Kuiper, Johanna Engelberta (1896-1956)

 
English | Nederlands

KUIPER, Johanna Engelberta (geb. Warga 10-3-1896 – gest. Semarang, Indonesië 2-3-1956), schrijfster, feministe, socialiste. Dochter van Abram Kornelis Kuiper (1864-1944), doopsgezind predikant, en Henriëtta Sophia Muller (1868-1935). Johanna Kuiper trouwde op 6-11-1935 in Nieuwendam met Klaas Abe Schipper (1906-1949), predikant. Dit huwelijk bleef kinderloos. Uit eerdere relaties werden 2 zoons geboren.

Johanna (Hannie) Kuiper werd in Warga (onder Leeuwarden) geboren als de enige dochter in een doopsgezind predikantsgezin – ze had een oudere en drie jongere broers. Haar moeder was de dochter van de bekende boekverkoper en bibliograaf Frederik Muller. Johanna groeide grotendeels op in Amsterdam, waar haar vader in 1891 werd beroepen in de Singelkerk van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam. Kennis van Bijbelse verhalen kreeg ze met de paplepel ingegoten. Na de lagere school – bij de idealist Cornelis Vrij – en vervolgens de Nieuwe Middelbare Meisjesschool werd ze in 1916 toegelaten tot de zesde klas van het Stedelijk Gymnasium (het latere Barlaeus). Met extra lessen haalde ze in één jaar haar a-diploma. Mede door haar dyslexie ging Johanna niet graag naar school. Ze trok zich vaak terug in een eigen droomwereld en schreef verhalen. Belangrijk voor haar ontwikkeling waren de zomervakantieweken van de Nederlandse Christen-Studenten Vereniging (NCSV), waar ze kon praten over geloofs- en andere levensvragen.

In 1917 ging Johanna theologie studeren aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam. Ze combineerde de studie met het leiden van meisjesclubs bij de Vereniging Ons Huis. In het voorjaar van 1920 slaagde ze voor het kandidaatsexamen. Datzelfde jaar was ze korte tijd verloofd met iemand die ze kende van de NCSV. Toen hij in december van dat jaar de verloving verbrak, vertrok Johanna naar Limburg, waar ze woninginspectrice werd bij de Staatsmijnen. Daar werd ze lid van de SDAP.

Vrije liefde

In Limburg kreeg Johanna Kuiper een relatie met de veel oudere, getrouwde mijnwerker en vakbondsleider Willem van der Vuurst. Na een miskraam deed ze sociaal buurtwerk in de nieuwe Rotterdamse wijk Tuindorp en daarna – in 1923 – werd ze leidster bij de Amsterdamse Vereniging van Werkende Jonge vrouwen. Ondertussen werd ze opnieuw zwanger van Van der Vuurst. Haar zoon (Willem Frederik) werd op 18 juli 1924 tijdens een langdurig verblijf bij vrienden in Duitsland geboren. Om een eigen inkomen te verwerven ging ze schrijven en vertalen – haar moeder deed de correctie. In 1926 verscheen haar eerste publicatie: Van Gods Geslacht: Karakters uit den Bijbel. Datzelfde jaar publiceerde ze ook het jeugdboek Riek Noordhof.

Tijdens een bezoek aan Nederland in 1926 kreeg Kuiper een affaire met SDAP-voorman Floor Wibaut, met wie ze tot zijn dood in 1936 contact hield. Dat hij getrouwd was, was geen bezwaar – ook de Wibauts (dus ook Mathilde) hadden vrije opvattingen over liefde. Na korte tijd in een klein plaatsje aan de Italiaanse Rivièra en vervolgens Florence te hebben gewoond vestigde Kuiper zich in 1928 in Tuindorp Nieuwendam. Ze deed er sociaal buurtwerk, werd actief voor de SDAP en schreef voor verschillende socialistische vrouwentijdschriften, zoals De Werkende Vrouw. Verder schreef ze een reeks boeken voor jonge kinderen en artikelen over pedagogische onderwerpen voor Het Kind. In 1933 kreeg ze een relatie met Fred Prins, een broer van een van haar studievriendinnen, waaruit – deze keer in Zweden – op 23 oktober 1934 Kristofer Marinus werd geboren.

Huwelijk

Terug in Amsterdam ontmoette Johanna Kuiper de tien jaar jongere Klaas Abe Schipper, Nederlands-hervormd predikant te Etersheim (boven Edam) – ze trouwden op 6 november 1935. Schipper echtte bij die gelegenheid haar beide zoons. In 1936 werd ze lidmaat van de Nederlands-hervormde kerk. Johanna vervulde haar taak als domineesvrouw met verve: ze leidde de vrouwenvereniging, bezocht oudere gemeenteleden en gaf leiding aan de zondagsschool. Ondertussen bleef ze schrijven en vertalen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zetten de Schippers zich in voor Joodse onderduikers. Bij een overval werden Johanna’s man en de onderduikers gepakt – zelf moest ze hierna onderduiken. In die periode werkte Johanna Kuiper aan een kinderbijbel, een opdracht van uitgeverij Ploegsma. Na de oorlog keerde het echtpaar met de nodige littekens terug naar Etersheim: Klaas was beschadigd door de doorstane martelingen en gevangenschap, Johanna had een verwonding aan haar enkel opgelopen die nooit meer helemaal zou genezen. In 1948 verscheen haar Bijbel voor de jeugd, die opviel door de vrije, fantasievolle bewerking van de Bijbelverhalen.

In 1949 stierf Klaas Schipper aan de gevolgen van een beroerte. Johanna Kuiper vestigde zich weer in Amsterdam, samen met Kristofer en kleinzoon Klaasje, die bij haar inwoonde sinds de echtscheiding van zoon Willem – hij bleef, ook toen Willem in 1952 met zijn tweede vrouw naar Indonesië verhuisde. Ondertussen bleef Kuiper jeugdboeken schrijven. Ze liet zich inspireren door sociaal bewogen auteurs als Ethel Turner, Selma Lagerlöf, Charlotte Yonge, Edith Nesbit en Nynke van Hichtum. Haar boeken uit die jaren, waaronder Meisjesstudente (1950), gingen over meisjes die een eigen leven willen opbouwen. In 1950 werd ze godsdienstonderwijzeres bij de Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam, waarmee ze terugkeerde naar het doopsgezinde nest. Tot 1 januari 1955 deed ze het zondagsschoolwerk met veel enthousiasme, maar vanwege een conflict over haar vrije opvattingen over seksualiteit moest ze hiermee stoppen.

Inmiddels was Kuiper ook begonnen aan een bijbel voor jongere kinderen. Dit werk onderbrak ze in oktober 1955 vanwege een reis naar Indonesië, daartoe in staat gesteld door een royale gift van een van de Joodse kinderen die ze in de oorlog had geholpen. In Indonesië had ze veel contact met de doopsgezinde gemeente in Pati op Java. Onverwacht stierf ze op 2 maart 1956 in het Sint Elisabethziekenhuis te Semarang aan trombose. Johanna Kuiper werd begraven in Pati. De kinderbijbel van Johanna Kuiper verscheen postuum in 1959.

Betekenis

Johanna E. Kuiper schreef tussen 1925 en 1956 vele artikelen en boeken, waaronder bijna vijftig kinder- en jeugdboeken. Persoonlijke ontplooiing en autonomie zijn daarin belangrijke thema’s. Een bijzondere plaats in haar oeuvre hebben de twee jeugdbijbels, die in brede kring zijn gebruikt als gezinsbijbel. Behalve als schrijfster deed ze als socialiste en feministe van zich spreken, niet alleen door het schrijven van artikelen maar ook door praktisch buurtwerk. De hulp aan Joodse onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde haar en haar man in 2015 postuum de Yad Vashem-onderscheiding op.

Naslagwerken

Lexicon jeugdliteratuur.

Archivalia

Gemeentearchief Amsterdam: gezinskaart Abraham Kornelis Kuiper; gezinskaart Johanna E. Kuiper.

Publicaties

  • Van Gods geslacht: Karakters uit den Bijbel (Amsterdam 1926).
  • Riek Noordhof (Amsterdam 1926).
  • Het volle leven (Rotterdam 1930).
  • Een klein meisje in een oude stad (Den Haag 1932).
  • Het groote plan (Alkmaar z.j. [1934]).
  • Als je maar wilt (Alkmaar z.j. [1937]).
  • De zangers van den prins (Amsterdam 1941).
  • Bijbel voor de jeugd (Amsterdam 1948).
  • Meisjesstudente (Meppel [1950]).
  • De kinderbijbel van Johanna Kuiper (Amsterdam 1959).

Een volledige bibliografie is opgenomen in Van Melle, Johanna E. Kuiper 1896-1956 (2015).

Literatuur

  • Henriëtte J. Kluit en Saskia Lobo, De kleine vuurtoren. Jeugdboekengids 1932 (Den Haag z.j. [1932]).
  • D.L. Daalder, Wormcruyt met suycker: Historisch-critisch overzicht van de Nederlandse kinderliteratuur met illustraties en portretten (Amsterdam 1950) 131, 157-158, 173, 206.
  • Joris Baers en Paul Hardy red., Lectuur-Repertorium (Amsterdam/Tilburg 1953) 1437-1438.
  • [Anoniem], ‘De vrouw in het midden: Interview met mevrouw Schipper-Kuiper’, De Hervormde Kerk, 31-7-1954, 9.
  • D.L. Daalder, ‘Johanna E. Kuiper (10 maart 1896-2 maart 1956)’, Doopsgezind Jaarboekje (1957) 16.
  • W.F.G. Terborgh red., Rapport van een onderzoek naar kinderbijbels (Boxtel 1972).
  • Max Pam, ‘Tussen ratio en ritueel’, Vrij Nederland, 20-7-1985, 2-21.
  • Richard van Schoonderwoerd den Bezemer, Vroom en Vrij. De geschiedenis van de vrijzinnig protestantse jeugdliteratuur in Nederland (Den Haag 2001).
  • Willem van der Meiden, ‘Zoo heerlijk eenvoudig’: Geschiedenis van de kinderbijbel in Nederland (Hilversum 2009).
  • Ferdinand van Melle, ‘Portret van een portret’, Doopsgezinde Bijdragen 40 (2014) 335-350.
  • Ferdinand van Melle, Johanna E. Kuiper 1896-1956.Een gewaagd leven (z.p. [Ouddorp] 2015) [dissertatie].
  • Marinde van der Breggen, ‘Hannie kon van niks een verhaal maken’, Trouw, 5-3-2015.
  • Debbie de Vries, ‘Eigenzinnige schrijfster hielp Joden in Etersheim: Johanna Kuiper verrichtte heldhaftige daden tijdens oorlog’, Noordhollands Dagblad, 21-3-2015.
  • Willem Bouwman, ‘Yad Vashem voor moedig predikantenpaar’, Nederlands Dagblad, 22-8-2015.

Illustratie

(Uit: van Melle, Johanna E. Kuiper 1896-1956: een gewaagd leven).

Auteur: Janneke van der Veer

laatst gewijzigd: 31/01/2016