Lemaire, Therese Finette (1919-1998)

 
English | Nederlands

LEMAIRE, Thérèse Finette (geb. Amsterdam 15-1-1919 – gest. Amsterdam 10-12-1998), journaliste, politica, kunsthandelaarster. Dochter van Matthias Ludovicus Joannes Lemaire (1891-1979), onderwijzer en kunsthandelaar, en Mietje de Vries (1887-1986), onderwijzeres. Trees Lemaire bleef ongehuwd.

Rhérèse (Trees) Lemaire en haar jongere broer Frits werden geboren in een Amsterdams onderwijzersgezin. De moeder was joods, de vader katholiek, maar de kinderen werden niet religieus opgevoed. De vader van Trees verzamelde tapijten en kunstvoorwerpen uit Afrika en Nederlands-Indië en besloot van zijn hobby zijn werk te maken. Daarom verhuisde het gezin in 1925 naar Rotterdam, waar vader Lemaire bedrijfsleider werd bij Het Perzisch Tapijthuis. In 1928 volgde een verhuizing naar Den Haag – waarom is onbekend. In 1933 keerde het gezin terug naar Amsterdam, waar Lemaire in de Leidsestraat (nr. 29) een winkel in etnografische kunst en oosterse tapijten begon. Trees was toen veertien jaar. In Amsterdam rondde ze het Gymnasium-A af en studeerde vervolgens van 1937 tot 1943 rechten aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam. Ze was vooral geïnteresseerd in sociale vraagstukken – waarschijnlijk geïnspireerd door haar moeder, die lid was van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP).

Koerierster

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Trees Lemaire voor de Persoonsbewijzen Centrale (PBC), die valse persoonsbewijzen verzorgde voor het verzet en onderduikers. In 1943 werd ze bij een controle opgepakt en overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg, waar ook haar broer Frits zat. Door bemiddeling van een Duitse klant van hun vader kwamen ze alle twee vrij. Trees Lemaire had er pleuritis opgelopen, maar zodra ze beter was, ging ze verder met het illegale werk – ze verspreidde Het Parool. Haar ouders waren bevriend met Frans Goedhart, de oprichter van deze verzetskrant, en de familie bezorgde hem een schuiladres bij kunsthandel Aalderink. Na de bevrijding verhuisde Trees naar Leidsestraat (nr. 28) en ging bij Het Parool aan de slag als sociaal-economisch redactrice. Ook schreef ze over mode. Ze werd chef van de sociaal-economische redactie, maar koos na twaalf jaar journalistiek voor de politiek.

Op 28 maart 1957 werd Trees Lemaire namens de Partij van de Arbeid (PvdA) lid van de Tweede Kamer. Ze hield zich daar bezig met volkshuisvesting en sociale zaken als loonbeleid, sociale zekerheid en arbeid van vrouwen en jongeren. Voor Het Parool bleef ze de eerste jaren een wekelijkse Sociale Kroniek schrijven, over actuele zaken, waaronder de positie van de gehuwde werkende vrouw en nut en noodzaak van de kinderbijslag. In september 1963 verliet ze de Tweede Kamer omdat ze vond dat ze te weinig resultaat van haar inspanningen zag. Rond die tijd verhuisde ze naar de Van Eeghenstraat (nr. 163) in Amsterdam, waar ze tot haar dood bleef wonen.

SER-lid en kunsthandelaar

In september 1963 werd Trees Lemaire hoofd van de afdeling televisiedocumentaires bij de VARA, maar het leidinggeven lag haar niet – ze dacht liever mee over de inhoud. Daarom legde ze in 1966 haar functie van afdelingshoofd neer om secretaris van de Programma Adviesraad te worden. Het daaropvolgende jaar werd ze plaatsvervangend kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER), waar ze zich bezighield met sociale verzekeringen.

Halverwege de jaren zestig ging Trees Lemaire de administratie doen in de kunsthandel van haar vader, inmiddels gevestigd aan de Prinsengracht. Ze wist veel, was zeer belezen en hield de zakelijke belangen scherp in het oog. Eind 1978 verhuisde Galerie Lemaire naar de Reguliersgracht, waar broer Frits zijn fotostudio had. In 1979, na de dood van hun vader, namen Trees en Frits Lemaire de zaak over. Aan het einde van een werkdag dronken ze steevast samen een glaasje sherry.

Naast haar werk in de kunsthandel en voor de SER bekleedde Trees Lemaire bestuursfuncties bij onder andere de Nederlandse Centrale voor Huisvesting van Bejaarden, de Stichting Natuurvrienden, de Vrienden van het Vondelpark, de adviesraad van Het Vrije Volk en de Reclameraad. Ze bleef tot op hoge leeftijd werken. In 1988 werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, vanwege haar verdiensten voor de SER – een jaar later stopte zij haar werkzaamheden voor de raad.

Trees Lemaire overleed op 10 december 1998 in Amsterdam aan een hersentumor. Ze werd 79 jaar.

Reputatie

Trees Lemaire was een van de eerste vrouwelijke kunsthandelaren van Nederland. Als politica en SER-lid zette ze zich in voor sociale verzekeringen. Over haar persoonlijk leven was Lemaire gesloten – ze vertelde weinig over zichzelf. Ze was erg onafhankelijk en het kon haar niet veel schelen wat anderen van haar dachten. Wel koesterde ze haar familierelaties – zo ging ze op vakantie met haar schoonzus en in schoolvakanties trok ze erop uit met haar nichtjes en neefje. Ze was goed bevriend met journaliste Nel Roos en de Amsterdamse Ombudsman Nora Salomons.

Naslagwerken

PDC.

Archivalia

  • Stadsarchief, Amsterdam (gezinskaart; archiefkaart M.L.J. Lemaire).
  • Gemeentearchief, Den Haag, Bevolkingsregister (gezinskaart).
  • Stadsarchief, Rotterdam, Bevolkingsregister (gezinskaart).

Publicaties

‘Nederlands gesprekcentrum: De arbeid van de gehuwde vrouw buiten haar gezin’, Socialisme & Democratie 14 (1957) 268.

Literatuur

  • Gerard Mulder en Paul Koedijk, Léés die krant! Geschiedenis van het naoorlogse Parool 1945-1970 (Amsterdam 1996) 267, 456.
  • Hanneke de Wit, ‘Welbespraakte wervelwind. Thérèse Finette Lemaire 1919-1998’, Het Parool, 18-12-1998.
  • Arjen Ribbens red., Wervelwind, In Memoriam Trees Lemaire (Amsterdam 1999) [uitgave in eigen beheer].
  • Joan Veldkamp, ‘De schatkamer van Galerie Lemaire’, Het Parool, 21-5-2005.

Illustratie

Trees Lemaire, door Frits Lemaire, ca. 1950 (familiearchief).

Auteur: Monique van de Griendt

laatst gewijzigd: 01/11/2017