Koerten, Joanna (1650-1715)

KOERTEN, Joanna (geb. Amsterdam 17-11-1650 – gest. Amsterdam 28-12-1715), knipkunstenares. Dochter van Jan Koerten (1622-1651), lakenkoopman, en Ytje Cardinaels (gest. voor 25-10-1691). Joanna Koerten trouwde in 1691 in Amsterdam (ondertrouw 25-10-1691) met Adriaan Blok (ca. 1653-1726), lakenkoopman. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Joanna Koerten groeide op in een doopsgezind milieu. Haar vader stierf toen zij een jaar oud was, en haar moeder hertrouwde in 1659 met Zacharias Rosijn, lakenhandelaar in de Warmoesstraat. Op 7 december 1669 – ze was toen negentien jaar – werd Joanna in Amsterdam gedoopt. Zij bleef lange tijd ongetrouwd. Pas nadat haar moeder en stiefvader waren gestorven trouwde zij, 41 jaar oud, met de 38-jarige Adriaan Blok, net als haar vader en stiefvader een lakenkoopman van doopsgezinde huize. Hij had zijn winkel ‘In het Blok’ op de Nieuwendijk (nu nr. 137). Joanna Koerten ontwikkelde zich tot een gerenommeerd knipkunstenares die zowel binnen de Republiek als daarbuiten de aandacht trok. Zij schitterde vooral met ‘platwerk’, waarbij het papier slechts wordt ingekerfd (dit in tegenstelling tot ‘opwerk’, waarbij het papier in reliëf wordt geknipt). Zij knipte portretten van beroemde tijdgenoten zoals tsaar Peter de Grote, Frederik keurvorst van Brandenburg, Johan de Witt en Willem III. Ook knipte zij bijbelse en historische taferelen, stillevens, landschappen, stadsgezichten en allegorieën, zoals 'De Romeinse Vrijheid' (zie afbeelding) uit 1697.

Velen kwamen haar werk bewonderen. Peter de Grote vereerde haar in 1697 met een bezoek in gezelschap van burgemeester Witsen. De tsaar kocht overigens niets. Enkele bezoekers hebben schriftelijk verslag gedaan van wat ze gezien hadden. Zo meldt Von Uffenbach dat hij 32 kunstwerken telde toen hij haar in 1711 bezocht. Koertens werk was duur. Voor een klein stukje vroeg zij al zeshonderd gulden, aldus Von Uffenbach.

Joanna Koerten stierf op 28 december 1715 en werd op 2 januari 1716 in de Oudezijds Kapel begraven. Bezoekers aan haar kabinet schreven hun naam in een bezoekersboek. Dit boek groeide in enkele tientallen jaren uit tot Koertens beroemd geworden stamboek. Daarin werden allerhande bijdragen bewaard: autografen, kalligrafieën, tekeningen en portretten. Na haar dood liet Adriaan Blok dit stamboek verder verfraaien. Ook na zijn dood, in 1726, konden bezoekers nog altijd bijdragen leveren. Dit blijkt uit een bericht van Pieter de la Rue uit 1735 over Maria van Arckel (gest. 1737), met wie hij in 1718 hertrouwd was. Talrijke kunstenaars (onder wie Gerard de Lairesse, Melchior de Hondecoeter en Nicolaas Verkolje), calligrafen (o.a. Jacob Gadelle, Maria Strick), dichters (o.a. David van Hoogstraten, Johannes Brandt), dichteressen (o.a. Gesine Brit en Katharina Lescailje) hebben een of meer bijdragen geleverd. Het bijzondere is dat zij ook op elkaars bijdragen reageerden. Zo werden kalligrafieën gemaakt van gedichten die eerder als autograaf waren aangeboden. Op een later moment werd dan, bijvoorbeeld, weer een portretje toegevoegd van die dichter. Zo werd het stamboek een steeds fraaier en bonter geheel dat in die dagen ook in gedrukte lofgedichten werd bezongen. Uiteindelijk zijn bladen uit dit stamboek los verkocht, al zijn enkele groepjes van bladen altijd bij elkaar gebleven. Het titelblad van het bezoekersboek, ontworpen door Jan Goeree (1670-1731), bevindt zich bijvoorbeeld in de collectie van het Fries Museum te Leeuwarden.

De knipwerken van Koerten behoorden niet tot het stamboek. Die werden verkocht of tentoongesteld in haar woning. Momenteel zijn er nog vijftien bekend. Het bestaan van andere knipsels is soms alleen af te leiden uit beschrijvingen in oude veilingcatalogi.

Als kunstenares genoot Joanna Koerten in haar tijd veel aanzien. Dat blijkt niet alleen uit alle aan haar opgedragen werken voor het stamboek en uit de vele eigentijdse gedichten op haar en haar werk, maar ook uit de biografie van Arnold Houbraken in zijn Groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders; tevens neemt hij een portret van haar op. Volgens Houbraken was Koerten ook zeer bedreven in het borduren, kantklossen en ander naaldwerk, gietwerk, aquarelleren, glasgraveren en schoonschrijven. Daarnaast beoefende zij de zangkunst.

Zij was als vrouw en knipkunstenares een opmerkelijke verschijning te midden van de culturele elite van Amsterdam. Haar populariteit kan echter niet alleen uit bewondering voor haar papierknipkunst verklaard worden. Het stamboek zal hierin een niet te onderschatten rol hebben gespeeld.

Naslagwerken

Van der Aa; Houbraken; Immerzeel; Kramm; Lexicon Noord-Nederlandse kunstenaressen; NNBW; Thieme; Weyerman.

Werk

Een beschrijving van haar werk is te vinden in: Catalogus van een overheerlijk konstkabinet papiere snykonst, door wylen Mejuffrouw Koerten, huisvrouw van wylen Adriaan Blok, met de schaar in papier gesneden (Amsterdam ca. 1750). Momenteel (2007) zijn vijftien werken van Koerten bekend. Ze bevinden zich in particuliere collecties (De Flines, Van Regteren Altena, Van Nierop), in de Lakenhal (Leiden), in de Koninklijke Bibliotheek (Den Haag), in Kasteel-Museum Sypesteyn (Loosdrecht) en in het West-Fries Museum (Hoorn). Hierover onder andere: Van Ark, ‘De knipsels’, in: Joanna Koerten.

Literatuur

  • Het stamboek op de papiere snijkunst van mejuffrouw Joanna Koerten (Amsterdam 1735).
  • Gedichten op de overheerlyke papiere snykonst van wyle mejuffrouw Joanna Koerten (Amsterdam 1736).
  • Z.C. von Uffenbach, Merkwuerdige Reisen, 3 (Ulm 1754).
  • ‘Johanna Koerten’, in: Nederlandsche vrouwen. Een boekje voor meisjes (Leiden z.j. [1855]) 65-70.
  • J.D.C. van Dokkum, ‘Hanna de knipster en haar concurrenten. Een studie over Oud-Hollandsche schaarkunst’, Het Huis Oud en Nieuw 13 (1915) 335-358.
  • Michiel Plomp, ‘De schaar-Minerve: Joanna Koerten (1650-1715)’, Teylers Museum Magazijn 12 (1986) zomer 10-13.
  • B. Bakker e.a., De verzameling Van Eeghen. Amsterdamse tekeningen 1600-1950 (Zwolle 1988) 65-70 [enkele bladen uit het stamboek].
  • C.J. Kaldenbach, Tekeningen uit het album amicorum (Stamboek) van Joanna Koerten-Blok (1650-1715) (Amsterdam 1988) [typoscript Gemeentearchief Amsterdam].
  • C.G. Bogaard, De schaar-Minerva Johanna Koerten (1650-1715) en de waardering voor de ‘papieren snykonst’ (Utrecht 1989) [onuitgegeven doctoraalscriptie Universiteit Utrecht].
  • Michiel Plomp, ‘De portretten uit het stamboek voor Joanna Koerten (1650-1715)', Leids Kunsthistorisch Jaarboek 8 (1989) 323-344.
  • R.J.A. te Rijdt, ‘Jan Goeree, het stamboek van Joanna Koerten en de datering ervan’, Delineavit et Sculpsit 17 (1997) 48-56.
  • Henk van Ark ed., Joanna Koerten. Themanummer van Nieuwsbrief van het Nederlands Museum van Knipkunst en de Stichting W.Tj. Lever 13 (2000) 4 [overzicht van gegevens over Johanna Koerten, het stamboek en haar knipsels; met literatuuropgave].
  • M. Roscam Abbing, ‘Joanna Koerten (1650-1715) en David van Hoogstraten (1658-1724). Een bijzondere relatie tussen twee bekende Amsterdammers’, in: Maandblad Amstelodamum 94 (2007) 2, 14-29.
  • J. Verhave en J.P. Verhave, Geknipt! Geschiedenis van de papierknipkunst in Nederland (Zutphen 2008) 20-24.

Illustratie

De Romeinse Vrijheid, geknipt door Joanna Koerten Blok, ongedateerd (Westfries Museum, Hoorn).

Auteur: Richard Stolzenburg - Ter nagedachtenis van Barbara Hazewinkel-de Hoop (1947-2004). Met aanvullingen van Michiel Roscam Abbing (2007).

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 357

laatst gewijzigd: 13/01/2014