Luzac, Emilie Marguérite (1748-1788)

LUZAC, Emilie Marguérite (geb. Leiden 30-11-1748 – gest. Watten, bij Calais 28-11-1788), patriots ballinge wier brieven bewaard zijn gebleven. Dochter van Jean Luzac (1702-1783), boekverkoper en krantenuitgever, en Anna Hillegonda Valckenaer (1718-1760). Op 5-11-1775 trouwde Emilie Luzac in Leiden met Wybo Fijnje (1750-1809), krantenuitgever. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 1 zoon geboren.

Emilie Marguérite Luzac groeide met haar twee zusjes en drie broers op in een welgesteld, gematigd democratisch gezind gezin, dat tot de vrijzinnig Waalse gemeente van Leiden behoorde. Haar vader was uitgever van de Franstalige Gazette de Leyde, een familiebedrijf waarin vele Luzacs gewerkt hebben. Emilie kreeg huisonderwijs, wat zij later beschreef als ‘geen geacheveerde [volkomen] opvoeding’ (Baartmans, 402). Na de dood van haar broer Isaac (1752-1771) en zus Marie Judith (1741-1772) nam zij in 1772 de zorg op zich voor de jongste, Martha Jacoba (1756-1816). Broer Jean (1746-1807) was inmiddels redacteur bij de Gazette geworden.

Na haar huwelijk in 1775 verhuisde Emilie Luzac naar Delft, waar Wybo Fijnje, aanvankelijk bestemd om doopsgezind predikant te worden, een drukkerij had kunnen kopen plus de daarbij behorende krant, de Hollandsche Historische Courant. In Delft leefde het gezin in welstand. Er werd een zoon, Jean Etienne (1777-1853?), geboren en vervolgens een dochter, Maria Jacoba (1781-1860). Vanaf 1783 bracht het gezin de zomers door op het buitenhuis Vlietenburgh in Voorburg, wellicht aangekocht met het kapitaal dat Emilie van haar vader erfde. Bij de politieke restauratie die volgde op de kortstondige patriotse ‘revolutie’ van 1787 moest Fijnje op 16 september van datzelfde jaar hals over kop vluchten. Zijn Courant was het Delftse stadsbestuur wat al te radicaal patriots.

Op 17 september moest ook Emilie Luzac, hoogzwanger, Delft verlaten. Met haar twee kinderen arriveerde ze na een moeilijke reis in Antwerpen, waar zij haar man weer trof. In Brussel, de volgende stad die Emilie en Wybo aandeden, kwam hun derde kind ter wereld. Het werd echter nog geen twee weken oud. Halverwege 1788 verhuisde het gezin naar Watten, bij Sint Omaars (Saint Omer), het Noord-Franse toevluchtsoord van talloze patriotten uit de Republiek. Het was de laatste woonplaats van Emilie Fijnje-Luzac: na een slopende ziekte stierf zij er. Op 2 december werd zij begraven op het protestantse kerkhof in Sint Omaars.

Het historisch belang van Emilie Fijnje-Luzac ligt in de uitvoerige brieven die zij tijdens haar vlucht en ballingschap schreef aan familie en vrienden. Enige tientallen daarvan zijn bewaard gebleven. Ze geven een levendig beeld van de zakelijke en materiële problemen van het leven in ballingschap en van de effecten van dat bestaan op vriendschappen en op het gezinsleven. Tezamen vormen ze ook een partiële autobiografie van een vrouw die onverwacht in woelige en onzekere tijden kwam te leven.

Archivalia

  • Universiteitsbibliotheek Leiden: Collectie Luzac 29, map Luzac M.E. aan Luzac J., en map Luzac M.E. aan Persijn M.A.G. [totaal: 40 brieven].
  • Nationaal Archief, Den Haag: Collectie Dumont-Pigalle, Correspondance A 1785-1792 [1 brief].

Publicaties

Emilie Fijnje-Luzac, Myne beslommerde Boedel. Brieven in ballingschap 1787-1788, Jacques J.M. Baartmans ed. ([Nijmegen] 2003) [editie van de 40 brieven uit de UB Leiden].

Literatuur

Jacques J.M. Baartmans, Hollandse wijsgeren in Brabant en Vlaanderen: geschriften van Noord-Nederlandse patriotten in de Oostenrijkse Nederlanden, 1787-1792 (Nijmegen 2001) 399-435.

Redactie

laatst gewijzigd: 13/01/2014