Kuile, Maria ter (1903-1985)

 
English | Nederlands

KUILE, Maria ter (geb. Soerabaja, Nederlands-Indië 9-5-1903 – gest. Semarang, Indonesië 20-2-1985), zakenvrouw en consulair correspondente, hielp spijtoptanten en soldatenkinderen in Indonesië. Dochter van Benjamin ter Kuile (1866-1929), notaris, en Johanna Goedkoop (1878-1958). Maria ter Kuile bleef ongehuwd.

Maria ter Kuile werd geboren in Soerabaja als tweede van vier kinderen. Haar vader,  een telg uit een Twentse textielfamilie, had zich als notaris in Soerabaja gevestigd. Daar trouwde hij in 1899 met Johanna Goedkoop uit Amsterdam. Maria (‘Deetje’) verhuisde in 1922 met haar ouders naar Den Haag. Na de plotselinge dood van de vader (1929) bleef Maria bij haar moeder wonen in de Haagse wijk Marlot.

Onduidelijk is of ze in deze periode dan wel later in Indonesië een universitaire graad behaalde – in 1959 werd ze als ‘mej. mr. M. ter Kuile te Semarang’ koninklijk onderscheiden (De Telegraaf, 29-4-1959). Vast staat wel dat ze begin jaren dertig enthousiast auto reed. In de herfst van 1932 eindigde ‘mej. M. ter Kuile’ uit Den Haag met haar Ford als eerste in een rally van de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club (Haagsche Courant, 7-11-1932).

Bouwmaatschappij

De 33-jarige Maria ter Kuile vertrok in september 1936 naar Midden-Java om daar voor haar moeder een investeringsproject te beheren. Ze woonde vermoedelijk bij haar neef C. ter Kuile, handelsagent in Semarang (Kleian, 500). Daar beheerde ze een complex met bijna dertig ambtenarenwoningen in het nabije Nieuw Tjandi – haar vader was hiervan grootaandeelhouder geweest. De Japanse bezetting maakte in 1942 tijdelijk een einde aan dit werk. Ter Kuile verloor het contact met haar familie. Na de Bevrijding werd aangenomen dat ze in de oorlog was omgekomen: ‘overleden in de bosschen bij Semarang, in het begin van den oorlog tegen Japan 1942’ (Nederland’s Patriciaat 32, 1946). In werkelijkheid werd ze hoofd huisvesting voor de Regeringscommissaris Bestuursaangelegenheden (RECOMBA) in Semarang en directeur van N.V. De Bouwmaatschappij, die het complex in Nieuw Tjandi beheerde – buiten haar moeder en overige familie om. Hoewel alle Nederlandse bedrijven in Indonesië in 1957 waren onteigend, was Ter Kuile nog altijd directeur van de Bouwmaatschappij toen ze in 1959 onder de rubriek ‘Buitenlandse Zaken’ werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Spijtoptanten en soldatenkinderen

Inmiddels bewoonde Ter Kuile als Indonesisch staatsburger een eigen huis in Semarang. Daar bemiddelde ze als ‘consulair correspondent’ bij de repatriëring van Nederlanders die eveneens waren genaturaliseerd tot Indonesisch staatsburger (warga negara), maar vanwege de toenemende discriminatie en spanningen alsnog naar Nederland terug wilden. Haar team voor de ‘verlichting’ van Nederlandse staatsburgers (penerangan warga negara Belanda), dat ze uit eigen middelen bekostigde, hielp honderden van deze ‘spijtoptanten’ terug naar Nederland. Ze  correspondeerde met de directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie over visa en met andere ministeries over voorzieningen voor de achterblijvers.

Tegenover de Nederlandse ambtenaar J.A.M. Boudewijn, die haar in 1963 in Semarang bezocht, verklaarde Ter Kuile – volgens zijn rapport soms heftig gebarend – hoe ze opkwam voor haar protegés. Omdat haar huizenbezit door een huurbevriezing weinig meer opleverde, leefde ze vooral van taxatieopdrachten.Ze had felle kritiek op de Indonesische Republiek maar ook op de ‘harteloze’ Nederlandse regering. ‘Ik zal eerder sterven dan ophouden te pleiten’, zei ze. Ook vertelde ze over haar werk voor de plaatselijke doopsgezinde gemeente.

Ter Kuile bemoeide zich ook met een schrijnende erfenis uit de tijd dat Nederland met geweld poogde de onafhankelijkheid van Indonesië terug te draaien. Tussen 1946 en 1949 hadden Nederlandse militairen honderden onwettige kinderen verwekt bij Indonesische vrouwen. Veel van deze ‘anak Belanda’ kwamen terecht in weeshuizen (Wietsma en Scagliola). Ter Kuile bezocht hen daar geregeld, zorgde dat ze vanuit Nederland postpakketten met kinderkleren en andere benodigdheden kregen, en gaf voorlichting over vertrek naar Nederland. Voor haar werk als consulair correspondent werd ze in 1972 bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Maria ter Kuile overleed op 20 februari 1985 op 81-jarige leeftijd in haar woonplaats Semarang.

Naslagwerken

Nederland’s Patriciaat; Regerings-almanak van Nederlandsch-Indië.

Archivalia

Gemeentearchief Den Haag: collectie persoonskaarten.

Nationaal Archief, Den Haag: toegang 2.05.188 (Nederlandse Ambassade in Indonesië 1962-1974, inv.nr. 858); toegang 2.10.14 (Algemene Secretarie van de Nederlands-Indische Regering) inv.nr. 4850 (verslagen van de bevindingen van de RECOMBA Midden-Java, 1947); toegang 2.20.27 (Stichting Comité Nationale Actie Steunt Spijtoptanten Indonesië), inv.nr. 299 (ingekomen brieven van mej. mr. M. ter Kuile te Semarang, 1939-1960).

Literatuur

  • De Indische courant, 5-10-1936 (passagierslijst M.S. Poelau Roebiah).
  • F. Kleian, Kleian’s adresboek van geheel Nederlandsch-Indië (Batavia 1938).
  • Annegriet Wietsma en Stef Scagliola, Liefde in tijden van oorlog. Onze jongens en hun verzwegen kinderen in de Oost (Amsterdam 2013).

Illustratie

In bestelling.

Auteur: Annegriet Wietsma

 

laatst gewijzigd: 21/11/2017