 2 (1980) 112-145.
  • Anet Bleich en Aafke Steenhuis, [interview], De Groene Amsterdammer, 9-3-1983.
  • Gerda Telgenhof, [interview], NRC Handelsblad, 21-5-1983.
  • Corinne Oudijk, ‘Hilda Verwey-Jonker, pleitbezorgster voor emancipatie’, Jaarboek voor het Democratisch Socialisme 8 (1987) 91-114.
  • Barbara Henkes, ‘De duivelskring der armoede’, Politieke en Sociale Vorming 19 (1988) nr. 6, 9-10.
  • H. Happel red., Hilda Verwey-Jonker (Tilburg 1989).
  • Corinne Hemink en Hilde Smit, ‘Een leven lang: Hilda Verwey-Jonker', NOS, 15-9-1989 [radioportret].
  • Rob Hartmans, [interview], De Groene Amsterdammer, 19-5-1993.
  • Ischa Meijer [televisie-interview], RTL 5, 3-5-1994.
  • Ger Jochems [marathoninterview], VPRO, 2-1-1998.
  • Frénk van der Linden [radio-interview], NPS, 30-1-1998.
  • Anneke Ribberink, ‘“Er moest die vrouw in”. De rol van Hilda Verwey-Jonker in de Nederlandse sociaal-democratie’, Historica (2004) okt., 3-5.
  • Margit van der Steen, ‘Een strijdbare intellectueel. Het uitzonderlijke leven van Hilda Verwey-Jonker’, Biografie Bulletin 16 (2006) 43-46.
  • Margit van der Steen, Drift en koers. De levens van Hilda Verwey-Jonker (Amsterdam 2011) [dissertatie].

Illustratie

Portretfoto, door onbekende fotograaf, ca. 1965 (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam).

 

Auteur: Margit van der Steen

 

 

 

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 921

laatst gewijzigd: 23/01/2015