May, Sophie (1838-1921)

 
English | Nederlands

MAY, Sophie, vooral bekend als Sophie Rosenthal-May (geb. Hamburg, Duitsland 26-7-1838 – gest. Noordwijk aan Zee 4-8-1921), weldoenster. Dochter van Zebi Hirsch May (1801-1878), en Henriette Goldschmidt (1808-1884). Sophie May trouwde in 1857 met George Rosenthal (1828-1909), bankier en consul-generaal van Portugal. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Sophie May groeide op als middelste van drie kinderen – ze had twee broers – in een eenvoudig Joods gezin in Hamburg. Als tiener leerde zij daar de tien jaar oudere George Rosenthal kennen, afkomstig uit een succesvolle Duitse bankiersfamilie. Toen ze trouwden, was Sophie achttien jaar. Twee jaar later, in 1859, vestigde het echtpaar zich in Amsterdam, waar Sophies man voor hun huwelijk al enkele jaren had gewerkt. Met haar jongere broer Amandus, die als bankier in opleiding was, woonden ze aan de Nieuwe Herengracht (nr. 111), boven het handelskantoor van de nieuw opgerichte en succesvolle bank Lippmann, Rosenthal & Co. In 1864 kochten zij een groter woonhuis aan de Herengracht (nr. 500). Het huwelijk bleef kinderloos, maar het echtpaar adopteerde een nichtje van Sophie, Marianne Elias – vanaf 1872 woonde zij bij hen in huis.

Bibliotheca Rosenthaliana, bewaarschool en ziekenhuis

In het grote grachtenpand waar Sophie Rosenthal-May als vrouw des huizes de scepter zwaaide, was vanaf 1868 een verzameling van ruim 5200 boekwerken in meer dan 6000 banden ondergebracht. Het betrof een unieke collectie werken en manuscripten van haar eerder dat jaar overleden schoonvader Leeser Rosenthal. De Rosenthals stelden de bibliotheek open voor onderzoekers en breidden de collectie uit. In 1880 besloten ze dat de uitdijende verzameling overgedragen moest worden aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. In het toen net gereedgekomen pand aan het Singel kreeg deze Bibliotheca Rosenthaliana een eigen onderkomen – voorwaarde was dat de collectie altijd als een afzonderlijke verzameling zou worden bijeengehouden.

Het ging de Rosenthals goed. In 1878 werd George Rosenthal consul-generaal voor Portugal, en zes jaar later verhief de Portugese koning hem in de adelstand – hij werd baron van Portugal, een in Nederland overigens niet erkende titel. Sophie Rosenthal-May zette zich intussen maatschappelijk in en was vanaf 1879 lid van het college van regentessen van het Israëlitisch Armbestuur. Ter gelegenheid van het huwelijk van hun geadopteerde dochter Marianne richtte het echtpaar in 1887 een joodse school voor armen op: de Sophie Rosenthal bewaarschool. Daartoe kochten ze een gebouw aan de Uilenburgerstraat dat volgens de modernste eisen werd ingericht. Het echtpaar gaf hiermee gehoor aan de oproep van L.A. Tours, die als gemeentelijk inspecteur van de kleine kinder- en bewaarscholen rijke stadsbewoners had opgeroepen iets te doen aan de schrijnende toestand op armenscholen. De Sophie Rosenthalschool bood aanvankelijk plek aan driehonderd leerlingen, maar moest in 1895 al uitgebreid worden met nog eens tweehonderd plaatsen. Ook deze uitbreiding werd door het echtpaar Rosenthal-May gefinancierd. Vanwege dit initiatief werd Sophie Rosenthal-May in 1907 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

In 1909 overleed de man van Sophie Rosenthal-May. Precies een jaar na zijn dood richtte zij met een startkapitaal van honderdduizend gulden het George Baron Rosenthalfonds op, later het Rosenthal-Mayfonds. Op deze wijze zette ze het liefdadigheidswerk voort. Zij schonk onder meer een groot bedrag aan het Oudeliedengesticht van het Israëlitisch Armbestuur; als dank werd een kamer naar haar genoemd. Ook werd Rosenthal-May erevoorzitter van de Bibliotheca Rosenthaliana, die regelmatig bij het fonds aanklopte voor de aanschaf van nieuwe boeken, tekeningen en handschriften. In 1912 doneerde Rosenthal-May een bedrag van 150.000 gulden aan het Israëlitisch Ziekenhuis, dat eerder al bouwgrond aan de Nieuwe Keizersgracht van haar had ontvangen. Op die plek, naast het ziekenhuis, verrees in 1914-1915 het Rosenthal-May Zusterhuis. Sophie Rosenthal-May overleed in de zomer van 1921 in Noordwijk, waar de familie aan de Zuid-Boulevard een buitenhuis had.

Betekenis

De naar Rosenthal-Maij vernoemde instellingen zijn grotendeels verdwenen. De Sophie Rosenthal bewaarschool werd in 1923 overgenomen door de gemeente; twee jaar later werd de stichting gewijzigd in de Sophie Rosenthal Vereeniging, die tot op heden is blijven bestaan. Het oorspronkelijke gebouw van de bewaarschool werd in de jaren vijftig afgebroken – alleen de onderwijzerswoning bleef staan. Op dat moment was het Israëlitisch Ziekenhuis al afgebroken en kreeg het Rosenthal-May Zusterhuis een bestemming als appartementencomplex voor ouderen.

Het Rosental-Mayfonds bezat veel Russische en Hongaarse effecten en bleek na de Eerste Wereldoorlog bijna al zijn kapitaal verloren te hebben. De Bibliotheca Rosenthaliana werd sindsdien bekostigd door de Universiteitsbibliotheek. Op last van de Duitse bezetter sloot de Bibliotheca Rosenthaliana in november 1940 de deuren, enkele maanden later werd ook het Rosenthal-Mayfonds ontbonden. De meest waardevolle boeken kwamen in de Universiteitsbibliotheek terecht, de overige boeken werden naar Duitsland gebracht waar ze – nog onuitgepakt – na de oorlog werden teruggevonden. In 1946 ging de Bibliotheca Rosenthaliana weer open. Met zijn ongeveer 120.000 werken, waaronder duizend handschriften en circa tachtig archieven, is het nog altijd een internationaal vermaarde instelling.

Naslagwerken

Joden in Nederland.

Literatuur

  • ‘Sophie van Rosenthal May’, Algemeen Handelsblad, 5-8-1921.
  • S.J. Philips, Gedenkboek ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Nederlandsch Israëlitisch Armbestuur te Amsterdam, 1825-1925 (Amsterdam 1925).
  • ‘Mevrouw S. Hildesheim-Vorst tachtig jaar’, Algemeen Handelsblad, 3-1-1956.
  • Frans Hogendoorn, ‘Bibliotheca Rosenthaliana honderd jaar joodse kennis’, Nieuw Israëlitisch Weekblad, 5-9-1980.
  • N.P. van den Berg, ‘Een geschenk aan de stad Amsterdam, achtergronden van de Bibliotheca Rosenthaliana’, Jaarboek Amstelodamum 84 (1992) 131-158.
  • Henriëtte Boas, ‘Unieke collectie in Rosenthaliana’, Nieuw Israëlitisch Weekblad, 18-11-1994.
  • Lemma Joods Amsterdam [URL: www.joodsamsterdam.nl/sophie-rosenthal-may [geraadpleegd 7-8-2017]

Illustratie

  • Sophie Rosenthal-May, door Thérèse Schwartze, ongedateerd (Sophie Rosenthal Vereeniging, Amsterdam).
  • Rosenthal-May Zusterhuis aan de Nieuwe Keizersgracht, ca. 1935 (Joods Historisch Museum).

Auteur: Ingrid van der Vlis

laatst gewijzigd: 07/08/2017