Meyboom, Margaretha Anna Sophia (1856-1927)

 
English | Nederlands

MEYBOOM, Margaretha Anna Sophia, ook bekend onder de naam Meijboom (geb. Amsterdam 29-7-1856 – gest. Voorburg 26-9-1927), propagandiste van de coöperatieve gedachte, publiciste en vertaalster. Dochter van Louis Susan Pedro Meijboom (1817-1874), Nederlands-hervormd predikant, en Angenis Henriëtte Frederika Tijdeman (1828-1898). Vanaf 1898 woonde Margaretha Meijboom samen met Clara Regina Bokkes (1866-1934), gezelschapsdame.

Margaretha Meyboom werd geboren als tweede dochter in een vijf jongens en drie meisjes tellend domineesgezin te Amsterdam – een van haar zusters was Suze, de latere directrice van de Amsterdamse huishoudschool. Aan haar vader, om zijn vrijzinnigheid zowel geliefd als omstreden, dankte Margaretha naar eigen zeggen haar sociale belangstelling. De dochters Meyboom volgden particulier meisjesonderwijs aan de Keizersgracht. Na haar schooltijd zat ze tot haar eigen ongenoegen thuis: ‘een steekje borduren, bezoekjes maken. We hielden het niet uit, mn zuster en ik’ (Van Itallie-van Embden, 187). Via haar vader raakte ze geïnteresseerd in de Scandinavische talen en op zeventienjarige leeftijd leerde ze Deens met behulp van een Deense bijbel en een woordenboek. Hiernaast was ze onderwijzeres aan een zondagsschool. In 1874 overleed vader Meyboom.

Rond haar twintigste raakte Margaretha Meyboom bevriend met Willemien van Gogh, de jongste zus van Vincent. Margaretha en Wil zouden jarenlang intensief met elkaar corresponderen. Margaretha was rond 1879 enige tijd verloofd met een neef van de Van Goghs, de Amsterdamse domineeszoon Paul Stricker. Hij verbrak de verloving omdat zij niet voldeed aan zijn ideaalbeeld: ‘de duizend kleinigheden die zo lief staan aan een vrouw’, waarvan ‘ik geloof dat ik er 999 mis’ (Verlinden 110).

Het Skandinavische voorbeeld

Het gezin Meyboom verhuisde in 1881 naar Den Haag, waar Margaretha opnieuw actief werd in het zondagsschoolwerk. In 1890 volgde ze in Kopenhagen een half jaar lessen bij de taalkundige Otto Jespersen, van wie ze later enkele lesmethoden vertaalde, en haalde ze de bevoegdheid van beëdigd vertaalster in het Deens en het Noors. In Westerbro, een wijk van Kopenhagen, zag zij voor het eerst een coöperatieve huishouding. Terug in Nederland begon Meyboom hier lezingen over te houden en artikelen over te publiceren. Ze wilde laten zien ‘hoeveel wij Hollanders van Denen, Noren en Zweden konden leren op het gebied van sociale toestanden, vrouwenbeweging, handenarbeid en onderwijs’ (‘Skandinavische literatuur’, 47-48). Meybooms eerste vertalingen verschenen in het Nieuws van den Dag, onder het pseudoniem Urda. Haar eerste vertaling onder eigen naam kwam in 1891 uit: Judas, eene passiegeschiedenis van de Zweedse schrijver Tor Hedberg.

Meyboom verhuisde in 1892 naar Groningen om in het huishouden te helpen bij haar oudste (half)broer, Hayo Uden, een jonge weduwnaar met twee kleine kinderen die daar tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis was benoemd. In deze jaren gaf ze veel lezingen in buiten- en binnenland. Ze was nog vaak in Den Haag, waar ze betrokken was bij het in 1894 opgerichte Damesleesmuseum. Als bestuurslid bemoeide Meyboom zich intensief met de boekaanschaf: naast veel literaire werken werden ook publicaties op het terrein van de sociale kwestie aangeschaft. Op haar voorspraak richtte het Damesleesmuseum bovendien enkele ‘vrijplaatsen’ in voor vrouwen die de hoge contributie niet konden betalen. In 1903 zorgde Meyboom ervoor dat het door haar opgerichte Scandinavisch Leesgezelschap zich bij het Damesleesmuseum aansloot.

In de jaren negentig publiceerde Margaretha Meyboom enkele geruchtmakende artikelen over de organisatie van huishoudelijk werk in het Sociaal Weekblad: als vrouwen elkaar meer zouden helpen bij de uitvoering van hun huishoudelijke taken, konden ook andere talenten een kans krijgen. In de verhalenbundel Vrouwenwerk (1895) werkte ze dit thema verder uit. Meyboom mengde zich ook in de discussie die ontstond over de in 1897 verschenen feministische tendensroman Hilda van Suylenburg van Cecile Goekoop-de Jong van Beek en Donk. Ze steunde de schrijfster in haar pleidooi voor betaald werk voor vrouwen en haar kritiek op de eenzijdige meisjesopvoeding.

Meyboom was de vaste vertaalster voor de Scandinavische talen van uitgeverij Wereldbibliotheek. In 1897 ontmoette ze Selma Lagerlöf, van wie ze veel werk zou vertalen. Verder vertaalde ze onder meer werk van Henrik Ibsen en Björnsterne Björnson. De laatstgenoemde was haar favoriet. Bij het vertalen ging zij soms haar eigen gang. Passages die haar niet aanstonden, liet ze eenvoudig weg. Van Lagerlöfs Gösta Berling bijvoorbeeld sloeg ze een heel hoofdstuk met natuurbeschrijvingen over.

Coöperatieve initiatieven

In de zomer van 1898 was Meyboom betrokken bij de Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid in Den Haag. De ‘Kvindernes Udstilling’ van 1895 in Kopenhagen was hét voorbeeld voor de organisatrices, en Meyboom was daarom een belangrijke informante. Ze maakte deel uit van de rubriekcommissie Industrie, en tijdens de Tentoonstelling was ze een van de spreeksters op het Onderwijscongres. In datzelfde jaar trok ze in Den Haag in bij Clara Bokkes, de gezelschapsdame van haar overleden moeder. Tot de dood van Meyboom zouden ze samen blijven. Op de Tentoonstelling ontstond het idee voor de Coöperatieve Vereeniging ‘De Wekker’. Dit textielbedrijfje, in 1899 als particuliere onderneming gestart in de Haagse Zeestraat (nr. 31), werd in 1901 een productiecoöperatie: alle arbeidsters kregen een vast loon, een aandeel in de winst en het vooruitzicht van een pensioen. Meyboom was presidente van de Raad van Beheer. De Wekker vervaardigde en verkocht voorwerpen van kunstnijverheid, kleine meubels en vooral kleren – met name reformkleding. Op het hoogtepunt van de onderneming werkten er ongeveer zestig vrouwen. De coöperatie ging rond 1924 over de kop, ondanks het geld dat Meyboom en enkele andere idealisten in de onderneming hadden gestoken.

Van 1902-1904 was Meyboom redactrice van Lente, een ‘ethisch-revolutionair’ weekblad voor vrouwen en meisjes dat vooral schreef over de ‘aangename kanten van het leven’: muziek, beeldende kunst, literatuur en bouwkunst, maar ook handwerken en mode. Hiernaast besteedde het blad aandacht aan de arbeiders- en de vrouwenbeweging. Ook Lente was Scandinavisch georiënteerd.

Met Clara en Antonia Bokkes (een zus van Clara) richtte Greet Meyboom in 1903 de Coöperatieve Huishoudvereeniging ‘Westerbro’ op. Een jaar later kocht ze anderhalve hectare grond in Rijswijk, waar ze vier huizen liet bouwen. Meyboom en Bokkes zouden er twintig jaar wonen. Westerbro had een eigen bakkerij, tuinderij, spijskokerij, imkerij en een naai- en brei-atelier, maar deze bedrijfjes konden het financieel uiteindelijk niet bolwerken. Meer succes had Westerbro met de exploitatie van een pension en een rusthuisje voor zieken. De gasten moesten zich schikken naar de democratische leefwijze, waarbij ‘bourgeois en arbeiders’ gezamenlijk de maaltijd gebruikten. Volgens Frederik van Eeden lag het mede aan ‘de beschavende invloed van een hoogstaande vrouw’ dat het op Westerbro goed liep. Zo organiseerde Meyboom elke vrijdagavond discussieavonden over wetenschap en kunst, recht en naastenliefde, wijsheid en vroomheid.

Zestien jaar lang was Meyboom secretaris van de in 1900 opgerichte Nederlandsche Coöperatieve Vrouwenbond (NCV), waarbij vooral verbruikscoöperaties waren aangesloten. Als mederedactrice verzorgde zij de vrouwen- en jeugdrubriek in het blad van de NCV, De Coöperator. In 1918 richtte ze de Broederschapsfederatie op: een vereniging van verschillende productieve associaties en levensbeschouwelijke groepen, als theosofen, spiritisten, esperantisten, geheelonthouders, vegetariërs en Rein-Levenden. Toen in 1924 het Internationaal Coöperatieve Vrouwengilde werd opgericht, trad ze toe tot het bestuur.

In september 1924 verhuisde Meyboom in verband met de slechte gezondheid van Clara Bokkes naar Voorburg, waar zij getweeën ‘Nieuw Westerbro’ stichtten. Het lag in de bedoeling hier een gelegenheid voor retraite en een woningcomplex voor gehuwden  te starten, maar met de dood van Margaretha Meyboom op 26 september 1927 kwam er een einde aan beide Westerbro’s.

Betekenis

Margaretha Meyboom was een idealiste. Als vertaalster liet zij het Nederlandstalige publiek kennismaken met de vernieuwende literaire en maatschappelijke opvattingen van auteurs als Ibsen, Björnson en Lagerlöf. In woord en geschrift verzette zij zich tegen de heersende opvatting dat het huisvrouwenbestaan een roeping voor alle vrouwen was. De mogelijkheid om een economisch zelfstandig bestaan op te bouwen zag ze vooral in de coöperatieve gedachte. Onder het motto ‘Allen voor elkander’ streefde ze in Westerbro zowel de samenwerking tussen vrouwen onderling als de samenwerking tussen de seksen, klassen en standen na.

 

Naslagwerken

BWN; Groot.

Archivalia

  • Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam: Archief-Margaretha Meyboom.
  • Letterkundig Museum, Den Haag: Briefwisseling (in het Zweeds) tussen Margaretha Meyboom en Selma Lagerlöf.

Publicaties

Tussen 1891 en 1927 vertaalde en bewerkte Meyboom meer dan 55 titels uit het Deens, Noors, Zweeds en Engels. Verder schreef ze artikelen in Nieuws van den Dag, Sociaal Weekblad, De Groene Amsterdammer, De Gids, Eigen Haard, Opwaarts. Orgaan van den Bond van Christen-Socialisten, De Vrouw, De Coöperator, De Pionier, Scandia, Lente en Scandinavië-Nederland. Enkele publicaties:

  • Handleiding bij het zelfonderricht van 't Deensch (Noorsch) (Leiden 1896).
  • ‘De vrouwenbeweging in Nederland en “Hilda van Suylenburg”’, De Gids 16 (1898) IV, 475-485.
  • Open brief aan Anna de Savornin Lohman naar aanleiding van haar brochure De liefde in de vrouwenkwestie (Amsterdam 1899).
  • Leercursus Deensch met spreekoefeningen in geluidschrift (Groningen 1907).
  • ‘Henrik Ibsen en het huwelijk’, De Gids 27 (1909) II, 274-297.
  • ‘Skandinavische literatuur in Nederland’, De Boekzaal 5 (1911) 45-49.
  • Van en over de liefde (Amsterdam 1924).

Literatuur

  • Frederik van Eeden, ‘Westerbro’, De Pionier, 16-6-1906.
  • H.G. Cannegieter, ‘Karakterschets. Margaretha Meyboom’, Morks-Magazijn 27 (1925) 1-9.
  • Claudine Bienfait, [necrologie],  Leven en Werken. Maandblad voor Meisjes en Vrouwen 12 (1927) 831-838.
  • W.S. Cannegieter, [necrologie], De Groene Amsterdammer, 8-10-1927.
  • Claudine Bienfait red., In herinnering aan Margaretha Meyboom. Door haar vrienden (Den Haag z.j. [ca. 1930]).
  • W. van Itallie-van Embden, ‘Margaretha Meyboom’, Vrouwenjaarboek (1929) 183-189.
  • Saskia Poldervaart, ‘Margaretha Meijboom en Westerbro. Coöperatieve huishouding als feministisch ideaal’, Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 14 (Amsterdam 1994) 46-60.
  • Lizet Duyvendak, Het Haags Damesleesmuseum, 1894-1994 (Den Haag 1994).
  • Lizet Duyvendak, ‘Honderd jaar “Hilda”. Een negentiende-eeuwse feministische bestseller’, Literatuur. Tijdschrift over Nederlandse letterkunde 15 (1998) 17-23.
  • Maria Grever en Berteke Waaldijk, Feministische Openbaarheid. De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 (Amsterdam 1998) 33-34, 60, 78-79.
  • Lizet Duyvendak en Diederik Grit, ‘Margaretha Meyboom: not only a translator’, in: Suzan van Dijk e.a red., ‘I have heard about you’. Foreign Women’s Writing Crossing the Dutsch Border (Hilversum 2004) 324-329.
  • Joost M. de Jong, Sla uw vensters open naar het noorden. Margaretha Meyboom en Dina Logeman -van der Willigen als cultuurbemidelaars tussen Scandinavië en het Nederlandse taalgebied (Amsterdam 2011) [masterscriptie UvA].
  • Willem-Jan Verlinden, De zussen Van Gogh (Amsterdam 2016).

Illustratie

Foto door onbekende fotograaf, ca. 1900 (particuliere collectie).

Auteur: Lizet Duyvendak

 

laatst gewijzigd: 15/08/2017