Meutia (1870-1910)

 
English | Nederlands

MEUTIA, vooral bekend als Tjoet Nja Meuthia of Cut Nyak Meuthia (geb. Pirak?, Ned.-Indië ca. 1870 – gest. Lhoksukon, Ned.-Indië 24-10-1910), Atjehse verzetsstrijdster. Meutia trouwde (1) Tungku Radja Itam van Gedong (?-in of voor 1903); (2) Cik Tunong (?-1905); (3) Pang Nanggru (?-1910). Uit huwelijk (1) werd 1 zoon geboren.

Tjoet Nja (‘jonkvrouw’) Meutia (ook gespeld: Meuthia of Meuthiah) was een van de adellijke moslimweduwen die meestreden in de Atjehoorlog (1873-1914), de Nederlandse benaming van het verzet van het Sumatraanse sultanaat Atjeh (Aceh) tegen inlijving door Nederland. Het best gedocumenteerde voorbeeld is het optreden van Diën, over wie de Nederlands-Indische kranten regelmatig berichtten en van wie een foto na haar gevangenneming is overgeleverd.

Verzet

De naam van Tjoet Nja Meutia verscheen pas na haar dood voor het eerst in de Nederlandse pers. In maart 1911 stelde Jhr. Mr. Victor de Stuers, een fel criticus van het Nederlandse optreden in Atjeh, vragen in de Tweede Kamer. Hij wilde weten onder welke omstandigheden de ‘inlander Pang Nanggroe’ en korte tijd later zijn weduwe ‘Tjoet Meutiah’ waren gedood. De Stuers noemde ook de naam van Meutia’s zoon, ‘T. Radja Sabi’. In 1903 was de naam van deze zoon al eens in een krantenbericht gemeld: de ‘zoon van wijlen T. Radja Itam van Gedong’ had zich op 13 juni van dat jaar overgegeven. Daaruit valt op te maken dat Meutia met Radja Itam gehuwd is geweest, al staat ze niet als zijn echtgenote in het bekende Atjehse Informatieboekje uit 1897 (Van Langen, 93-94). De minister van Koloniën, de antirevolutionair Jan Hendrik de Waal Malefijt, antwoordde op 27 maart schriftelijk op de vragen van De Stuers. Volgens een patrouillerapport was eind oktober 1910 een bivak overvallen, waarbij een vuurgevecht was ontstaan tussen de patrouille en het ‘vermoedelijke bendehoofd’. Opeens snelde een vrouw – Meutia – met een kapmes gewapend het bos uit. Ze werd door een schot dodelijk in haar hoofd getroffen. De Sumatra Post van 15 mei 1912 noemde haar sarcastisch een van een ‘handjevol Atjehse heldinnen’ die met hun ‘bendenrestjes’ ten koste van bloedige offers ‘wanhopig verzet’ boden tegen de Nederlanders.

Met deze schaarse gegevens is na de erkenning van de onafhankelijkheid in 1949 door de Indonesische regering een beeld van Meutia opgebouwd als een pionierster van het verzet tegen Nederland. Het Van Heutzplein in Jakarta, genoemd naar de gehate Nederlandse veroveraar van Atjeh, werd kort na de soevereiniteitsoverdracht omgedoopt tot ‘Jonkvrouw Meutiaplein’ (Taman Cut Meutia). Hierin lijkt de hand te bespeuren van Siti Rachmiati Meutia, echtgenote van de eerste Indonesische vicepresident Mohammed Hatta, die naar eigen zeggen naar haar Atjehse grootmoeder van moederszijde was vernoemd (gecit. Diah). In 1964 is Meutia tegelijk met Diën verheven tot Nationale Heldin (Pahlawan) van Indonesië.

Met of zonder hoofddoek

Een geïdealiseerd – om niet te zeggen: fictief – portret van Meutia verscheen in 1969 op een postzegel van vijftien rupiah. Ze was afgebeeld met opgestoken haar, zonder hoofddoek. Toen ze in december 2016 opnieuw zonder hoofddoek werd afgebeeld op de nieuwe bankbiljetten van duizend rupiah – de postzegel uit 1969 had hiervoor overduidelijk als voorbeeld gediend – kwamen conservatieve moslimgroepen daartegen in het geweer. In de verhitte discussies die volgden, bleef in het midden of Meutia zelf bij haar leven een hoofddoek had gedragen.

Literatuur

  • K.F.H. van Langen, Beknopt alfabetisch informatieboekje betreffende Groot-Atjehsche personen en aangelegenheden (Kota-Radja 1897).
  • ‘Brieven uit Atjeh’, Soerabaijasch Handelsblad, 17-7-1903.
  • ‘Tweede Kamer. Schriftelijk beantwoorde vragen’, Algemeen Handelsblad, 30-3-1911.
  • ‘Atjehsche heldinnen’, Sumatra Post, 15-5-1912.
  • Herawati Diah, ‘Mevrouw Hatta leest liever Somerset Maugham dan de cruë Hemingway’, De Nieuwsgier, 12-3-1954.
  • Julinar Said en Triana Wulandari, Ensiklopedi Pahlawan Nasional (z.p. (Jakarta) 1995).
  • Anton Stolwijk, Atjeh, het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis (Amsterdam 2016).
  • ‘Moslimgroepen boos op bank Indonesië’, Leeuwarder Courant, 4-1-2017.

Illustratie

Indonesische postzegel van 15 rupiah (1969), het voorbeeld voor alle latere afbeeldingen.

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 19/03/2017