Korvezee, Antonia Elisabeth (1899-1978)

 
English | Nederlands

KORVEZEE, Antonia Elisabeth (geb. Wijnaldum 8-3-1899 – gest. Den Haag 17-1-1978), scheikundige, eerste vrouwelijke hoogleraar aan de TH Delft. Dochter van Willem Korvezee (1858-1913), predikant, en Baukje Andringa (1874-1952). Antonia Korvezee bleef ongehuwd.

Antonia (Toos) Korvezee werd geboren in het dorpje Wijnaldum bij Harlingen, als jongste van twee in een kunstzinnig en vooruitstrevend predikantengezin. Haar zus Elisabeth (Bets) was één jaar ouder. De vader droeg zijn sympathie voor het socialisme graag aan zijn gemeente over, maar legde in 1900 het ambt neer omdat hij weinig gehoor vond. Het gezin verhuisde naar Den Haag, waar beide dochters de lagere school afmaakten en vervolgens naar de – openbare – derde gemeentelijke hbs gingen, bekend als de ‘hbs-voor-jongens’. Toen Toos veertien jaar was, overleed de vader. Bets en Toos haalden allebei zeer hoge cijfers, maar Toos blonk vooral uit in wiskunde.

Scheikundig ingenieur

Na haar eindexamen – met vooral negens en tienen – begon Toos Korvezee in 1917 met de opleiding tot scheikundig ingenieur aan de Technische Hoogeschool (TH) in Delft. Zij werd lid van de Delftsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging. In januari 1922 deed ze haar kandidaats, en nog vóór de zomervakantie van datzelfde jaar studeerde zij cum laude af bij Frans Scheffer, hoogleraar in de anorganische scheikunde. Hierna werkte ze als assistent: eerst op de afdeling analytische scheikunde en van 1924 tot 1938 op het lab van Scheffer. Bij laatstgenoemde promoveerde zij in 1930 cum laude op het proefschrift Koperchloride als katalysator voor het Deacon-proces.

Tussen 1930 en 1932 verbleef Korvezee tweemaal een half jaar in Parijs om aan het bekende laboratorium van Marie Curie onderzoek te doen naar radioactiviteit. In 1935 werd de tijdelijke aanstelling van Korvezee aan de TH omgezet in een vaste. Bovendien werd zij er toegelaten als privaatdocente in de radioactiviteit. Haar openbare les handelde over De bepaling van het gehalte van radiumhoudende stoffen.

In 1936 werd Toos Korvezee door de afdeling scheikundige technologie voorgedragen voor de leerstoel analytische scheikunde. In de voordracht wees men op haar ‘zeer bijzondere begaafdheid en scherpzinnigheid’ en prees men haar heldere betoogtrant en brede belangstelling. Toch volgde geen benoeming. Wel werd zij het daaropvolgende jaar benoemd tot hoofdassistente bij Scheffer. Voor de in 1940 vacant gekomen functie van hoogleraar in de fysische chemie werd ze opnieuw gepasseerd: ze eindigde als derde op de voordracht. In september 1943 aanvaardde Korvezee een onderzoeksfunctie bij de Metaaldraadlampenfabriek Pope in Venlo om zo – met onbetaald verlof – weg te kunnen van de TH.

Een late benoeming

Na de bevrijding keerde Toos Korvezee terug naar Delft. Ze werkte eerst in de rang van conservatrice en vanaf 1948 als lector in de theoretische scheikunde. Hoewel gespecialiseerd in radioactiviteit werd ze niet betrokken bij de voorbereidingen van het reactorcentrum dat in opbouw was. Ze richtte zich op het onderwijs, onder andere in de statistische thermodynamica. Toen Scheffers leerstoel na zijn afscheid in 1953 vacant kwam, werd Korvezee opnieuw gepasseerd, nu ten gunste van een tien jaar jongere collega. De afdeling anorganische scheikunde oordeelde het hoogleraarschap, en in het bijzonder het beheer van het laboratorium, ‘een te zware taak’ voor haar, hoewel zij in inhoudelijk opzicht ‘volkomen bekwaam’ moest worden geacht. De afdeling scheikundige technologie creëerde hierop voor haar een buitengewoon hoogleraarschap in de theoretische scheikunde, een nieuw vakgebied. De benoeming had tot gevolg dat ze moest verhuizen van het laboratorium van Scheffer naar dat van Willy Burgers, hoogleraar fysische chemie. Korvezee was inmiddels 55 jaar en ambieerde niet langer de positie van een voltijds hoogleraarschap.

Toos Korvezee was de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Technische Hogeschool. Uit de aanhef van veel redevoeringen uit die tijd is nog steeds op te maken of zij wel of niet aanwezig was in het mannengezelschap. Haar officiële benoeming kreeg veel aandacht in de pers. Bij het bezoek van koningin Juliana aan de TH in het jubileumjaar 1955 liep zij vooraan in het cortège. Als hoogleraar begeleidde Korvezee vijf promovendi en meer dan dertig afstudeerders, maar school heeft ze niet gemaakt – dat was niet goed mogelijk zonder eigen laboratorium en personeel. Ze was lid van de grote verenigingen op haar vakgebied, zoals de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging, de Faraday Society en het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte, maar speelde daarin geen opvallende rol. Wel bezocht zij met enige regelmaat internationale congressen.

Het terugtreden van professor Korvezee na bijna veertig dienstjaren verliep in stilte. In de zomer van 1959 – vijf jaar na haar benoeming – ging ze drie maanden met ziekteverlof. De twee daaropvolgende studiejaren bleef zij beperkt inzetbaar vanwege een ‘allesoverheersende vermoeidheid’. De oorzaak hiervan is nooit boven water gekomen, maar het is niet ondenkbaar dat haar werken met radioactiviteit hiermee in verband stond – in de beginjaren van nucleair onderzoek waren de beschermende maatregelen niet altijd even adequaat. Het officiële ontslag van professor Korvezee volgde in 1961. Ze trok zich terug op de Pauwhof in Wassenaar en later in een rusthuis in Den Haag. Daar overleed Toos Korvezee op 17 januari 1978, in de leeftijd van 78 jaar; ze werd gecremeerd in Loosduinen.

Reputatie

Vóór 1940 verschenen er ruim veertig publicaties van Toos Korvezee. Aanvankelijk was promotor Scheffer medeauteur; later schreef zij vaak samen met een van de andere – vrouwelijke – assistenten. Het merendeel van deze bijdragen verscheen in het Recueil des Travaux Chimiques des Pays-Bas. Korvezees stijl van schrijven was kort, zakelijk en vaak toegespitst op nauwkeurige metingen. Waar nodig schuwde zij kritiek niet, maar haar presentatie bleef hoffelijk.

Toos Korvezee was wars van ambitie en uiterlijk vertoon en had een sterk ontwikkeld arbeidsethos. Haar ex libris luidde: ‘Werk zoolang het dag is’. Na haar dood trof men in haar kast knipsels aan over de vrouwenbeweging, de aard van de vrouw en meetkunde op de mms, maar als feminist heeft zij zich nooit geprofileerd. Wel was ze lid van de Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding (VVAO). Haar leven was gewijd aan de wetenschap, en tot haar vijftigste leefde zij onder zeer bescheiden omstandigheden op kamers vlak bij haar werk. Korvezee trad weinig op de voorgrond en was gesloten: zelfs haar naaste medewerkers wisten weinig van haar privéleven. Onder haar rouwadvertentie stond de naam van J.[acoba] Drop, die haar herdacht als ‘mijn liefste vriendin’. In 1989 stelde de Technische Universiteit een jaarlijks uit te reiken emancipatieprijs in, genoemd naar Antonia Korvezee, maar deze werd na enkele jaren weer opgeheven. Er zijn diverse straten, lanen en parken naar haar genoemd.

Naslagwerken

BWN.

Publicaties

Behalve de in de tekst genoemde titels en circa veertig artikelen in Receuil des Travaux Chimiques des Pays-Bas en het Chemisch Weekblad:

  • ‘Iets over de grondslagen van de kernreactor’, Mededelingen van de Nederlandse Vereniging Vrouwen met Academische Opleiding 22 (1956) 1-10.
  • ‘Radioactieve straling, stralingsschade en stralingsbescherming’, Mededelingen van de Nederlandse Vereniging Vrouwen met Academische Opleiding 26 (1960) l-7.

Literatuur

  • W.G. Burgers, [necrologie], Chemisch Weekblad, 12-5-1978.
  • Frida de Jong, ‘“Die aloude aloë toch...”. A.E. Korvezee (1899-1978), de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft’, Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 9 (1988) 227-234.
  • Mineke Bosch, Het geslacht van de wetenschap. Vrouwen en hoger onderwijs in Nederland, 1878-1948 (Amsterdam 1994).

Illustratie

Ongedateerde foto door onbekende fotograaf (Archief Delft).

Auteur: Frida de Jong

laatst gewijzigd: 27/08/2015