Minkenhof, Anna Augusta Leonie (1909-2005)

 
English | Nederlands

MINKENHOF, Anna Augusta Leonie (geb. Amsterdam 1-7-1909 – gest. Den Haag 28-10-2005), juriste, eerste vrouwelijke raadsheer in en vicepresident van de Hoge Raad der Nederlanden. Dochter van Samuel Minkenhof (1879-1956), koopman, en Margaretha van Raalte (1872-1962). Guusje Minkenhof bleef ongehuwd.

Guusje Minkenhof werd geboren in Amsterdam maar groeide op in een villa aan de Borneolaan in Hilversum, als jongste van drie dochters in een Joods gezin. Haar vader was een welgestelde textielkoopman die kantoor hield in Amsterdam en veel reisde in het Verre Oosten. Toen Guusje veertien was, scheidden haar ouders. Na het gymnasium ging ze rechten studeren in Leiden. Ze deed in 1931 doctoraalexamen Nederlands recht.

Onderhoudsplicht

In mei 1933 promoveerde Minkenhof op Onderhoudsplicht. Het proefschrift gaat over de verplichting, al dan niet bij wet geregeld, om iemand ‘datgene te verschaffen wat deze noodzakelijk behoeft om te kunnen leven’. Haar betoog, zoals ook haar latere werk, is glashelder en met wiskundige precisie opgebouwd. Pas in het slotdeel ‘Verbetering van het alimentatierecht’ laat ze eigen opvattingen toe. Voorzichtig pleit de promovenda, zelf kind van gescheiden ouders, voor een wettelijke strafbepaling voor wie zijn kind onverzorgd achterlaat bij zijn vrouw (Minkenhof (1933, 1, 155-158). Ze woonde rond die tijd enige maanden bij haar vader maar verhuisde in december 1933 naar de Memlingstraat en in 1941 naar de Albrecht Dürerstraat in haar – inmiddels door de Duitsers bezette – geboortestad. Of ze in deze tijd een baan had, is niet bekend. In 1942 stond ze bij de gemeente ingeschreven ‘zonder beroep’. Ze haalde haar verplicht gestelde persoonsbewijs niet af maar dook onder in de stad Groningen.

Nadat Groningen in april 1945 was bevrijd, werd Minkenhof daar hoofd van de juridische afdeling van de politieke opsporingsdienst, die collaboratie en soortgelijke vergrijpen onderzocht. Ze woonde aan het Schuitendiep. Tevens was ze secretaris van het tribunaal Bijzondere Rechtspleging in Veendam, waarvan de Groninger advocaat Joop van Zaaijen voorzitter was. Met hem begon ze in januari 1947 een advocatenpraktijk in Groningen. In 1950 woonde ze in een eenvoudig bovenhuis aan de Anna Paulownastraat. Naast haar advocatenpraktijk was ze secretaris van Pro Juventute, een vereniging die rechtsbijstand aan jeugdige delinquenten verleende, en van de Groninger Volksuniversiteit. In die laatste functie correspondeerde ze met de schrijvers Ferdinand Bordewijk en Godfried Bomans, die gastoptredens in de stad kwamen verzorgen.

Rechter

Guusje Minkenhof werd in 1957 rechter in de Haagse rechtbank. Er waren toen alleen vrouwelijke rechters in Amsterdam en Rotterdam. ‘U heeft een bolwerk van conservatisme veroverd’, zei rechtbankpresident Gustaaf Witsen Elias bij haar installatie. ‘Vrouwe Justitia spreekt zelf recht’, kopte De Telegraaf na haar eerste zitting als politierechter op 9 juli 1958.

In 1962 werd Minkenhof gekozen als bestuurslid van de Nederlandse Juristenvereniging en een jaar later stond ze als zesde op de voordracht voor een zetel in de Hoge Raad. In 1965 trad ze bij dit hoogste rechtscollege in Nederland aan als adviseur met de rang van waarnemend advocaat-generaal. Tegelijkertijd werd ze geïnstalleerd als advocaat-generaal (openbaar aanklager) bij het Amsterdamse gerechtshof. Ze was de eerste vrouw van Nederland die op deze hoge juridische posities werd benoemd. Ook haar bevordering tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad, die begin 1966 inging, was in dat opzicht een primeur. Toen bij de Raad in 1967 opnieuw een plaats als raadsheer vrijkwam, stond Minkenhof bovenaan op de voordracht. Het Nieuwsblad van het Noorden moest er nog even aan wennen en noemde haar ‘raadsvrouwe’. De kroon op haar loopbaan was haar benoeming tot vicepresident van de Hoge Raad in 1978. Ze was inmiddels 69. Op haar zeventigste vroeg en kreeg ze eervol ontslag. Na 1979 werd het stil rond Guusje Minkenhof, maar in oktober 1988 was ze nog wel lid van de Haagse Soroptimistclub. In 2005 berichtte haar oud-collega Theo ten Kate in Nederlands Juristenblad dat ze op 28 oktober 2005 ‘rustig is heengegaan’ (Ten Kate, 2319).

Betekenis

Guusje Minkenhof was in 1966 de eerste vrouwelijke advocaat-generaal en in 1967 de eerste vrouwelijke raadsheer bij de Hoge Raad. Ze is echter vooral bekend geworden door haar handboek De Nederlandse Strafvordering, dat ze na haar promotie schreef op verzoek van de uitgever van haar proefschrift. Ze schreef deze toelichting op het niet lang daarvoor vernieuwde Wetboek van Strafvordering ‘wars van onnodige uitweidingen recht op het doel af’. Het wordt in meer uitgebreide vorm nog altijd herdrukt. In haar adviezen (‘conclusies’) aan de Hoge Raad was ze ook altijd kort en helder (Ten Kate, 2319).

Archivalia

  • Stadsarchief, Amsterdam: persoons- en gezinskaarten.
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: collectie persoonslijsten.
  • Letterkundig Museum, Den Haag: correspondentie met F. Bordewijk en G.A.M. Bomans.

Publicaties

  • Onderhoudsplicht (Amsterdam 1933, supplement: Zwolle 1957).
  • De Nederlandse strafvordering (Amsterdam 1936).
  • De wet herziening echtscheidingsrecht (Zwolle 1971).
  • Preadviezen over het onderhoud na echtscheiding en scheiding van tafel en bed in Nederland en België (Zwolle 1976).
  • Mensenrechten en personen- en familierecht (Leiden 1986).
  • Diverse bijdragen in Nederlands Juristenblad en Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie.

Literatuur

  • Elizabeth Lyons, ‘S.H. Minkenhof: 1879-1956’, Archives of the Chinese Art Society of America 10 (1956) 6-7.
  • ‘Mej. mr dr. A.A.L. Minkenhof rechter in Den Haag’, Nieuwsblad van het Noorden, 16-8-1957.
  • ‘Mej. mr dr. A.A.L. Minkenhof geïnstalleerd als eerste vrouwelijke rechter in Den Haag’, Nieuwsblad van het Noorden, 2-9-1957.
  • ‘Vrouwe Justitia spreekt in Den Haag zelf recht’, De Telegraaf, 9-7-1958.
  • ‘Mej. mr Minkenhof kandidaat als raadsvrouwe Hoge Raad’, Nieuwsblad van het Noorden, 16-10-1967.
  • Theo Koopman en Eric Nederkoorn, ‘J. van Zaaijen “Doorbijtertje”’, Nieuwsblad van het Noorden, 22-1-1992.
  • Th.B. ten Kate, ‘In memoriam mr Anna Augusta Leonie Minkenhof 1909-2005’, Nederlands Juristenblad 44 (2005) 2319-2320.

Illustratie

Guusje Minkenhof, door E.M. van Ojen, ca.1967 (Haags Gemeentearchief).

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 03/10/2017