Kramer, Hetty Cornelia (1932-2012)

 
English | Nederlands

KRAMER, Hetty Cornelia, vooral bekend als Fioen Blaisse (geb. Amsterdam 4-2-1932 – gest. Amsterdam 29-2-2012), beeldhouwster. Dochter van Pieter Cornelis Kramer (1896-1938), violist, en Johanna Rudolphina Rowald (1891-1959), pianiste. Fioen Kramer trouwde op 26-10-1957 in Glatten, Duitsland met Erik Steven Blaisse (1922-2015), psycholoog en eigenaar distilleerderij. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Hetty Kramer, roepnaam Fioen, en haar oudere zus Jopie groeiden op in een muzikale omgeving: haar vader was violist bij het Concertgebouworkest, haar moeder pianiste. Als vijfjarig meisje kreeg ze thuis al vioollessen. Toen ze zes was stierf haar vader. Na de lagere school zat Fioen op de Tweede Openbare Handelsschool (tegenwoordig Berlage Lyceum) aan de P.L. Takstraat, waar ze in 1951 haar hbs-a-diploma haalde.

Ondanks haar muzikale talent koos Fioen Kramer voor een andere richting: in 1953 volgde ze een jaar portret boetseren aan de Opleidingsschool voor Tekenleraren te Amsterdam. Daarna, tussen 1956 en 1958, liet de beeldhouwer Paul Koning haar in zijn atelier werken – haar geld verdiende ze bij een reisbureau. De ervaring die ze opdeed bij Koning was bepalend voor de rest van haar leven. Hij gaf haar adviezen en via hem leerde ze onder anderen beeldhouwers Wessel Couzijn, Pearl Perlmuter en Ben Guntenaar kennen.

In 1957 trouwde Fioen Kramer in Duitsland met Erik Blaisse, psycholoog en eigenaar van distilleerderij Van Zuylekom in Amsterdam. Door toedoen van Guntenaar kon ze een jaar later beginnen aan de opleiding beeldhouwen aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (de latere Gerrit Rietveld Academie), waar ze les van hem kreeg. Na haar afstuderen in 1961 richtte Fioen Blaisse in een oud schoolgebouw op Wittenburg haar atelier in. Al vroeg in haar carrière begon ze met tentoonstellen. Zo maakte haar werk in 1961 deel uit van een expositie bij Genootschap Kunstliefde in Utrecht. Vele tentoonstellingen volgden, een groot aantal georganiseerd door de Nederlandse Kring van Beeldhouwers, waarvan Blaisse lid was.

‘Het beeld moet in een eigen wereld kijken’

Fioen Blaisse werkte in eerste instantie veelal in opdracht van particulieren en richtte zich vooral op (kinder)portretten. In de loop van de tijd kreeg ze zeer uiteenlopende opdrachten, ook van het Rijk en van diverse gemeenten. In 1968 werd voor het eerst een beeld van haar in de open lucht geplaatst: een bronzen olifant voor kindertehuis Amstelstad in Amsterdam. Later volgden opdrachten voor onder andere parken, pleinen en gebouwen. Ze maakte bijvoorbeeld een vrijstaande beeldgroep met waterbuffels voor een vijver in Bilthoven (1972) en een hoogreliëf met dansende figuren voor een sporthal in Utrecht (1972).

Voor Fioen Blaisse waren eigen ervaringen belangrijk bij het scheppen van haar werk. Tijdens een reis naar Tunesië in 1970 kwam zij daar in aanraking met de traditionele dans. Niet alleen de lichaamsbewegingen van de danseressen, gecombineerd met zwevende stoffen die zij droegen, maar ook de staat van opperste concentratie waarin de vrouwen zich bevonden, fascineerden haar. Vanuit deze fascinatie ontstonden Blaisses misschien wel meest herkenbare sculpturen: danseressen. Voor Blaisse moest een beeld perfect zijn. Zo kon het gebeuren dat ze maanden aan één sculptuur werkte. Pas als het naar tevredenheid was afgemaakt, kon ze het beeld loslaten. Op dat moment ging het zijn eigen leven leiden. Wel was Blaisse van mening dat er op een bepaalde manier moest worden gekeken naar haar kunst. Ze vond dat er over beelden eigenlijk niet gesproken moet worden en dat een beeld bestaat door zijn zeggingskracht, niet door zijn verhaal. ‘Een beeld moet in een eigen wereld kijken’ gaf ze als titel mee aan een publicatie uit 1993.

In 1998 ontving Fioen Blaisse de Singer-prijs voor haar complete oeuvre als beeldhouwster en kreeg ze een overzichtstentoonstelling in het Singer Museum in Laren. Haar leven lang bleef ze ook musiceren, onder meer in strijkkwartetten. Ze hield steeds haar atelier op Wittenburg aan, zij het dat ze een keer verhuisde ze: van de begane grond naar de eerste etage. Op 78-jarige leeftijd kwam Blaisse ten val, met hersenletsel tot gevolg. Hierna kon ze niet meer in haar atelier werken.

Fioen Blaisse-Kramer overleed op 29 februari 2012, tachtig jaar oud, in haar woonplaats Amsterdam aan de gevolgen van een longontsteking.

Betekenis

In een tijd waarin abstracte kunst domineerde, koos Fioen Blaisse steeds voor de figuratie. Hierdoor lijkt haar kunst in eerste instantie minder vernieuwend – maar niets is minder waar: hoewel ze figuratief werkte, ontwikkelde ze een eigen, zeer herkenbare en vernieuwende beeldtaal.

Naslagwerken

Jacobs; RKD; Scheen (1969).

Archivalia

  • Stadsarchief, Amsterdam: Bevolkingsregister (gezinskaart P.C. Kramer).
  • RKD, Den Haag, PDO.
  • CBG/Centrum voor Familiegeschiedenis, Den Haag: Naamkaart.

Publicatie

Een beeld moet in een eigen wereld kijken’ (z.p., zj. [1993]).

Werk

Behalve in de openbare ruimte is Fioen Blaisses werk ook te zien in museale en bedrijfscollecties, zoals: Centraal Museum, Utrecht; Museum Beelden aan Zee, Den Haag; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de ING Collectie.

Literatuur

  • José Boyens, ‘Fioen Blaisse’, in: Vier beeldhouwsters, tentoonstellingscatalogus Provinciehuis Zwolle (Zwolle 1978) 14-15.
  • José Boyens, ‘Luisteren naar de geest. Het beeldhouwwerk van Fioen Blaisse’, Ons Erfdeel 24 (1981) nr. 1, 71-78.
  • Jolande Prudon, ‘Fioen Blaisse, de dans in brons verbeeld’, Singer Bulletin 9 (1998) oktober, 2-10.

Illustratie

Fioen Blaisse-Kramer in haar atelier, door Ingrid Bakker, ongedateerd (Galerie Quintessens).

Auteur: Roy Russchen, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

laatst gewijzigd: 18/09/2017