Nabben, Johanna Matthea Mechtildis (1911-1988)

 
English | Nederlands

NABBEN, Johanna Matthea Mechteldis (geb. Blerick 9-6-1911 – gest. Blerick 27-4-1988), schrijfster. Dochter van Theodoor Willem Nabben (1874-1955), schoenmaker, en Ida Hubertina van de Laar (1874-1951). Jo Nabben trouwde in 1966 in Blerick met Alphonsus Hoveijn (1896-1970). Dit huwelijk bleef kinderloos.

Johanna (Jo) Nabben groeide op in een streng katholiek schoenmakersgezin in Blerick, bij Venlo. Ze was de jongste van zes – ze had twee broers en drie zussen. Jo bezocht de lagere school in haar geboorteplaats en ging vervolgens naar de mulo in Venlo. Haar opstellen voor school heetten ‘verdienstelijk’ en toen ze een verhaal opstuurde naar een landelijke krant, hoogstwaarschijnlijk De Maasbode, werd het meteen afgedrukt. Die waardering sterkte haar zelfvertrouwen en zo begon Jo Nabben als vijftienjarige tijdens de zomervakantie aan haar eerste jeugdboek, Het einde van Lo’s bakvischtijd: over de wederwaardigheden van meisjes in de eindexamenklas van een middelbare school. In 1926 stuurde ze het op aan de bekende uitgever van jeugdboeken Gebrs. Kluitman, die het nog datzelfde jaar publiceerde.

Bijbelse thema’s en heiligenlevens

Na haar vroege debuut schreef Nabben meer typische meisjesboeken, zoals Go’s taak (1932), Voorjaarsstorm (1937) en Meisjes met een baan (1940). De boeken waren populair en verkochten goed. Ze kon echter niet leven van de pen en werkte daarom in de schoenenwinkel van haar ouders. Buiten de meisjesboeken waagde ze zich aan drie toneelstukken, waaronder Chrysostemis (1937), die met succes door verschillende toneelverenigingen werden opgevoerd.

De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een kentering in het werk van Jo Nabben. De door en door katholieke schrijfster verdiepte zich in de Bijbel – haar lievelingsboek dat ze telkens herlas. Ze begon te werken aan romans voor volwassenen waarin ze Bijbelse verhalen en figuren als uitgangspunt nam om actuele problemen te verwerken. Telkens koos ze partij voor mensen die het onderspit dreigden te delven of door de maatschappij naar het tweede plan werden geschoven. Zo schreef ze tijdens de bezetting De overspelige vrouw, een in 1948 verschenen roman (in 1959 herdrukt als Rachel) over de strijd tussen de behoudzuchtige rabbi’s en de ‘nieuwlichter’ Jezus. Een ander thema in het boek was de botsing tussen de Romeinen, de toenmalige bezetters van Palestina, en de Joden. Ze nam het in haar boeken altijd op voor gewone mensen en moest weinig hebben van geestelijke en wereldlijke leiders.

Na de bevrijding schreef Nabben ook enkele meisjesboeken, maar het liefst borduurde ze voort op verhalen uit de Bijbel. Voorbeelden daarvan: Hagar (1959) en Izebel en de ongelovigen (1967). Daarnaast publiceerde ze Bijbelse verhalen in tijdschriften en kranten. In de jaren vijftig en zestig was katholiek-religieuze literatuur uit de mode, maar critici oordeelden positief over Nabbens boeken. Als romanschrijfster werd zij vergeleken met Marie Koenen. Opmerkelijk was de enorme hoeveelheid onderzoek die aan haar romans ten grondslag lag; Nabben wist alles van het landschap van Palestina in Bijbelse tijd, over contemporaine gebruiken, kleren en voedsel en historische gebeurtenissen.

In de jaren vijftig en zestig werkte Nabben mee aan behoudende katholieke tijdschriften als Confrontatie. Ze begon bovendien heiligenlevens te schrijven – iets wat ze in 1937 al eens had gedaan maar waaraan ze nu voluit haar aandacht schonk. Tussen 1950 en 1960 verschenen er zes hagiografieën van haar hand. In 1966 trouwde Nabben – 55 jaar oud – met de zeventigjarige weduwnaar Fons Hoveijn. Voor hem verliet ze het ouderlijk huis in Blerick, maar ze bleef in het dorp wonen. Het huwelijk duurde slechts vier jaar: Hoveijn stierf door een verkeersongeval in 1970. Een jaar later publiceerde Nabben nog een hagiografie, maar vanaf ongeveer 1975 schreef ze niet meer en verzorgde ze – terug in het ouderlijk huis – een gehandicapte zus.

Jo Nabben overleed op 27 april 1988, in haar geboorteplaats Blerick, aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Betekenis

Na de dood van Marie Koenen in 1959 gold Jo Nabben als de laatste vrouwelijke vertegenwoordiger van de katholieke literatuur in Nederland. Ze publiceerde haar romans in een tijdvak waarin de aandacht uitging naar schrijvers als Jan Wolkers en Harry Mulisch. Zulke moderne literatuur was aan haar niet besteed. In zekere zin was ze te laat geboren.

Publicaties

Behalve de in de tekst genoemde:

Kinderboeken:

  • De mei der zigeuners (Maastricht 1932).
  • Riet Hardeveld (Heiloo 1940).
  • De vijf van de Ruighehoef (Heerlen 1949).
  • Mijn evangelieboekje (z.p. 1955).
  • Het kind van de Sparrenhorst (z.p. 1957).

Heiligenlevens:

  • Mamma Catherina. De onthoofding van den Edelman Niccoló di toldo (Den Bosch 1937).
  • Dominicaanse heiligen I. De Zalige Aegidius van Santarém en andere schetsen (Den Bosch 1951).
  • Dominicaanse heiligen II. De Zalige Franciscus van Capillas het gedorste graan (Den Bosch 1951).
  • Dominicaanse heiligen III. De Heilige Dominicus en andere schetsen (Den Bosch 1952).
  • Dominicaanse heiligen IV. De Zalige Bernardus Scammacca en andere schetsen (Den Bosch 1952).
  • Dominicaanse heiligen V. De eerbiedwaardige zuster Agathe van het Kruis en andere schetsen (Den Bosch 1953).
  • Een dode die leeft (Den Bosch 1971) [over Gerardus Majella].

Toneel:

  • De oude schuld (Alkmaar 1939).
  • Monica's wraak (z.p. 1942).

Literatuur

  • Annie Salomons, ‘Een bizonder geslaagd specimen van een “echt meisjesboek”’, De Maasbode, 23-3-1940.
  • Paul Haimon,‘Een verrassende roman van een Blerickse schrijfster’, Dagblad voor Noord-Limburg, 12-1-1949.
  • H.H. Knippenberg,‘Letterkundigen uit Limburg. Jo Nabben’, De Bronk 7 (1959) nr. 1 26-28.
  • ‘Jo Nabben. De plicht om mensen gelukkiger te maken’, Naast Nieuws. Paasbijlage bij Nieuws, een uitgave van de Staatsmijnen in Limburg (1960).
  • Adri Gorissen, ‘De plicht van Jo Nabben’, De Buun 6 (1998) nr. 1, 29-37.
  • Adri Gorissen,‘Jo Nabben’, Limburgs Literatuur Lexicon (Maastricht 2007) 281.

Illustratie

Jo Nabben, door onbekende fotograaf, ongedateerd (particuliere collectie).

Auteur: Adri Gorissen

laatst gewijzigd: 28/05/2017