Kahn, Ellen Zlata (1911-1995)

 
English | Nederlands

KAHN, Ellen Zlata, vooral bekend als Ellen Waller (geb. Sofia, Bulgarije 6-3-1911 – gest. Amsterdam 3-5-1995), filmjournaliste. Dochter van Julius Kahn (1878-1979), bankier, en Dela Maas (1878-1981). Ellen Kahn trouwde op 29-7-1942 in Amsterdam met Gert Israel Waller (1912-1994), bankier, directeur reclamebureau en filmjournalist. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Ellen Zlata Kahn groeide op in een Duits-joods gezin dat in 1924 van Keulen naar Amsterdam verhuisde. Ellen bezocht de mms, behaalde het staatsexamen gymnasium alfa en studeerde Engels en economie aan de Universiteit van Amsterdam. Haar eerste filmkritieken verschenen bij het studentenblad Propria Cures – van oktober 1929 tot februari 1931 zat ze in de redactie en schreef ze onder het Bulgaarse pseudoniem Istoschna (‘Het is eerlijk’) ook over toneel en literatuur. In 1934 en 1935 publiceerde ze vijf essays in het vernieuwde blad Filmliga, dat weliswaar dezelfde naam had als het orgaan van de gelijknamige filmclub, maar minder anti-bioscoopfilm was dan zijn voorganger. Kahn gaf hierin al blijk van een uitgesproken visie op de functie van kunstkritiek, die volgens haar informatief en signalerend zou moeten zijn, niet polemisch of dogmatisch. Ze ambieerde daarom een positie in de dagbladjournalistiek. In 1939 werd ze als leerling-journalist aangenomen bij de Nieuwe Rotterdamse Courant, maar als joodse raakte ze deze baan in 1940 al weer kwijt.

Liefde en oorlog

In 1937 had Ellen Kahn haar grote liefde ontmoet: Gert Waller, die zij Gerry (Engels uitgesproken) noemde, eveneens Duits en joods en toen werkzaam als bankier. Op 29 juli 1942 trouwden ze en werden gedwongen te wonen in de Transvaalbuurt, op dat moment het Amsterdamse getto. In september 1943 werden ze opgepakt en naar Westerbork gedeporteerd en een half jaar later naar het ‘Austauschlager’ Bergen-Belsen. In dit kamp werkte Gerry in het magazijn en Ellen in de keuken. Ze bleven elkaar zien in het kamp en hun onverbrekelijke liefde fungeerde als pantser voor hun mentale kracht. Vlak voor het einde van de oorlog overleefden ze ook een laatste transport dat eindigde in de omgeving van Berlijn, waar ze door de Russen bevrijd werden. Na een medische behandeling in Eindhoven kwamen ze in de zomer van 1945 terug naar Amsterdam. Ellen was genezen van de vlektyfus die ze had opgelopen, Gerry zou nog lang en vaak last hebben van de fysieke ontberingen die hij had doorstaan.

Toen het Algemeen Handelsblad in september 1945 weer mocht verschijnen, informeerde Gerry Waller of er een plek voor Ellen was, op kunstgebied. Alleen film was nog vrij en zo werd Ellen Waller gedurende negen jaar, van september 1945 tot juni 1954, filmredactrice van deze krant. Ze vulde de rubriek ’Films van de Week’ met telkens een paar beknopte filmrecensies en opmerkingen over films die ze eerder aanbevolen had. Dat het voornamelijk om amusementsfilms ging, stoorde haar niet: ze besefte dat mensen dat toen nodig hadden. Door de beperkte ruimte leerde ze bondig te schrijven – haar meertaligheid inspireerde haar tot inventief taalgebruik en haar filmliefde tot een pakkende schrijfstijl.

Filmkennis

In 1954 gaf Ellen Waller haar aanstelling bij de krant op omdat zij en Gerry naar Londen verhuisden, waar Gerry een financieringsmaatschappij zou oprichten. Vanuit die stad schreef ze, nu als freelancer over toneel, opera en soms film voor het Algemeen Handelsblad en de Haagse Post. Bij terugkeer in Nederland in 1964 bleef Ellen Waller aanvankelijk schrijven voor de Haagse Post, maar in 1968 werd ze redactioneel medewerkster bij de Nieuwe Rotterdamse Courant. Deze positie hield ze toen de krant in 1970 fuseerde tot NRC Handelsblad; enkele jaren later werd ze filmredactrice. In de twaalf jaar bij deze krant schreef Ellen Waller wekelijks een of meer stukken voor de filmpagina, terwijl ook haar man filmrecensies en boekbesprekingen aan de krant bijdroeg. De Waller(tje)s, zoals ze genoemd werden, cultiveerden hun onafscheidelijkheid nu ook in hun werk: ze schreven voor dezelfde krant, bezochten samen persvoorstellingen en filmfestivals, bouwden thuis op basis van buitenlandse kranten en vaktijdschriften een documentatie-archief op en verwenden bevriende filmmakers en collega’s met attenties. Zo vormden zij ‘een uniek tweemansbedrijfje, met haar journalistieke talent en zijn organisatiekunde als grootste kapitaal’ (Van Rooy).

Als filmjournaliste voor de liberale NRC deed Ellen Waller enthousiast verslag van artistiek vernieuwende en maatschappelijk geëngageerde films, maar ze schreef even consciëntieus over gangbare bioscoopfilms. Elke film beschouwde ze op zijn merites en zwaktes, rechtvaardig en gewetensvol. Zelf zei ze dat ze grote verantwoordelijkheid voelde jegens de ‘filmers die veel werk, liefde en geld in de film hadden gestoken’, én jegens ’die arme lezer’, aan wie ze ‘service’ wilde bieden door haar oordeel degelijk te onderbouwen (Förster, 98); ze schreef vanuit een toen door weinigen geëvenaarde filmkennis en baseerde zich op relevante achtergrondinformatie over de stilistische en inhoudelijke ambities van de makers.

In 1981 ging Ellen Waller, zeer tegen haar zin, met pensioen. Ze publiceerde nog incidenteel in de Filmkrant en in catalogi van festivals. Tot op hoge leeftijd zat ze in diverse adviesraden. Op 25 november 1994 stierf Gerry Waller, kwakkelend met zijn gezondheid, in Flims, Zwitserland. Ellen kon niet zonder haar ‘Gerrytje’ leven; op 3 mei 1995 begaf haar hart het en overleed zij in haar woning in Amsterdam.

Betekenis

De filmrecensies van Ellen Waller waren altijd ter zake kundig, genuanceerd en rechtvaardig, hetgeen indertijd niet vanzelfsprekend was. Haar werk oogstte dan ook hoge waardering van Nederlandse en internationale filmmakers. Ze steunde van harte vernieuwende initiatieven en films. Lezers en kranten stelden haar vindingrijke en beeldende schrijfstijl op prijs. Hoezeer Wallers werk gerespecteerd werd, blijkt uit de onderscheidingen die ze ontving: Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor filmjournalistieke kwaliteit (1977), de Cinemagiaprijs van de audiovisuele beroepsvereniging NBF (1979), de Pierre Bayleprijs voor journalistiek (1987) en het Gouden Kalf voor filmcultuur (1989).

 

Archivalia

  • EYE Filmmuseum, Amsterdam: Archief Waller, recensies, persoonlijke documenten, correspondentie, aantekeningen, foto’s.
  • Stadsarchief Amsterdam: Persoonskaarten G. Waller, Julius Kahn.

Publicaties

Afgezien van naar schatting minimaal vijftienhonderd recensies in Algemeen Handelsblad (1945-1954) en Nieuwe Rotterdamse Courant/NRC Handelsblad (1968-1981), waarvan een groot deel terug te vinden is op delpher:

  • De Amazonen, toneelstuk ter gelegenheid van het zesde lustrum van de Amsterdamsche Vrouwelijke Studentenvereniging (1932) [première Stadsschouwburg Amsterdam 10-11-1932].
  • ‘Film als Sociale Functie’, Filmliga 31-1-1935, 3-5.
  • ‘Schrijven voor de prullenmand inspireert’, NRC Handelsblad, 13-4-1979 [ingekorte versie van Wallers dankwoord bij de aanvaarding Cinemagiaprijs].

Literatuur

  • Annette Förster, ‘Ellen Waller, Filmkritikerin in Holland’, Frauen und Film 43 (1987) 91-100.
  • Jan Heys, ‘Ellen Waller (1911-1995). Een levenslange liefde voor film en krant’, De Filmkrant 157 (1995) 8.
  • Rian Romme, De filmkritiek van Ellen Waller (doctoraalscriptie film- en televisiewetenschap; Universiteit van Amsterdam 1996).
  • Max van Rooy, ’Ellen Waller 1911-1995. Kennis verspreiden’, NRC Handelsblad, 5-5-1995.
  • Sandra van Beek, De grote illusie. Leven en liefde van Ellen en Gerry Waller (Amsterdam 2000).

Illustratie

In bestelling.

Auteur: Annette Förster

laatst gewijzigd: 07/11/2017