Ment, Eva (1606-1652)

MENT, Eva (ged. Amsterdam 1-1-1606 – begr. Amsterdam 11-5-1652), vrouw van gouverneur-generaal Coen. Dochter van Claes Cornelisz. Ment (ca. 1551-voor 1627), bierbrouwer en lakenkoopman, en Sophia Benningh (1561-1627). Eva Ment trouwde (1) op 8-4-1625 in Amsterdam met Jan Pietersz. Coen (1587-1629), gouverneur-generaal van Nederlands Indië; (2) op 16-3-1632 in Amsterdam met Marinus Louwissen van Bergen (1598-1645), opperhoofd voor de VOC in Birma, vanaf 1630 koopman in Middelburg en Amsterdam, bewindhebber van de WIC; (3) op 22-8-1646 in Graft (Noord-Holland) met Isaac Buys (1618-1684), advocaat, thesaurier en raad van Middelburg. Uit huwelijk (1) werden 2 dochters geboren die jong stierven; uit (2) werden 4 zoons en 1 dochter geboren, van wie ten minste 1 zoon de volwassen leeftijd bereikte.

Eva Ment werd op 1 januari 1606 gedoopt in de Oude Kerk van Amsterdam. Ze groeide op als jongste dochter in een gezin met ten minste negen kinderen. Haar vader, zoon van een bontwerker, was bierbrouwer – bij zijn huwelijk woonde hij in brouwerij De Witten Arend in de Nieuwezijds Houttuinen, eigendom van Pieter Dircksz. Hasselaer, medeoprichter en bewindhebber van de VOC en een zwager van zijn vrouw. Later was hij actief als lakenkoopman. Via de connectie met de Hasselaers is Eva vermoedelijk in contact gekomen met Jan Pietersz. Coen, die na zijn eerste termijn als gouverneur-generaal (1619-1623) in het vaderland een bruid zocht. Op haar negentiende trouwde ze met deze invloedrijke VOC-dienaar, die tweemaal zo oud was als zij. Omdat de bruidegom per se thuis wilde trouwen (‘omdat hij zo zwak was dat hij de lucht niet verdragen kon’), en de kerkenraad daar bezwaar tegen maakte, trouwde het paar voor het stadhuis (Evenhuis). Eva Ment verhuisde naar de Warmoesstraat, waar haar bruidegom op dat moment woonde. In maart 1627 vertrok het paar met hun inmiddels geboren dochter Geertruit en Eva’s moeder, zuster Lysbeth en broer Gerrit naar Batavia voor de tweede ambtsperiode van Coen. Coen hoopte door het meenemen van Hollandse vrouwen en families een burgerlijke samenleving te scheppen in het door hem gestichte Batavia. Zo trouwde Eva’s zus Lysbeth in mei 1629 met Pieter Vlack, lid van de Raad van Indië. Als vrouw van de Nederlandse onderkoning in Azië nam Eva Ment een bijzonder hoge positie in. Dat neemt niet weg dat haar tweejarig verblijf in Batavia dramatisch verliep. Ze verloor in korte tijd haar broer Gerrit (1627), haar moeder Sophia Benningh en haar dochtertje Geertruit. Coen zelf overleed in september 1629 aan dysenterie. Hoewel Eva, evenals andere vrouwen, vanwege de oorlogshandelingen de gelegenheid was geboden op een schip de stad te verlaten, had zij ervoor gekozen aan de zijde van haar man te blijven. Vijf dagen voor zijn dood beviel zij in het belegerde Batavia van haar tweede dochter, Johanna.

Een van de taken die Coen zijn vrouw had toebedacht, was de opvoeding van de (half-) Europese meisjes die in Indië waren achtergebleven na het vertrek of de dood van hun ouders. Zij werden als ‘staatdochters’ opgenomen in de huishouding van Eva Ment. Dit was niet altijd eenvoudig, zoals de affaire met de twaalfjarige Sara Specx aantoonde. Toch lijkt het dat de omstreden afhandeling van deze gebeurtenis geen invloed heeft gehad op haar reputatie. In de korte tijd die Eva Ment te Batavia had doorgebracht heeft zij de naam verworven van ‘een dame, die zowel voor als na haar mans dood door haar discrete, eerlijke omgang en goede manieren van ieder zulks gemind en gerespecteerd is geweest’. Op het verzoek van Coens opvolger Specx en de Raad van Indië om nog een jaar te blijven, ging Eva echter niet in. Bij de eerste mogelijkheid die zich voordeed – de retourvloot onder admiraal Pieter van den Broecke – besloot zij naar Holland terug te keren. Dat was in december 1629, enkele maanden na de dood van Coen. Voor het vertrek bood Specx de weduwe van zijn voorganger een afscheidsdiner aan. De volgende dag begeleidde hij haar naar het schip Hollandia, waarmee Eva Ment terugkeerde. Haar pasgeboren dochtertje stierf onderweg op zee.

Met dezelfde vloot repatrieerde Marinus Louwissen (of Louisz.) van Bergen, een hoge VOC-beambte in Arakan (Birma) die terugkeerde naar zijn geboorteplaats Middelburg en met wie Eva Ment twee jaar later in Amsterdam zou trouwen. Het paar vestigde zich in Amsterdam en kreeg vier kinderen: Sophia, Michiel Louis, Joannes en Nicolaas. Alleen van Michiel Louis is zeker dat hij de volwassen leeftijd bereikte. Op 29 september 1632 verscheen Marinus van Bergen in de vergadering van de Heren XVII om onder meer achterstallig tractement van Coen op te eisen, maar tevergeefs. Ook zou Eva Ment met de kinderen van Coens zuster nog een lange juridische strijd moeten voeren over zijn nalatenschap. Haar verdere leven woonde zij in Amsterdam, waar zij na de dood van haar tweede echtgenoot trouwde met Isaac Buys uit Arnemuiden, op dat moment als advocaat gevestigd aan het Singel. Bij Eva’s tweede huwelijk was zijn vader als getuige opgetreden.

Eva Ment is begin mei 1652 gestorven: op 11 mei 1652 werd een Eva Ment van het Singel in de Westerkerk van Amsterdam begraven. In de weinige literatuur over haar wordt ten onrechte meestal 1658 als haar sterfjaar genoemd, vermoedelijk omdat Isaac Buys op 27 november van dat jaar voor het Hof van Holland een proces voerde over de nalatenschap van Jan Pietersz. Coen. Op dat moment was nog één kind van Eva Ment in leven: Michiel Louis, zich noemende Van der Grijp.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: DTB, Trouwen 429, p. 423, d.d. 25-2-1625 (otr. Ment/Coen); 438, p. 239, d.d. 9-2-1632 (otr. Ment/Louwissen); 463, p. 335, d.d. 28-7-1646 (otr. Ment/Buys). DTB, Begraven 1100, p. 107, d.d. 11-5-1652 (Eva Ment, Westerkerk).
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: dossier Ment; dossier Van der Grijp (van Bergen -) [krantenknipsel NRC 21-9-1929 over Eva Ment en genealogische gegevens tweede huwelijk].

Literatuur

  • J.E. Elias, De vroedschap van Amsterdam 1578-1795 (Haarlem 1903) 43.
  • V.I. van de Wall, ‘Eva Ment’, in: Idem, Vrouwen uit den Compagnie’s tijd (Weltevreden 1923) 33-47.
  • H.T. Colenbrander, Jan Pietersz. Coen. Levensbeschrijving (Den Haag 1934).
  • J. de Loos-Haaxman, ‘De geschilderde portretten van Jan Pieterszoon Coen en van Eva Ment’, Tijdschrift voor Indische Land-, Taal en Volkenkunde 74 (1934) 70-84, aldaar 70-74.
  • A.M.H. Smeenge, ‘Eva Coen-Menten. De echtgenoote van een gouverneur-generaal’, Jaarboek Amstelodamum 33 (1936) 59-72.
  • T.J. Servatius, Vrouwen uit onze historie (Nijkerk 1941) 139-145.
  • W.Ph. Coolhaas, in: De Nederlandsche Leeuw 73 (1956) 340.
  • Generale missiven van gouverneurs-generaal en raden aan Heren XVII  der Verenigde Oostindische Compagnie 1610-1638, W.Ph. Coolhaas ed., deel 1 (Den Haag 1960) 277.
  • Pieter van den Broecke in Azië, W.Ph. Coolhaas ed., 2 delen (Den Haag 1962/63) 366-367.
  • R.B. Evenhuis, Ook dat was Amsterdam, deel 2 (Amsterdam 1965) 67-68.
  • V.H. van der Es, 'Reeks 61', in: Vic Hamers, Rob Dix en Zeno Deurvorst red., Afstammingsreeksen van de hertogen van Brabant (Woerden 2006) 99-102.
  • Jur van Goor, ‘Sara Specx en de reputatie van Jan Pieterszoon Coen’, in: Marieke Bloembergen en Remco Raben red., Het koloniale beschavingsoffensief. Wegen naar het nieuwe Indië 1890-1950 (Leiden 2009) 143-169.

Illustratie

Portret (paneel) door Jacob Waben, vermoedelijk rond 1631 geschilderd als pendant van dat van de inmiddels overleden Coen uit circa 1625 (Westfries Museum, Hoorn).

Auteur: Jur van Goor (met dank aan Vincent van Steenbergen van der Es)

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 244

laatst gewijzigd: 13/01/2014