Meijer, Trientje Fokeltje (1914-1981)

 
English | Nederlands

MEIJER, Trientje Fokeltje, vooral bekend als Tine Clevering-Meijer (geb. De Waarden 25-9-1914 – gest. Eenrum 8-9-1981), Gronings heemkundige. Dochter van Herman Klaas Meijer (1885-1955), boer, en Diewerke Albertha Schuiringa (1887-1971). Tine Meijer trouwde op 2-5-1939 in Grijpskerk met Rubertus Jacob Clevering (1914-2013), bestuurder. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Tine Meijer groeide op als enig kind in een welgesteld vrijzinnig-hervormd boerengezin, op de Holdingaheerd tussen Grijpskerk en Kommerzijl. ‘Tot mijn vijfde jaar heb ik iedere dag witte jurkjes met strookjes gedragen’, vertelde ze in 1975 (gecit. Van der Meulen). Na de meisjes-hbs in Groningen, waar ze belangstelling kreeg voor kunst en kunstnijverheid, ging ze een jaar naar de huishoudschool. Ze vond een baan bij de in 1932 opgerichte Volkshogeschool in Bakkeveen. Daar maakte ze kennis met het vormingswerk – en met de boerenzoon Ru Clevering uit Den Andel, die er een cursus volgde. Met hem nam ze in 1936 deel aan een Nederlands-Duitse uitwisseling. Ze liepen stage op het landgoed van een herenboer op de Lüneburger Heide, een bedrijf dat de nationaalsocialistische ideologie bleek uit te dragen. Ru Clevering noemde deze confrontatie later ‘weerzinwekkend’ (gecit. Broekema, 166). In 1939 trouwde Meijer met Clevering.

Tine Clevering-Meijer en haar man woonden vanaf 1939 halverwege Eenrum en Pieterburen op de monumentale boerderij Huninga, die de moeder van Ru Clevering in 1930 had geërfd. Vanaf 1944 pachtten ze de boerderij van moeder Clevering en in 1961 werden ze zelf eigenaar. In 1960 hadden ze er al een boerderij in Pieterburen bijgekocht. Het bijbehorende land werd bewerkt door een bedrijfsleider, want Clevering-Meijer en haar man waren ‘vergaderboeren’: notabelen die zich uitleefden in plaatselijke en provinciale besturen. Zo werd Ru Clevering in 1949 afdelings-voorzitter van het Nut in Eenrum, waarvan Tine Clevering-Meijer jarenlang de leeskring leidde.

Heemkunde

Vanuit de plaatselijke Oranjevereniging kwam Clevering-Meijer in 1948 in het provinciale comité voor het jubileumgeschenk aan koningin Wilhelmina, een collectie nationale klederdrachten. Hiervoor bracht ze historische kostuums uit Groningen bijeen. Het werden er zoveel dat een deel in de jaren vijftig naar het Ommelander Museum voor Landbouw en Ambacht in Leens ging. Van dit museum, in het in 1953 door de gemeente Leens aangekochte kasteeltje Verhildersum, werd Clevering-Meijer de stuwende kracht. Vanaf 1957 organiseerde ze er exposities.

Toen de Nutsspaarbank in de provincie Groningen in 1961 een kalender met schilderijen van de expressionistische schilder Johan Dijkstra uitbracht, schreef Clevering-Meijer er een toelichting bij. Het was haar eerste kunsthistorische publicatie voor een breed publiek. In hetzelfde jaar richtte ze voor de gemeente Eenrum de verlaten pastorietuin in Pieterburen opnieuw in. Ze maakte er een botanische streektuin van met kruiden en oude cultuurplanten (‘stinzenflora’). In 1962 ging ‘Domies Toen’ (de domineestuin), zoals ze het project doopte, open voor het publiek.

Clevering-Meijer was in 1962 ook voorzitter van een provinciale ‘heemkundecommissie’ die de belangen van taalactivisten en andere beschermers van regionaal cultureel erfgoed in kaart bracht. Zelf zette ze vooral in op het beheer en de restauratie van Groninger kasteeltjes of ‘borgen’ zoals Verhildersum in Leens en de Fraeylemaborg in Slochteren. Bij Verhildersum liet ze een formele tuin aanleggen met figuratieve beelden van de Groninger kunstenaar Eddy Roos. Ze werd in 1977 een van de eerste bestuurders van de overkoepelende Stichting Groninger Borgen en was lange tijd bestuurslid van de Groningse afdeling van het Prins Bernhardfonds.

In haar laatste levensjaren was Tine Clevering-Meijer ernstig ziek. Ze overleed op 67-jarige leeftijd in september 1981 op Huninga. Na een herdenking in de hervormde kerk van Eenrum is ze in besloten kring gecremeerd. Haar as is later bijgezet op het oude kerkhof van Pieterburen, naast ‘Domies Toen’.

Reputatie

Ru Clevering noemde Tine Clevering-Meijer bij haar overlijden ‘mijn dierbare, dappere, creatieve en inspirerende vrouw’. Haar naam leeft in Groningen voort in de prijs die de provincie sinds 1993 jaarlijks uitreikt als aanmoediging voor regionale amateurkunstenaars. Bij haar leven is ze onderscheiden met de Culturele Prijs van de provincie Groningen (1970), een Zilveren Anjer (1975) en de Kastelenprijs van de Internationale Kastelenstichting (1978). Ze bleef er nuchter onder. Tine Clevering-Meijer noemde zichzelf een ‘gewone boerin’ (gecit. Van der Meulen). In de tuin van Verhildersum (1981) en in ‘Domies Toen’ (1996) herinneren plaquettes aan haar.

Archivalia

Groninger Archieven: Afdeling Eenrum van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 1873-1976; boerderij Huninga, 1754-1974; Nieuwsblad van het Noorden; stichting De Groninger Dracht, 1948-2003.

Publicaties

  • Toelichting op de vier kalenderbladen (naar schilderijen van Johan Dijkstra, Haarlem 1961).
  • Rapport over enkele heemkundige belangen in de provincie Groningen (met anderen, Groningen 1962).
  • Scherven brengen geluk. Tentoonstellingscatalogus (Leens 1969).
  • Het leven in en rond de oude Groninger kerken. Tentoonstellingscatalogus (Leens 1972) [met Regnerus Steensma].
  • Ode aan Hendrik Nicolaas Werkman. Tentoonstellingscatalogus (Leens 1972).
  • Een huis vol tegels. Tentoonstellingscatalogus (Leens 1973).

Literatuur

  • K. J. Ritzema van Ikema, Ommelander geslachten (Westernieland 1969).
  • W.A. Braasem, Jonkers tussen stad en wad, de Groningse borgen en haar bewoners (Den Haag 1983).
  • Tony van der Meulen, ‘Wil je rechten hebben, dan moet je eerst wat doen’, Nieuwsblad van het Noorden (14-6-1975).
  • Pauline Broekema, Benjamin, een verzwegen dood (Amsterdam 2001).
  • Maarten van der Linde en Johan Frieswijk, De Volkshogeschool in Nederland, 1925-2010 (Hilversum 2013).
  • Jeanine Oostland, Verhildersum, het pronkjewail van Tine Clevering-Meijer en haar man Ru Clevering (z.p. [Leens] 2016).

Illustratie

Tine Clevering-Meijer bij de uitreiking van de Zilveren Anjers, door Rob Mieremet, 1975 (Nationaal Archief, Den Haag).

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 08/07/2016