Kohlbrugge, Hebe Charlotte (1914-2016)

 
English | Nederlands

KOHLBRUGGE, Hebe Charlotte (geb. Utrecht 8-4-1914 – gest. Utrecht 13-12-2016), lekentheologe, actief in het verzet, kritisch volgster van het communisme in Oost-Europa. Dochter van Hermann Kohlbrugge (1872-1955), scheikundige en onderwijzer, en Johanna Elisabeth Barner (1874-1963). Hebe Kohlbrugge bleef ongehuwd.

Hebe – thuis ook wel Lotje genoemd – groeide als jongste van vijf dochters op in een hervormd onderwijzersgezin in Utrecht. Haar ouders waren van Duitse komaf. Na de hbs en een éénjarige cursus verpleging ging Hebe in 1935 als au pair naar Engeland, waar ze de zorg kreeg over het kind van John Churchill (neef van Winston Churchill), die de ontwikkelingen in Nazi-Duitsland opgetogen volgde. Het deed haar besluiten om zelf in Duitsland poolshoogte te gaan nemen. In 1936 vertrok ze naar Berlijn-Dahlem om er een Seminar für kirchliche Frauendienst te volgen.

Duitsland en de oorlog

Via haar Berlijnse wijkpredikant kwam Hebe Kohlbrugge in contact met de Bekennende Kirche: een beweging die zich verzette tegen een vereenzelviging van de kerk met de Nazistaat. In 1938 werd Kohlbrugge in Fehrbellin (zestig kilometer ten noorden van Berlijn) assistente van een predikant die ook lid was van de Bekennende Kirche. Ze was er onder meer verantwoordelijk voor de uitgifte van doopbewijzen waarmee gemeenteleden konden aantonen dat ze Ariër waren en dus in aanmerking kwamen voor een overheidsbetrekking. Lang bleef ze niet in Fehrbellin. Toen ze twee toezichthouders van de politie niet de ‘Duitse groet’ (lees: de Hitlergroet) bracht, werd ze gearresteerd, haar verweer (‘Ist “guten Morgen” kein schöner Gruss’?) ten spijt. Dankzij bemiddeling van de Nederlandse ambassade kwam ze korte tijd later vrij op voorwaarde dat ze nooit meer een voet op Duitse bodem zou zetten. In 2009 zou ze in een programma van de Evangelische Omroep zeggen dat ze pas na haar vertrek uit Fehrbellin had beseft dat ze met de uitgifte van doopbewijzen de Duitse staat had geholpen bij de jodenvervolging en dat dat besef haar had gesterkt in haar verzet tegen de Nazi’s.

In het najaar van 1940 raakte Hebe Kohlbrugge, via haar drie jaar oudere zuster Hanna, betrokken bij de verspreiding van Bijna te laat, de oproep van theoloog Jan Koopmans om niet mee te werken aan de Ariërverklaring. Duizenden pamfletten werden door hen en anderen door het hele land verspreid – de bezetter heeft nooit kunnen achterhalen wie erachter zat. Via dit initiatief kwam Kohlbrugge in contact met andere verzetslieden, onder wie Henk van Randwijk van Vrij Nederland. Toen het verzet in 1942 via ‘de Zwitserse weg’ informatie wilde doorgeven aan de regering in ballingschap, viel de keuze op Kohlbrugge: een vrouw zou minder in het oog springen. Eind juni 1942 ging ze op weg. In Genève ontmoette ze W.A. Visser ’t Hooft, secretaris van de Wereldraad van Kerken in oprichting, en de internationaal befaamde theoloog Karl Barth, die het Nederlandse verzet zijn zegen gaf. Voor Kohlbrugge was dit essentieel. ‘Heerlijk klonk dat in mijn oren: Gods wet is niet tegen ons!’ schreef ze later in haar autobiografie Twee maal twee is vijf (p. 41).

Kohlbrugge keerde in augustus 1942 terug uit Zwitserland en begon te werken voor de Ordedienst. Ze bracht militaire installaties en posities in kaart en werd in 1944 naar Londen gestuurd om de regering te informeren over de stand van zaken in bezet gebied. Ver kwam ze niet: in april 1944 werd ze gearresteerd met een vervalst persoonsbewijs (‘Christine Doorman’) en vastgezet in strafgevangenis het Oranjehotel in Scheveningen. Vandaar werd ze overgebracht naar Vught en op 5 september 1944 naar vrouwenkamp Ravensbrück. Daar kwam ze in de ziekenbarak terecht, waar haar toestand snel verslechterde. Op 24 januari 1945 werd ‘Christine Doorman’ uit het kamp ontslagen en op de trein naar Berlijn gezet. Ze zou via omwegen Nederland bereiken en daar de bevrijding meemaken.

Achter het IJzeren Gordijn

Hebe Kohlbrugge trad na de bevrijding in dienst van de Nederlandse Hervormde Kerk. Als secretaris van een Duitsland-commissie was ze betrokken bij het herstel van de kerkelijke contacten in Oost-Duitsland. Haar werkterrein zou zich later ook uitstrekken naar andere landen achter het IJzeren Gordijn. Hoewel ze veel tegenwerking ondervond van de communistische overheden wist ze theologiestudenten geplaatst te krijgen in vrijwel alle Oost-Europese hoofdsteden. De plaatsing diende een tweeledig doel: Oost-Europa laten kennismaken met de naoorlogse theologie en Nederlandse studenten de onderdrukking onder het ‘reëel bestaande socialisme’ laten ondervinden. Haar kritische kijk op de communistische landen werd haar in kerkelijke kring niet altijd in dank afgenomen, zeker niet toen veel kerkleden én de Wereldraad van Kerken vanaf de jaren zestig sterk links gericht waren.

Tot op hoge leeftijd bleef Kohlbrugge op scholen en zelfs in gevangenissen een veelgevraagd spreekster over haar oorlogservaringen. Haar laatste grote openbare optreden was op 16 september 2016, toen ze op 102-jarige leeftijd sprak ze op de conferentie Bridge to the Future in Arnhem, dat als thema vrouwen en oorlogsgeweld had. Bij die gelegenheid zei ze dat sekse voor haar nooit een thema was geweest maar dat ze soms wel voordeel had gehad van haar vrouw zijn, zowel tijdens de bezetting als tijdens haar naoorlogse reizen in Oost-Europa.

Hebe Kohlbrugge woonde vanaf de jaren vijftig samen met haar zuster Hanna op de 2e Korte Baanstraat 1 in Utrecht. Na Hanna’s dood (1999) bleef ze er alleen wonen. In december 2016 werd ze met hartklachten opgenomen in het Diaconessenhuis in Utrecht, waar ze in de nacht van 13 op 14 december stierf, in de ouderdom van 102 jaar. Hebe Kohlbrugge werd op 21 december 2016 bijgezet in het familiegraf in Amerongen.

Reputatie

Aan erkenning heeft het Hebe Kohlbrugge nooit ontbroken. Voor haar verzetswerk werd ze in 1952 onderscheiden met de Bronzen Leeuw, in 1954 met de (Amerikaanse) Medal of Freedom. In 1975 kreeg ze in Münster uit handen van voormalig bondspresident Gustav Heinemann de Joost van den Vondel-prijs voor haar inzet voor de Nederlands-Duitse betrekkingen. Na de val van de Muur kwam ook de erkenning voor haar naoorlogse verzetswerk in Oost-Europa. In 1991 werd haar een eredoctoraat in de theologie toegekend door de Karelsuniversiteit in Praag, in 1996 gevolgd door eenzelfde onderscheiding in het Roemeense Cluj. Na haar dood besloot de Utrechtse gemeenteraad een straat naar haar te vernoemen.

Archivalia

Archief Hebe Kohlbrugge (in bewerking, wordt overgebracht naar het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit).

Werk

  • Tweemaal twee is vijf. Getuige in Oost en West (Kampen 2002).
  • ‘Iets over de DDR gisteren en vandaag’, In de waagschaal 18 (1989) 11-16.
  • ‘Oratio over de dialoog’, In de waagschaal 20 (1991) 6-16 [Uitgesproken op 14 mei 1991 bij het verkrijgen van het eredoctoraat aan de Karelsuniversiteit in Praag].

Literatuur

  • ‘Ökumenische Selfmade-Frau: Hebe Kohlbrugge’, in: Wolfgang See en Rudolf Weckerling, Frauen im Kirchenkampf. Beispiele aus den Bekennenden Kirche Berlin-Brandenburg 1933-1945 (Berlijn 1984) 123-135.
  • Jan Fernhout e.a. red., Niederländer und Flamen in Berlin 1940-1945. KZ-Häftlinge, Inhaftierte, Kriegsgefangene und Zwangsarbeiter (Berlijn 1996, 52-53).
  • Geert van Dartel red., Stille bewegingen. Vrienden van Hebe Kohlbrugge over hun belevenissen in Oost-Europa in de periode 1954-1991 (Nijmegen 1991).
  • Anja Fricke, ‘Hebe Kohlbrugge vertelt 25 jaar na de Duitse hereniging’, Streven. Cultureel Maatschappelijk Maandblad 82 (2015) 1020-1025.
  • Tamme de Leur (regie), De keuze van Hebe Kohlbrugge, Televisiedocumentaire Evangelische Omroep, uitgezonden op 3 november 2009 door de NPO.

Illustratie

in bestelling

Auteur: Wim Berkelaar

laatst gewijzigd: 09/09/2017