Listincx, Aefgen (?-1535)

LISTINCX, Aefgen, ook bekend als Aeff Pietersdr. (gest. Brugge 20-8-1538), doperse profetes, omwille van haar geloof ter dood veroordeeld. Dochter van Pieter ? Zij trouwde met Gerrit Listincx. Uit dit huwelijk werd ten minste 1 zoon geboren.

In 1525 moet Aefgen Listincx voor het eerst verdacht zijn geweest van ketterse sympathieën. Dat blijkt uit een rekening van 19 juli 1530 waarin sprake is van vergoeding van de kosten voor de zestien dagen dat zij bij een particulier in Den Haag gevangen had gezeten. Hierna werd zij regelmatig gezocht of bij verstek veroordeeld, onder andere omdat zij een conventikel in Limmen zou hebben bijgewoond. Eenmaal (in 1527) had zij nog vastgezeten, maar toen had haar echtgenoot, Gerrit Listincx, haar vrij kunnen kopen door een boete van drie gulden te betalen. Een andere keer (in 1533) was ze wel voortvluchtig, maar had haar man de eis tegen haar afgekocht door opnieuw een boete – dit keer zestien gulden – te betalen (Documenta anabaptistica, 248 en 251). Ook werd in 1535 een inventaris van haar goederen opgemaakt. Hieruit bleek dat zij in het bezit was van verboden boeken. In het voorjaar van 1535 werd haar zoon Arys Gerytsz. in Limmen gearresteerd, ook vanwege ketterse sympathieën. Bij die gelegenheid wordt vermeld dat hij zijn moeder tegen de zin van zijn vader naar een schip had gebracht dat naar Münster voer, de stad waar de wederdopers heen trokken om het einde der tijden af te wachten. Inderdaad bevond Aefgen Listincx zich in 1535 in het inmiddels belegerde Münster. Na de verovering van de stad moet zij snel weer zijn vrijgelaten, want in 1536 wordt haar gratie verleend nadat zij in Hazerswoude gevangen was genomen. Bij deze gelegenheid werd haar rijkdom gememoreerd. In zijn brief aan de stadhouder meldt de procureur generaal dat zij ‘is zeer rijk’, en dat zij onlangs in Antwerpen veel geld had ontvangen voor oosterse goederen, maar dat er geen cent bij haar was gevonden (idem, 248).

In Münster zou Aefgen Listincx hebben opgetreden als profetes, aldus het vonnis dat het Hof van Holland uiteindelijk op 26 februari 1538 over haar uitsprak (idem, 282). Zijzelf was toen opnieuw voortvluchtig, maar haar echtgenoot was weer prominent aanwezig: hij tekende bezwaar aan tegen de verbeurdverklaring van haar goederen, met verwijzing naar het privilege van 1405, dat inhield dat Amsterdamse burgers nooit meer dan honderd pond konden verbeuren. Gerrit Listincx verloor deze zaak, en zo werd zijn voortvluchtige vrouw niet alleen voor eeuwig verbannen, maar werden ook al haar goederen geconfisqueerd. Op 11 juli 1538 werd inderdaad de inventaris op haar goederen opgemaakt, maar Gerrit wist de confiscatie af te kopen met 250 pond. Uit deze stukken blijkt dat hun huis stond buiten de Sint Olofspoort (Grosheide, 82). Waarschijnlijk was Aefgen zelf toen in Brugge. Ruim een maand later, op 20 augustus, werd zij door het gerecht van Brugge veroordeeld tot de vuurdood. In dat vonnis wordt vermeld dat zij afkomstig was uit Alkmaar (Verheyden), een gegeven dat haar connectie met Limmen zou kunnen verklaren.

Aefgen Listincx was óf de (schoon)zuster van Aleijd Leijstingh, óf zij en Aleijd waren een en dezelfde persoon. De naam van Aleijd Leijstingh is overgeleverd omdat zij met naam en toenaam wordt genoemd door Lambertus Hortensius in zijn Tumultuum anabaptistarum (1548): zij was een vermogende vrouw uit Amsterdam die haar man verliet om zich aan te sluiten bij de wederdopers in Münster en daar werd gedwongen tot een tweede huwelijk, met het gevolg dat zij in bigamie leefde. De directe bronnen zwijgen echter over Aleijd, maar getuigen wel veelvuldig van de rijke Aefgen Listincx uit Amsterdam. Dit verklaart waarom latere historici hebben gemeend dat het om een en dezelfde vrouw moet gaan.

Naslagwerken

Mennonite Encyclopedia.

Literatuur en bronnenuitgaven

  • K. Vos, ‘Kleine bijdragen over de doopersche beweging in Nederland tot het optreden van Menno Simons’, Doopsgezinde Bijdragen 54 (1917) 116-117.
  • Greta Grosheide, Bijdrage tot de geschiedenis der anabaptisten in Amsterdam (Hilversum 1938) 26-27, 56-57, 81-82 [met verwijzing naar archivalia].
  • A.L.E. Verheyden, Het Brugsche martyrologium (12 october 1572 – 7 augustus 1573) (Brussel 1947) 32.
  • Albert F. Mellink, Amsterdam en de wederdopers in de zestiende eeuw (Nijmegen 1978) 12, 14, 50, 77, 82.
  • Documenta anabaptistica Nederlandica, 5: Amsterdam (1531-1536), A.F. Melling ed. (Leiden 1985) 13, 120, 122, 248, 281-285.
  • Luc Panhuysen, De beloofde stad. Opkomst en ondergang van het koninkrijk der wederdopers (Amsterdam/Antwerpen 2000) 137, 157, 407.

Auteur: Els Kloek

 

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 83

laatst gewijzigd: 13/01/2014