Meiners, Nicoline Sara Laurentia (1942-2017)

 
English | Nederlands

MEINERS, Nicoline Sara Laurentia (geb. Amsterdam 27-8-1942 – gest. Amsterdam 25-2-2017), archivaris en oprichtster van antiquariaat Lorelei. Dochter van Wilhelmus Johannes Frans Meiners (1908-1995), predikant, en Johanna Agnita Hackenberg (1910-2002). Nicoline Meiners bleef ongehuwd.

Nicoline Meiners werd midden in de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam geboren als het tweede kind in een luthers domineesgezin – ze had een twee jaar oudere broer, Hans. Ze woonden in een bovenhuis in de Nicolaas Witsenstraat (nr. 15), maar vlak voor Nicolines vijfde verjaardag scheidden haar ouders. De kinderen bleven bij hun moeder, die in 1948 hertrouwde met de jurist Pieter Rudolf van Heijnsbergen. Vanwege het werk van haar stiefvader groeide Nicoline op in achtereenvolgens Rotterdam, waar in 1951 halfzusje Carla werd geboren, en Zwolle. In die stad zat Nicoline op het Gymnasium Celeanum. Ze was actief in de redactie van de schoolkrant, hockeyde en volgde tekenlessen bij de kunstenares Stien Eelsingh.

In 1961 ging Nicoline Meiners in Amsterdam psychologie studeren. Bij de Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (AVSV) werd ze lid van het dispuut POOH, een groep onafhankelijke studentes, wars van parelkettinkjes en corps-mores. Op kamers in de Van Eeghenstraat leerde ze Muck ter Stege kennen, met wie ze haar hele leven innig bevriend bleef. Ze verloofde zich met medestudent Herman van Raamsdonk, maar hij overleed in 1964 aan kanker – tot zijn dood werd hij door haar verzorgd. Nicoline Meiners was inmiddels overgestapt naar een studie rechten, die ze ook niet afmaakte. Wel behaalde ze uiteindelijk een diploma op de Rijksarchiefschool in Utrecht. Vanaf het midden van de jaren zestig werkte ze als archivaris bij het Rijksarchief (Utrecht), waar ze zich bezighield met topografische kaarten en prenten.

Antiquariaat Lorelei

Nicoline Meiners kon zich enorm opwinden over onrecht en begon zich in de jaren zeventig fanatiek in te zetten voor vrouwenrechten – het was de tijd van de tweede feministische golf. Zo deed ze mee aan de bezetting van abortuskliniek Bloemenhove (1976). Ook kreeg ze in die tijd haar eerste lesbische relaties – eind jaren zeventig met de elf jaar jongere journaliste Robertine Romeny, die haar in 1980 betrok bij het feministisch literatuuroverzicht Lover – tot 1984 zat Meiners in de redactie.

Begin 1981 verwierf Nicoline Meiners, al jaren een verwoed (boeken)verzamelaarster, bij antiquariaat Wout Vuyk in Amsterdam een kast vol historische boeken van eind negentiende, begin twintigste eeuw, onder anderen van Aletta Jacobs. Hiermee begon een levenslange passie voor het verzamelen van boeken en archieven van en over vrouwen. Op het vrouwenboekenbal van Serpentine in november van dat jaar verkocht ze de doublures uit haar snel groeiende collectie én presenteerde ze haar eigen Antiquariaat Lorelei. Vier jaar lang runde ze Lorelei – alleen op afspraak – vanuit haar huis in de Valeriusstraat (nr. 64), waar zij en Muck ter Stege ieder een etage bewoonden.

Meiners nam ontslag bij het Rijksarchief en verplaatste in 1985 haar inmiddels goedlopende antiquariaat naar de Prinsengracht (nr. 495). Samen met vriendinnen en haar toenmalige geliefde, historica Mineke Bosch, toverde ze het sombere souterrain om in een aangename ‘biblioteca feminina’, volgestouwd met boeken, tijdschriften en brochures – van zeldzame en prijzige bibliofiele eerste drukken tot goedkope tweedehands pockets – die waren ondergebracht in categorieën als ‘vrouwen in verzet’, ‘elegance en etiquette’, ‘vrouw en sport’ en ‘lesbische studies’. ‘Door te laten zien wat vrouwen hebben geschreven, creëer je de vraag vanzelf’, aldus Meiners (gecit. Sanders). Ze struinde stad en land af, op zoek naar proefschriften van vrouwen, werken over feministische theorieën en (anti)-feministische polemieken, maar ook biografieën over en romans, poëzie en thrillers van vrouwen. Voor literaire trends was Meiners ongevoelig en aan veel boeken was ze dermate gehecht dat ze die slechts met tegenzin verkocht: ‘De winkel is een verlengstuk van mijn eigen boekenkast’, vertelde ze in Een uur Ischa (1991).

Vanaf 1986 organiseerde Nicoline Meiners in Lorelei ‘antiquarische salons’: feministische causerieën over alles wat met boeken te maken had. Met haar kritische opmerkingen was zij er regelmatig zelf het middelpunt. Soms waren er ook mannen aanwezig, onder wie vaste klant Ischa Meijer. Toen ze de vestiging aan de Prinsengracht in 1999 moest sluiten – de huurprijs was verdubbeld – ging Meiners met haar handel terug naar de Valeriusstraat en verkocht ze haar boeken ook op boekenmarkten en feministische conferenties. Ze bleef steeds betrokken bij ‘vrouwenzaken’: af en toe deed ze (vrijwillige) klussen bij het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) en voor het tegenwoordige Atria, waarin het IAV is ondergebracht. Met het IAV deelde Meiners al sinds de jaren tachtig regelmatig haar vondsten. In 1985 en 2015 organiseerde ze samen met anderen de festiviteiten rond het respectievelijk vijftigjarig en tachtigjarig bestaan van het archief.

In het voorjaar van 2016 kreeg Nicoline Meiners te horen dat ze kanker had. Drie maanden voor haar dood bekrachtigden zij en Muck ter Stege, nog altijd haar huisgenoot en steun en toeverlaat tijdens haar ziekte, hun vijftigjarige vriendschap met een geregistreerd partnerschap. Nicoline Meiners stierf op 25 februari 2017, 74 jaar oud. Op 4 maart vond in een bomvolle Schuilkerk de Hoop in Diemen een afscheidsbijeenkomst plaats die Meiners, eigenzinnig als ze was, zelf mee had voorbereid. Op 27 augustus 2017, haar 75ste geboortedag, herdachten vriendinnen en familie haar met het gedenkboekje: De getijden van Nicoline Meiners.

Hoedster van het vrouwelijke erfgoed

Nicoline Meiners, een ‘collectioneur in hart en nieren’ en volgens vriendinnen een perfectionistische mopperkont met een gouden hart, was de eerste boekhandelaar in Nederland met een antiquariaat van en over vrouwen. Menig liefhebber en promovendus hielp ze aan boeken die nergens anders te verkrijgen waren. Hoewel ze zichzelf – niet zonder zelfspot – ‘een beetje een radicale feministe’ noemde, ging het haar nooit om het promoten van het feminisme (Een uur Ischa). Wel wilde ze het werk van vrouwen aan de vergetelheid ontrukken, hun in haar ogen systematisch weggemoffelde rol in de geschiedenis zichtbaar maken en de kennis van de historische achtergronden van het feminisme overdragen. Juist daarom waren er in Lorelei ook ‘anti-vrouwen’ boeken’, ook van mannelijke auteurs, te vinden.

 

Archivalia

Stadsarchief Amsterdam: archiefkaarten.

Atria, Amsterdam: knipselmap.

Literatuur

Illustratie

Nicoline Meiners, door Robertine Romeny, ca. 1983/1984 (collectie fotograaf).

 

Auteur: Marie-Cecile van Hintum

 

 

laatst gewijzigd: 28/05/2018