Kronenberg, Maria Elisabeth (1881-1970)

 
English | Nederlands

KRONENBERG, Maria Elisabeth (geb. Deventer 12-7-1881 – gest. Den Haag 15-8-1970), boekhistorica, bibliografe. Dochter van Hendrik Gerhard Kronenberg (1845-1934), advocaat, en Wilhelmina Gerhardina Putman Cramer (1851-1933). Maria Kronenberg bleef ongehuwd.

Maria Kronenberg werd geboren in een Deventer patriciërsgeslacht en groeide op in haar geboortestad met een oudere broer en zus: een in 1878 geboren tweeling. Ze doorliep er de gemeentelijke hbs voor meisjes met drie-, later vierjarige cursus. Hiernaast kreeg ze les in de klassieke talen van haar oom A.J. Kronenberg, de conrector van het Stedelijk Gymnasium. Vervolgens liep ze als toehoorder colleges aan de Universiteit van Amsterdam, onder meer van de neerlandicus prof. J. te Winkel, die ook aandacht besteedde aan het vak bibliografie. In 1905 haalde ze haar mo-akte Nederlands.

Hierna zette Kronenberg haar ‘studie’ voort in de Deventer Athenaeumbibliotheek. Rond 1906 benaderde ze de directeur van de bibliotheek, J.C. van Slee, omdat ze – zoals ze zelf later formuleerde – met haar ‘wetenschappelijke ziel onder de arm’ in Deventer rondliep en emplooi zocht ‘voor onbevredigde studieverlangens’ (Kronenberg, Over mensen en boeken, 1). Ze schreef een artikel over de patriot Simon de Vries, biografieën van Deventer boekdrukkers en verzorgde een geannoteerde tekstuitgave van Vondels Noah (1910), en diens Inwydinge van ’t Stadthuis t’Amsterdam (1913). De grote taak die Kronenberg – onbezoldigd – in Deventer op zich nam, was de herziening van de oude catalogus van de incunabelen; de nieuwe editie verscheen in 1917.

De Bibliographie Nijhoff-Kronenberg

Kronenbergs belangstelling ging vooral uit naar de boekgeschiedenis van de vijftiende en zestiende eeuw. Zo kwam ze in contact met prof. Willem de Vreese en de franciscaner pater Bonaventura Kruitwagen. De laatste bemiddelde bij het contract dat ze in 1917 sloot met de Haagse uitgever en bibliograaf Wouter Nijhoff om als freelance medewerkster bij te dragen aan diens project Nederlandse bibliographie 1500-1540. Met de nodige reserves begon ze aan de samenwerking, zo blijkt uit haar Hoe de samenwerking Nijhoff-Kronenberg (1936) begon. Ze had ‘geen lust’ om louter boeken te moeten beschrijven terwijl Nijhoff de leiding zou houden: ‘zelfstandigheid is mijn conditio sine qua non’ (Kronenberg, Over mensen en boeken, 16). Toch zou juist dit project richtinggevend blijken voor Kronenbergs verdere leven.

Vol overgave en zeer bewust heeft Kronenberg, die financieel onafhankelijk was, zich gewijd aan de beschrijving van de Nederlandse postincunabelen – een term die staat voor wiegedrukken ná 1500. Deze taak werd vergemakkelijkt nadat ze in 1919 met haar ouders naar Den Haag was verhuisd. Van hieruit ondernam Kronenberg tientallen buitenlandse studiereizen, die haar in contact brachten met vele geleerden. Haar werkjournalen en haar omvangrijke correspondentie leggen een levendige getuigenis af van de wetenschappelijke en amicale dimensies van die connecties. Intussen vorderde het grote werk gestaag. Het eerste deel van de Nederlandsche bibliographie van 1500-1540 verscheen in 1923 en sindsdien stond de serie bekend als ‘Nijhoff-Kronenberg’, hoewel de latere delen uitsluitend haar werk waren.

Kronenberg was echter meer dan bibliografe. Vanaf 1932 was ze redactielid van het vaktijdschrift Het Boek. In 1933 werd zij benoemd tot commissaris van het Frederik Muller-fonds. Ze publiceerde rond de tweehonderd essays over alle mogelijke aspecten van het drukkers- en boekverkopersvak, vooral van de zestiende eeuw. Bovendien wijdde ze in 1948 een publicatie aan Verboden boeken en opstandige drukkers in de hervormingstijd. Haar grote kennis van de vijftiende-eeuwse incunabelen blijkt uit haar in 1956 uitgegeven Campbell’s Annales de la typographie néerlandaise au XVe siècle. Contributions to a new edition.

In 1971 verscheen de vijfde, en voorlopig laatste aflevering van het derde deel van de – geheel door Kronenberg samengestelde – Nederlandsche bibliographie van 1500-1540. Meer dan 4500 beschrijvingen van postincunabelen bevat dit opus magnum, gebed in een zeer omvangrijk apparaat van geleerde annotatie. Zelf maakte ze de publicatie niet meer mee. Op 15 augustus 1970 was Marie Kronenberg gestorven in haar woonplaats Den Haag, in de leeftijd van 89 jaar.

Reputatie

Marie Kronenberg verwierf nationale én internationale erkenning. In 1933 werd zij benoemd tot erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde. In 1951 verleende de Universiteit van Amsterdam haar ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag het doctoraat honoris causa in de letteren, waarbij prof. W.G. Hellinga als erepromotor optrad. In 1956 werd haar oeuvre door de Bibliographical Society te Londen met goud bekroond. Op 3 juli 1961 is zij – ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag – benoemd tot Officier in de orde van Oranje Nassau. Op 10 april 1962 kreeg zij de culturele Jaarprijs ‘De Gulden Adelaar’ van Deventer.

 

Naslagwerken

BBLN; BWN; Ter Laan; Overijsselse biografieën.

Archivalia

Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: schriftelijke nalatenschap, correspondentie, en het archief- en werkmateriaal voor de Nederlandse bibliografie 1500-1540.

Publicaties

  • [R. Pennink], ‘Lijst der geschriften van dr. M.E. Kronenberg’, in M.E. Kronenberg, Over mensen en boeken. Een keuze uit de opstellen van de schrijfster, haar aangeboden ter gelegenheid van haar 80e verjaardag (Den Haag 1961) 119-138.
  • D. Schouten, ‘Supplement to the list of writings by dr. M.E. Kronenberg’, Quaerendo 9 (1979) 262-265.

Literatuur

Afgezien van necrologieën van Lotte Hellinga-Querido in De Antiquaar 1 (1969-1970) 139-144, Wybe G. Hellinga in Open 2 (1970) 713-716, Leendert Brummel in Quaerendo 1 (1971) 5-8 en Elly Cockx-Indestege in Archives et Bibliothèques de Belgique 42 (1971) 670-673:

  • [L. Brummel,] in Het Boek 30 (1949/1951) vii-viii.
  • W.G. Hellinga [laudatio] en M.E. Kronenberg [dankrede], Jaarboek der Universiteit van Amsterdam 2 (1950-1951) 75-79.
  • H. de la Fontaine Verwey, ‘Bij de tachtigste verjaardag van dr. M.E. Kronenberg’, De Gulden Passer 39 (1961) 3-16.
  • A.C.F. Koch, ‘Doctor Maria Elisabeth Kronenberg’, Overijssel. Jaarboek voor cultuur en historie 17 (1963) 47-55 [Engelse vertaling met uitgewerkte noten in Quaerendo 1 (1971) 191-200].
  • Marieke van Delft e.a. red., Vriendschap in vereniging. Catalogus van de tentoonstelling ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Vereniging ‘Vrienden der Koninklijke Bibliotheek’ (Den Haag 1988).

Illustratie

Maria Kronenberg, door onbekende fotograaf, 1935 (Haags Gemeentearchief).

Auteur: A.H. Huussen jr.

 

laatst gewijzigd: 11/09/2017