Lee, Susanna van (1630?-1700)

LEE, Susanna van (geb. 1630? – begr. Amsterdam 13-1-1700), een van de eerste beroepstoneelspeelsters bij de Amsterdamse Schouwburg. Zij trouwde met Rochus Conrad Eeckhout (ca. 1630-1701), musicus. Uit dit huwelijk werden 2 of 3 zoons en 2 dochters geboren.

Vermoedelijk maakte Susanna van Lee al op jonge leeftijd deel uit van het reizend toneelgezelschap van Jan Baptist van Fornenbergh (1624-1697), dat onder de naam ‘Aartshertogelijke Comedianten’ vooral in het buitenland bekendheid verwierf. Fornenbergh en zijn troep traden op in het noorden van Duitsland en in Denemarken en Zweden, waar zij Nederlands repertoire speelden. Haar man, Rochus Conrad Eeckhout, kwam uit een familie van musici, dansers en toneelspelers en was vermoedelijk als musicus betrokken bij de voorstellingen. Tijdens een buitenlandse tournee werd hun zoontje Nicolay geboren. De acteur Gillis Nozeman was getuige bij de doop op 27 januari 1653 in de Duits-Evangelisch Gereformeerde Gemeente van Altona bij Hamburg.

Uit Zweedse hofrekeningen is bekend dat het gezelschap van Van Fornenbergh in 1653 in Stockholm optrad voor koningin Christina. Deze was maar matig enthousiast over het spel van de Hollandse komedianten en verwees het gezelschap naar het hof van de koningin-moeder, Maria Eleonora. Zeker is dat de troep toen uit dertien personen bestond – twee muzikanten, elf mannen en vrouwen – en rijkelijk werd beloond. Het is niet uitgesloten dat Susanna Eeckhout en haar collega’s Ariana Nozeman-van den Berg (1626/28-1661) en Elisabeth Kalbergen-de Baer de eerste beroepsactrices waren die in Zweden optraden (Dahlberg, ‘Vondels Gedicht’, 308).

In reizende gezelschappen was het al wel gebruikelijk dat er toneelspeelsters optraden, maar de Amsterdamse Schouwburg engageerde pas in 1655 voor het eerst een vrouw: Ariana Nozeman. Vervolgens verschenen er meer vrouwen op de planken en Susanna van Lee was een van hen. Uit de schouwburgrekeningen van september 1655 blijkt dat ze 2,50 gulden per optreden ontving. Uiteindelijk zou haar speelloon opklimmen tot 4,50 gulden. Met tussenpozen was zij tot 1685 aan de Amsterdamse Schouwburg verbonden. Ook haar man werkte aan de voorstellingen mee, als eerste violist en als acteur.

In augustus 1661 traden Susanna van Lee en haar man samen met andere spelers van de Amsterdamse Schouwburg op in Middelburg. Het jaar daarop raakte ze in een ernstig arbeidsconflict met de Amsterdamse Schouwburg verwikkeld. Zij en haar man hadden zich in 1662 laten contracteren door Van Fornenbergh in Den Haag. Dit ondanks een uitdrukkelijk verbod van de Amsterdamse magistraat – op straffe van onmiddellijk ontslag en nooit meer toegelaten te worden – om zich aan diens troep te verbinden. Het Haagse gezelschap werd als een geduchte concurrent gezien. Tijdens de kermis van 1662 trad de troep – mèt de Eeckhouts – met veel succes in Amsterdam op. Dat kwam Susanna duur te staan.

De regenten van de Amsterdamse Schouwburg sommeerden Susanna van Lee terug te keren, maar Van Fornenbergh, bij wie ze nog onder contract stond, eiste schadevergoeding. Haar collega’s bij de Amsterdamse Schouwburg namen het voor haar op. Rochus Eeckhout zou haar tegen haar ‘zinlijkheid’ (wil) het contract hebben laten tekenen. In een notariële verklaring van 1663 beloofden de Amsterdamse acteurs samen de boete van 250 gulden te betalen, bij elkaar te blijven tot de kermis van 1664 en niet naar het gezelschap van Van Fornenbergh over te stappen. Zo keerde Susanna van Lee weer terug naar Amsterdam. Waarom zij in 1670 de kapitale som van 1045 gulden kreeg uitbetaald door de schouwburg is niet bekend. Wel dat dit gebeurde ‘op conditie van ieder spel f 3 van haar salaris te korten’ (Kossmann, 107).

Verdiensten

Susanna van Lee speelde naast de eerste toneelspeelster Ariana Nozeman vooral zogenaamde ‘tedere’ rollen, die van al dan niet verliefde jonge vrouwen. In het seizoen 1658/59, het enige waarvan de rolverdelingen precies bekend zijn, speelde ze onder meer de hoofdrol in Kruls’ Diana, Constance, de Spaanse heidin in Tengnagels gelijknamige blijspel, de Infante in De Cid naar Corneille, en de titelrol in het treurspel Hester van schouwburgregent Johannes Serwouters. Enkele keren speelde ze ook een mannenrol, zoals de Verklikker in Herdoopers aanslag op Amsterdam en een page in de klucht De aardige colicoquelle. Ook trad ze op in balletten, bijvoorbeeld in het ‘Juffren Balet’.

Zoals zoveel toneelspelers en toneelspeelsters vulde Susanna van Lee haar gage aan met inkomsten uit andere werkzaamheden. Zo borduurde zij kostuums voor de schouwburg en verhuurde ze haar eigen toneelkleding voor opvoeringen. Ook zou ze samen met haar man een muziekherberg hebben gehouden in de Runstraat, vlakbij de Amsterdamse Schouwburg: ‘Kom, passeren wij een uurtje tot Eekhouts of in de kelder hier naast’ (Kossmann, 108).

Van de vier, mogelijk vijf kinderen van het echtpaar Eeckhout-Van Lee traden er drie in de voetsporen van hun ouders: Adriana (1650?- na 1722) werd een bekend toneelspeelster en Anthony (1662-na 1702) was in de jaren 1701-1702, maar wellicht al in 1678, als danser en musicus aan de Amsterdamse Schouwburg verbonden. Matthijs Eeckhout speelde in 1663-1664 vier keer in de Schouwburg tegen zes stuivers. Volgens Kossmann (108) en Veldhorst (193) was hij een zoon van Rochus Eeckhout, maar Rasch meent dat hij wellicht diens broer was.

Susanna van Lee overleed op ongeveer zeventigjarige leeftijd en werd op 13 januari 1700 vanuit de Runstraat in Amsterdam begraven. Bij haar uitvaart werden de klokken van de Nieuwe Kerk twee uur lang geluid.

Naslagwerken

Coffeng; NNBW; Worp.

Gespeelde rollen

Voor de rollen die Susanna van Lee in het seizoen 1658/59 speelde, zie Wijbrands (1873).

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: Archief Burgerweeshuis, inv. nr. 429, Parsonageboek anno 1658/59 [hierin staan de op de Amsterdamse Schouwburg gespeelde stukken, de rolverdelingen en de opbrengsten over dat seizoen genoteerd]; inv. nr. 425, Ontfang & uijtgift van d’Amsteldamsche Schouburg van de jaere 1637; Notarieel Archief, inv. nr. 2966, notaris Jan de Vos, fol. 195-196, d.d. 27-7-1663.
  • Theaterinstituut Nederland, Amsterdam: Slingelandt-handschrift: Acteurs en actrices die anno 1638 in dienst van den Schouwburg zijn geweest en vervolgens zijn aangenomen. Gevoegd achter Jan de Marre, Het Eeuwgetijde van den Amsteldamschen Schouwburg (Amsterdam 1738).
  • Het Utrechts Archief: Famieliearchief Huydecoper, inv. nr. 319, Copia uijt het Uitgiftboek van den Schouwburg. Beginnende met het Jaar 1678.
  • Staatsarchiv Hamburg: Archiv Deutsch-Evangelisch-Reformierte Gemeinde, 1646-1699, inv. nr. 521-4.

Literatuur

  • C.N. Wijbrands, ‘De Amsterdamsche Schouwburg gedurende het seizoen 1658-59’, Het Nederlandsche Tooneel 2 (1873) 246-322.
  • E.F. Kossmann, Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van het Nederlandsch tooneel in de 17e en 18e eeuw (Den Haag 1915).
  • Ben Albach, Langs kermissen en hoven. Ontstaan en kroniek van een Nederlands toneelgezelschap in de 17de eeuw (Zutphen 1977).
  • Gunilla Dahlberg, ‘Vondels Gedicht “De Toneelbroeders van den Aertshertoge Leopoldus” und die Truppe Fornenberghs im Jahre 1653’, Nieuwe Taalgids 77 (1984) 304-318.
  • Rudolf Rasch, 'De muziek in de Amsterdamse Schouwburg (1638-1664)', Spiegel Historiael 22 (1987) 185-190.
  • Gunilla Dahlberg, Komediantteatern i 1600-talets Stockholm (Stockholm 1992).
  • Natascha Veldhorst, De perfecte verleiding. Muzikale scènes op het Amsterdams toneel in de zeventiende eeuw (Amsterdam 2004).
  • Rudolf Rasch, [ongepubliceerd artikel over het geslacht Eeckhout].

Auteur: Malou Nozeman

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 303

laatst gewijzigd: 13/01/2014