Koopman, Catharina (1908-1991)

 
English | Nederlands

KOOPMAN, Catharina, vooral bekend als Toto Koopman (geb. Salatiga, Java 28-10-1908 – gest. Londen 27-8-1991), mannequin, fotomodel, spionne, archeologe en kunsthandelaarster. Dochter van Jan George Koopman (1878-1941), beroepsmilitair, en Catharina Johanna Westrik (1880-1933). Vanaf 1946 had Toto Koopman een verhouding met Erica Brausen (1908-1992), kunsthandelaarster.

Catharina Koopman werd vanaf haar geboorte Toto genoemd. Haar vader, een kolonel bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, vernoemde zijn dochter naar zijn favoriete paard Toto. Van moeders zijde had ze Indisch-Chinese voorouders, terwijl haar vader een Nederlander was. Toto had één broer, Henri Lodewijk George ‘Ody’ Koopman (1902-1949). Ze groeide op in Salatiga op Midden-Java en ging naar school bij de Zusters Ursulinen in Bandoeng (Bandung) en Batavia (Jakarta). Voor vervolgonderwijs vertrok ze in 1923 naar Nederland, terwijl haar ouders op Java bleven wonen. Tot eind 1925 zat Toto op het meisjesinternaat 't Kopje in Bloemendaal; daarna bezocht ze internaten in Parijs, Londen en Oostenrijk.

Model en spionne

In 1928 verhuisde Toto Koopman naar Parijs, waar ze op 23 juni 1930 als mannequin werd aangenomen bij Gabrielle ‘Coco’ Chanel. Door haar onafhankelijke opstelling kwam ze in aanvaring met de dominante modeontwerpster en nam ze al na een paar maanden ontslag. Ze raakte bevriend met de Mdivani’s: aristocraten uit Georgië die tot de Parijse jetset behoorden. Om beter in dit mondaine leven te passen nam ze de chiquer klinkende achternaam Van Halmaëll aan, de naam van een adellijke familietak van haar vader. In 1932 werd Koopman fotomodel bij het modetijdschrift Vogue, waarin zij het eerste succesvolle multiraciale model was.

Koopmans ervaring als fotomodel opende nieuwe deuren: in 1933 speelde ze een rol in de film The Private Life of Don Juan, van regisseur Alexander Korda. De film flopte, maar betekende haar introductie in de Londense elite. Ze leerde er de Amerikaanse acteur Tallulah Bankhead kennen, met wie ze in 1934 een verhouding kreeg. Datzelfde jaar ontmoette ze mediamagnaat Lord Beaverbrook (William Aitken), een van de machtigste mannen van Groot-Brittannië. Ze werd zijn maîtresse en raakte via hem bevriend met onder meer graaf Ciano – de zoon van Mussolini – en dirigent Herbert von Karajan. Eind 1935 liep de relatie met Lord Beaverbrook stuk omdat Koopman een verhouding was begonnen met diens zoon, Max Aitken. Dit leidde tot een publiek schandaal, mede omdat het stel ongetrouwd samenwoonde. In 1939 strandde ook deze relatie. Tussentijds had ze nog een affaire met Randolph Churchill, de zoon van Winston Churchill.

Vermoedelijk door haar vriendschap met exil-kunstenaars en contacten die ze via vader en zoon Aitken had opgedaan, raakte Toto Koopman betrokken bij spionage. Ze wordt in verband gebracht met de ‘Z Organisation’, een inlichtingennetwerk dat was opgezet door de Britse geheime dienst. Voor de Engelsen en het Italiaanse verzet vergaarde ze informatie op bijeenkomsten van de Italiaanse fascisten. In januari 1941 werd ze in Milaan op verdenking van spionage gearresteerd. Tot de val van Mussolini in 1943 was zij in Italiaanse gevangenschap. Gebruikmakend van de chaos vluchtte ze de bergen in. Daar hielp ze mee aan het organiseren van een ontsnappingsroute voor geallieerde militairen. In Venetië werd Koopman opnieuw gearresteerd, overgebracht naar Milaan en op 11 oktober 1944 als politiek gevangene 77370 binnengebracht in concentratiekamp Ravensbrück. Ze werkte er als verpleegster in de tyfusbarak, waar ze zelf ook tbc kreeg. Randolph Churchill stuurde haar voedselpakketten. Dankzij een overeenkomst tussen SS-Führer Heinrich Himmler en de geallieerden mocht Koopman op 17 april 1945 met een groep andere gevangenen naar Zweden vertrekken.

Merkwaardig levenseinde

Na de oorlog, vanaf 1946, woonde Toto Koopman in Ascona (Zwitserland), waar ze een verhouding kreeg met de Duitse Erica Brausen. Samen zetten zij de Hanover Gallery op, die in de jaren vijftig en zestig uitgroeide tot een vooraanstaande Londense kunsthandel. Brausen wordt gezien als de ontdekker van de schilder Francis Bacon. Begin jaren vijftig ging Koopman archeologie studeren bij professor Max Mallowan, de echtgenoot van schrijfster Agatha Christie. Ze werd zijn assistente bij opgravingen in Turkije en het Midden-Oosten. In 1959 kochten Brausen en Koopman een buitenverblijf op het Eolische eiland Panarea, dat een ontmoetingsplek werd voor tal van beroemdheden.

Toto Koopman overleed op merkwaardige wijze. In mei 1991 kreeg ze een lichte beroerte. Na een kort verblijf in een Londens ziekenhuis liet Erica Brausen haar verder thuis verplegen door de van oplichting en drugsverstrekking verdachte arts Victor Ratner. Koopmans conditie verslechterde snel en op 27 augustus 1991 overleed ze. Brausen sloot zich vervolgens een week op met haar stoffelijk overschot, dat ze met rozenblaadjes bedekte. Toto Koopman ligt begraven op kerkhof East Finchley in Londen. De Franse auteur Jean-Noël Liaut schreef in 2011 een boek over haar turbulente leven, waarvan in 2013 een Nederlandse vertaling verscheen.

Literatuur

  • Anne Chisholm, Anne and Michael Davie. Lord Beaverbrook. A Life. (New York 1993) 317-318, 398.
  • Keith Jeffery, The Secret History of MI6 (Londen 2010) 382-386.
  • Jean-Noël Liaut, De Javaanse. Het turbulente leven van Toto Koopman. Een biografie (Rotterdam 2013).

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Victor Laurentius

laatst gewijzigd: 09/03/2015