Joos, Anja Ingrid (1960-2003)

 
English | Nederlands

JOOS, Anja Ingrid (geb. Stuttgart, Duitsland 30-4-1960 – gest. Amsterdam 6-10-2003), op straat doodgeslagen heroïneverslaafde. Dochter van Martha Christa Plonies (?-?), en onbekende vader. Anja Joos bleef ongehuwd.

Anja Joos werd geboren als oudste van vier kinderen in de autostad Stuttgart, maar groeide op in Düsseldorf. Op haar twaalfde vond ze bij toeval haar eigen geboorteakte, waaruit bleek dat haar vermeende vader, de edelsmid Rudolf Joos, in werkelijkheid haar stiefvader was – de andere kinderen in het gezin waren wel van Joos. Anja voelde zich niet langer thuis. Ze had veelvuldig ruzie met haar stiefvader, lachte haar moeder uit en zocht haar toevlucht in het roken van steeds meer marihuana.

Achter het station

Op haar dertiende begon de rondgang van Anja Joos langs verschillende internaten. Ook in de zomervakanties was ze thuis niet meer welkom. Ze liep weg uit het internaat en begon te zwerven. Drie jaar later kwam ze via haar toenmalige vriend, een acht jaar oudere junk, in aanraking met heroïne. Ze raakte verslaafd. In 1978 zwierf Joos rond op het hoofdstation van Essen, de haren geblondeerd als popidool David Bowie. Met een vriendin pleegde ze diefstallen op bestelling: walkmans, scheerapparaten en sloffen sigaretten leverden ze aan kroegbazen en klanten van de nabijgelegen gokhal. Het geld ging grotendeels op aan heroïne.

Na korte tijd in de gevangenis te hebben gezeten trok Anja Joos rond 1980 naar Amsterdam,  toen het mekka van heroïnegebruikers. Ze huurde een raam om zich te prostitueren en toen ze dat niet meer kon betalen, ging ze tippelen achter het Centraal Station. Ondanks haar wantrouwen was ze vanaf het begin een trouwe bezoekster van De Huiskamer, een opvangplek voor de tippelaarsters achter het station. In Amsterdam woonde Joos afwisselend in de dagopvang van het Leger des Heils, in hotels, op straat en bij een vriend, die na verloop van tijd bezweek aan een overdosis. Rond 1984 bleek ze bij een HIV-screening voor prostituees seropositief te zijn. Ze was 24 en reageerde onthutst omdat haar gedroomde toekomst – trouwen en kinderen krijgen – ermee in duigen viel.

Verblijfsvergunnning

Anja Joos bleef een zwervend junkiebestaan leiden. Ze kreeg ondersteuning van Amoc, een Duitse hulporganisatie voor verslaafde landgenoten in Amsterdam. In 1992 wist haar maatschappelijk werkster een verblijfsvergunning voor haar te regelen. Ze kreeg een woning in de Govert Flinckstraat (in volksbuurt de Pijp) en ontving voortaan een uitkering. Met een groep andere seropositieve prostituees nam ze deel aan een medisch programma van het AMC. De medicijnen sloegen bij haar aan.

Anja Joos was temperamentvol; ze kon kwaad worden en eloquent schelden in haar Duits-Nederlandse mengtaal. Tegelijk stond ze positief in het leven en was altijd op zoek naar vriendschap. Ze had twee honden (Alfa en Rambo) en zocht een moederfiguur in zowel haar maatschappelijk werkster als in een woonbootbewoonster die ze was tegengekomen bij het uitlaten van de honden. Ook bezocht Anja Joos regelmatig de bijeenkomsten (‘vieringen’) van het drugspastoraat in de Crypte aan de Barndesteeg. In 2002 ging ze mee met hun jaarlijkse reis naar het bedevaartsoord Lourdes. Ze kocht er een houten kruis, dat ze voortaan trouw om haar nek droeg.

De verantwoordelijkheden die bij een geregeld bestaan hoorden, zoals het opsturen van papieren naar instanties, gingen Joos niet goed af. Ze verloor daarom haar verblijfsvergunning en daarmee haar uitkering, kreeg huurschuld en dreigde haar huis uit te worden gezet. Fysiek ging het ook slecht: op het laatst woog ze nog maar veertig kilo en kwam ze soms dagenlang haar huis niet uit. Ze sleet haar dagen vooral met het ophalen van methadon en bedelen op straat. Voor ‘een klein vergrijp’ zat ze opnieuw korte tijd in de gevangenis. Wel had ze een nieuwe vriend, Ben, met wie ze niet samenwoonde.

De ‘zaak Joos’

Op 6 oktober 2003 kocht Anja Joos hondenvoer en bier bij de supermarkt aan het Marie Heinekenplein. Vanwege haar plastic tasje verdachtten enkele supermarktmedewerkers haar van diefstal en hielden haar tegen bij de uitgang. Door het kassabonnetje te tonen kon ze de beschuldiging eenvoudig weerleggen. Toen ze degenen die haar hadden gecontroleerd hierop uitschold voor ‘kutmarokkanen’, volgde buiten op het Gerard Douplein een vechtpartij, waaraan ook andere jongelui deelnamen. Ze trapten Joos in elkaar, lieten haar gewond op straat achter en liepen lachend weg. Hulpdiensten brachten het slachtoffer naar het OLVG-ziekenhuis, waar zij korte tijd later bezweek aan haar verwondingen. Anja Joos was 43 jaar.

De gewelddadige dood van Anja Joos en de rechtszaak tegen de verdachten leidden tot veel commotie. Daags erna werd de supermarkt beklad met ‘Bernhard, wat nu?’, een verwijzing naar de prins die het eerder had opgenomen voor de eigenrichting van twee supermarktmedewerkers. Op 15 oktober 2003 liepen duizend mensen mee in een stille tocht voor Joos; twee dagen later was er een herdenkingsdienst in de Oranjekerk en werd ze begraven in een verzamelgraf op Sint Barbara. Haar ouders weigerden de plechtigheid bij te wonen en betaalden ook niet mee aan de begrafenis, haar vriend Ben zat vast in de Bijlmerbajes. Acht verdachten zijn vervolgd in de ‘zaak Joos’, maar alleen de hoofdverdachte kreeg in 2004 een gevangenisstraf (drie jaar, waarvan één voorwaardelijk) wegens openlijke geweldpleging en zware mishandeling met dodelijke afloop. In februari 2004 werd op het Gerard Douplein een gedenksteen voor Anja Joos aangebracht, ter vervanging van een eerder geplaatste tegel met een lieveheersbeestje die was verdwenen.

Literatuur

  • Het Parool, 8-10-2003.
  • BN/DeStem, 18-10-2003.
  • Trouw, 17-10-2003.
  • NRC Handelsblad, 20-10-2003.
  • Tanja Stelzer, ‘Wer ist schuld am Tod der Junkie-Frau?’, Der Tagespiegel, 29-12-2003.

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Maarten Hell

laatst gewijzigd: 01/07/2017