Meer van Kuffeler, Vrouwtje Cornelia van der (1860-1934)

 
English | Nederlands

KUFFELER, Vrouwtje Cornelia van der MEER van, vooral bekend als Cor van Kuffeler (geb. Rhenen 20-9-1860 – gest. Deventer 3-10-1934), onderwijzeres en feministe. Dochter van Jacob Charles Anne van der Meer van Kuffeler (1818-1895), belastingontvanger, wethouder en mede-eigenaar van een tabaksplantage, en Ida Eleonora Catharina Jacoba Maria Weldijk (1825-1869). Cor van Kuffeler bleef ongehuwd.

Vrouwtje Cornelia (Cor) van der Meer van Kuffeler werd in Rhenen geboren in een Nederlands-hervormde patriciërsfamilie. Moeder Ida en vader Jacob, belastingontvanger, raadslid en wethouder, en mede-eigenaar van de tabaksplantage Willem III, waren nicht en neef. Cor had een oudere halfbroer, Jacques (1843-1917), uit het eerste huwelijk van haar vader, en een jongere zus Charlotte (1866-1909), die een verstandelijke beperking had. Toen Cor zes was, moesten haar ouders huis en goederen verkopen vanwege een dreigend faillissement. Haar vader werd belastinginspecteur in Weesp en de familie verhuisde naar Weesperkarspel. In 1868 volgde een verhuizing naar Dordrecht, waar de vader eveneens belastinginspecteur werd en inspecteur van een verzekeringsmaatschappij. Nadat moeder Ida in 1869 was gestorven, hertrouwde de vader met haar vermogende zuster Charlotte Weldijk.

Cor van Kuffeler behaalde via zelfstudie en privéles diverse lo-aktes, waaronder Frans, Duits en Engels. In Dordrecht kreeg ze in 1879 haar eerste betrekking aan een openbare lagere school. Drie jaar later haalde ze de akte van hoofdonderwijzeres en in 1887 werd zij hoofd van de meisjes-ulo – ze had intussen ook haar mo-akte geschiedenis.

Naar Deventer

Cor van Kuffeler (inmiddels 31 jaar oud) verhuisde in 1891 naar Deventer om daar hoofd te worden van ‘School B’, een ulo voor meisjes in alle klassen en voor jongens in de eerste twee leerjaren. Zij vestigde zich in de Korte Bisschopsstraat (nr. 3), in een huis dat daarvoor toebehoorde aan de familie van de links-liberale politicus Henri Marchant, en raakte bevriend met feministische leden van de vooruitstrevende Deventer elite, waaronder de fabrikantenfamilie Ankersmit en de drukkers- en uitgeversfamilie Kluwer. Na de dood van vader Jacob in 1895 kwamen ook Van Kuffelers stiefmoeder en zusje naar Deventer. Ze woonden op verschillende adressen in bij Cor, die geregistreerd stond als hoofd van het gezin, aanvankelijk op stand en vanaf 1906 (na het overlijden van haar stiefmoeder) in een eenvoudiger woning. Zus Charlotte stierf in 1909.

Naast haar werk als onderwijzeres was Cor van Kuffeler actief op maatschappelijk terrein. Ze gaf cursussen aan fabrieksmeisjes en -vrouwen – mogelijk heeft zij zich mede beijverd voor de oprichting van de Vrouwenarbeidsschool – en was in 1895 medeoprichtster van de Vereeniging tot Wijkverpleging en het Groene Kruis. Bovendien was ze bestuurslid van de Vereeniging Onderlinge Vrouwenbescherming, eerst van de Deventer afdeling, later ook van het landelijk bestuur – in het Gedenkboek 1897-1922 van deze vereniging publiceerde ze een artikel. Zoals veel onderwijzend personeel schreef ook Cor van Kuffeler een leerboekje, in haar geval Een eenvoudige geschiedenis van ons vaderland voor de lagere school. Het verscheen in 1907 bij Kluwer. In datzelfde jaar was ze medeauteur van Teuntje, een blijspel voor kinderen.

Vrouwenstrijd

In 1897 ontmoette Cor van Kuffeler Elise Haighton, bestuurslid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, toen deze ter voorbereiding van de ‘Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid’ (Den Haag 1898) naar Deventer kwam om overleg te plegen met de echtgenote van textielfabrikant G.L. Ankersmit over een bijdrage van textielarbeidsters aan de expositie. Mogelijk was Van Kuffeler toen al lid van de VvVK. In 1906 werd door haar toedoen en in aanwezigheid van landelijk presidente Aletta Jacobs en bestuurslid Martina Kramers de afdeling Deventer van de VvVK opgericht. Cor van Kuffeler werd de eerste presidente. De Deventer afdeling ontplooide vele activiteiten, zoals een propagandabijeenkomst in juni 1912, waarvoor een speciale krant in een oplage van vijfduizend (!) exemplaren gratis werd verspreid. Dat jaar raakte Van Kuffeler haar baan als schoolhoofd kwijt vanwege een fusie van twee openbare uloscholen, een voor jongens en een voor meisjes. Ze werd niet als hoofd benoemd omdat zij onvoldoende ervaring had met jongensonderwijs, maar waarschijnlijk ook omdat de andere kandidaat een man was die een gezin te onderhouden had. Van Kuffeler kreeg wachtgeld (80% van haar salaris) en werd in 1913 benoemd in de gemeentelijke Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs, waarin ze tot 1920 zitting had.

Dankzij onder meer deze wachtgeldregeling kon Cor van Kuffeler veel tijd besteden aan de vrouwenstrijd. Ze schreef artikelen, zoals in de bundel Van vrouwenleven 1813-1913, hield in het hele land lezingen over vrouwenkiesrecht en gaf cursussen over politiek en opvoeding. Ook was ze actief als lid van de subcommissie voor onderwijs bij de tentoonstelling ‘De Vrouw 1813-1913’ (Amsterdam 1913). Op 18 en 19 juli 1914 organiseerde de Deventer afdeling de grote zomervergadering van de VvVK, waarbij Van Kuffeler ongetwijfeld een grote rol heeft gespeeld. Er was een optocht en daarna een ontvangst voor bestuur en delegaties op het stadhuis. Daarbij was behalve de links-liberale burgemeester en zijn echtgenote ook Kamerlid Marchant aanwezig. Dit was de eerste keer dat een delegatie van de VvVK officieel werd ontvangen door de overheid, zo verklaarde presidente Aletta Jacobs.

Cor van Kuffeler was in 1914-1915 betrokken bij de organisatie van het ‘Volkspetitionnement voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw’, waarvoor bijna 163.000 handtekeningen werden opgehaald. Nadat ze in 1915 lid en tweede vicevoorzitster was geworden van het hoofdbestuur van de VvVK, mocht ze bij ontstentenis van presidente Jacobs op 22 september van dat jaar het Volkspetitionnement officieel aanbieden aan minister P.W.A. Cort van der Linden. In Deventer richtte zij datzelfde jaar met anderen een Vrouwenclub op voor ‘werkende vrouwen’, die ten minste twee jaar heeft bestaan en waarvan zij de eerste presidente was.

Na 1919

In 1919 stelde Cor van Kuffeler zich bij de gemeenteraadsverkiezingen in Deventer kandidaat voor de partij Gemeentebelang. Ze kreeg meer stemmen dan de drie vrouwelijke kandidaten van andere partijen, maar stond te laag op de lijst om een zetel te krijgen. In 1922 kon zij een vertrekkend lid opvolgen, maar toen was ze al verhuisd naar Zwolle. Bij het 25-jarig bestaan van de VvVK in 1919 – het jaar waarin vrouwen het actieve kiesrecht verkregen – werkte Cor van Kuffeler mee aan het jubileumboek. Zij was een jaar bestuurslid van de het hoofdbestuur van de Nederlandsche Vereeniging voor Staatsburgeressen, de voortzetting van de VvVK, maar werd niet gekozen in het volgende bestuur.

Vanwege een ministeriële beschikking moest Cor van Kuffeler in 1920 weer aan het werk in het onderwijs. Ze was inmiddels zestig jaar oud en zag er erg tegenop, zo blijkt uit een verdrietige sollicitatiebrief (‘met een zwaar gemoed’ ), maar desondanks werd zij benoemd als hoofd van een meisjes-ulo in Zwolle. Ze woonde daar vanaf 1922 samen met een collega, mej. I.M. Strouben. Van Kuffeler bleef politiek actief. Zo stelde ze zich bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1922 namens de Centrale Kieskring Zwolle kandidaat voor de Vrijheidsbond – ze haalde uiteindelijk 745 stemmen in de gecombineerde kieskringen Leeuwarden, Zwolle, Groningen en Assen. In Zwolle vervulde ze ook bestuurstaken, onder andere als voorzitster van de Zwolsche Volksuniversiteit en de Leeszaal. Binnen de familie was Cor van Kuffeler voorzitster van de Familievereniging Van Kuffeler.

In 1930 ging Van Kuffeler na vijftig dienstjaren eervol met pensioen en werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Wegens ziekte verbleef ze in 1933 enige maanden in Deventer. Via een advertentie liet ze in juni van dat jaar weten dat zij stopte met alle bestuurstaken en lidmaatschappen in Zwolle. In september 1934 verhuisde Cor van der Meer van Kuffeler weer naar Deventer, waar ze na een kort ziekbed op 3 oktober in het ziekenhuis overleed. Ze werd op de Algemene Begraafplaats begraven.

Betekenis

In Het Vaderland van 4 oktober 1934 wordt Cor van Kuffeler een ‘bekende figuur in de vrouwenbeweging en een warm voorstandster van het vrouwenkiesrecht’ genoemd. Ze heeft zich haar leven lang ingezet voor verbetering van het onderwijs aan meisjes en aan vrouwen, zowel op landelijk als lokaal niveau. Als oprichtster van de afdeling Deventer en als landelijk bestuurslid van de VvVK heeft ze veel betekend voor de vrouwenkiesrechtbeweging, maar tegenwoordig is haar naam – buiten Deventer en Zwolle – bij slechts weinigen bekend.

 

Naslagwerken

wieiswieinOverijssel.nl (geraadpleegd 27-2-2021) .

Archivalia

  • Atria, Amsterdam: Archief Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898, inv.nr. 90 (Brief van Elise Haighton aan A.P. (Suze) Groshans, d.d. 22-04-1897).
  • Stadhuis Zwolle: Personeelsdossier V.C. van der Meer van Kuffeler, toegangsnr. 2.08, nr. 1335 (met sollicitatiebrief d.d. 23-7-1920).

Publicaties

  • Een eenvoudige geschiedenis van ons vaderland voor de lagere school (in den vorm van aanteekeningen bij het onderwijs) (Deventer 1907).
  • ‘Teuntje’. Oorspronkelijk blijspel voor kinderen in 4 bedrijven (Deventer 1907) [met I. van Delden].
  • ‘De veranderde maatschappelijke en politieke verhouding van de vrouw in Nederland’, in: A. van Hogendorp en Cornelia van der Hart, Van vrouwenleven 1813-1913 (Groningen 1913) 62-88.
  • ‘De invloed uitgegaan van den strijd om het kiesrecht voor de vrouw’, in: Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. 1894-1919 (Amsterdam [1919]) 50-53.
  • ‘Wanhoop niet’, in: Gedenkboek Onderlinge Vrouwenbescherming 1897-1922 (z.p. [1922]) 27-28.

Literatuur

  • Propagandablad, uitgegeven door de Afdeling Deventer van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, 12-6-1912.

  • F.C. van der Meer van Kuffeler, Stamboek van het geslacht Van Kuffeler ([Den Haag] 1952), 28.
  • F.M. Galesloot, ‘De Deventer volkspartij en haar invloed op de gemeentepolitiek’, Deventer Jaarboek 1991, 6-25.
  • Lamberthe de Jong, ‘Vrouwenkiesrecht in Deventer’, Deventer Jaarboek 2000, 11-31.
  • Lamberthe de Jong, ‘Een nieuwe fase voor de beweging. Officiële erkenning van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht in Deventer’, Historica 23 (2000) nr. 3, 9-11.
  • Erna Lammers, Door mannen gekozen. De eerste vrouwen in de Deventer gemeenteraad (Zutphen 2020) 28-32.
  • Just M. Vlak, ‘Cornelia van der Meer van Kuffeler en de strijd voor het vrouwenkiesrecht. Leven en werk van een Rhenense ‘suffragette’’, Oud Rhenen. Cultuurhistorisch tijdschrift voor Rhenen, Achterberg en Elst 39 (2020) nr. 2, 26-32.

Illustratie

Portretfoto door onbekende fotograaf. Uit Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, 1919.  

 

Auteur: Lamberthe de Jong

laatst gewijzigd: 12/04/2021