Nieweg, Renske (1911-2002)

 
English | Nederlands

NIEWEG, Renske (geb. Winsum 2-4-1911 – gest. Amersfoort 12-4-2002), muziekpedagoge. Dochter van Jakob Nieweg (1877-1955), predikant, later kunstschilder, en Neine Geertruida van der Meulen (1879-1961). Renske Nieweg bleef ongehuwd.

Renske Nieweg werd geboren als jongste van drie in een welgesteld, kunstzinnig en sociaalvoelend domineesgezin in Winsum (Groningen). In 1914 gaf de vader zijn roeping als predikant op om zich geheel te wijden aan het schilderen en vijf jaar later verhuisde het gezin naar Amersfoort. Het milieu waarin Renske opgroeide, was zeer idealistisch en begaan met de wereldvrede. In de tuin van hun huis aan de Utrechtseweg stond een vredeszuil met teksten in het Esperanto.

In Amersfoort kreeg Renske pianolessen van Piet Tiggers. Deze socialist had met zijn uitgesproken ideeën over volksmuziek een sterke invloed op haar; uit Duitsland bracht hij een blokfluit voor haar mee waarop zij leerde spelen. Ook introduceerde Tiggers haar bij de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC), waar zij al gauw muziekleidster werd. Renske wilde haar pianostudie voortzetten op het conservatorium, maar Tiggers meende dat de nadruk op competitie en virtuositeit het socialistisch cultuurideaal niet zou dienen. Wel volgde ze pianolessen bij Hendrik Andriessen, Nelly Wagenaar en Jan Odé – in 1934 rondde ze haar muziekstudie af met een staatsexamen.

Het Nederlandse Lied

Binnen de AJC ontpopte Renske Nieweg zich als een enthousiast muziekpedagoge. Ze leidde zanggroepen en propageerde het zingen van volksliederen. Ook met haar blokfluitgroep had ze succes. Bij het uitbreken van de oorlog hief de AJC zich op om niet onder invloed van de bezetter te geraken. In dat eerste oorlogsjaar was Renske Nieweg nog wel betrokken bij een cursus voor volkszangleiders, georganiseerd door de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsche Lied. De bedoeling was dat in heel Nederland cursussen gegeven zouden worden, maar na infiltratie door de Sicherheitsdienst besloot de vereniging haar activiteiten stil te leggen. Alleen Nieweg slaagde erin een lokale cursus voort te zetten: in oktober 1940 organiseerde ze in Amersfoort de volksliedcursus ‘Het Nederlandsche Lied’, waarop vijftien jongeren afkwamen om zangleider te worden. De zanggroep groeide en kwam in de oorlog op wisselende plaatsen bij elkaar. Bij mensen thuis werden kerstvieringen gehouden en Nieweg organiseerde kampen, zonder vergunning. In het laatste oorlogsjaar volgde ze zelf samen met onder anderen Miep Zijlstra de zomercursus van muziekpedagoog Willem Gehrels. Met een Gehrelsdiploma op zak begon zij als muziekdocente voor zang- en blokfluitles aan de Rijkskweekschool te Amersfoort.

In een toespraak aan het begin van een repetitie op 19 mei 1945 drukte Nieweg haar jonge zangers van alle gezindten op het hart te werken aan de eenheid van het Nederlandse volk. Daarin zag ze een belangrijke rol weggelegd voor haar lokale zanggroep Het Nederlandse Lied. De groep werd uitgenodigd voor herdenkingsbijeenkomsten in Nederland, waarbij ze steevast begon met het gezamenlijk zingen van het Wilhelmus. In december 1946 organiseerde ze voor het eerst een kerstliedavond in de Markthal in Amersfoort. Deze avond vol samenzang, waarop elk jaar honderden mensen uit heel Nederland afkwamen, zou tot enkele jaren na haar dood een traditie blijven. Vanaf 1946 was Nieweg als docente betrokken bij de opleiding van ‘werkers in kerkelijke arbeid’ (wika’s) aan de Academie van Kerk en Wereld in Driebergen (later sociale academie De Horst). Ook was zij tot in de jaren vijftig betrokken bij Middeloo, de Amersfoortse opleiding voor jeugdleiders. Ze verzorgde er de jaarlijkse ‘specialisatieweken muziek’. Met Het Nederlandse lied trad Nieweg vanaf februari 1946 tot 1955 op voor de radio, bij zowel de VARA als de AVRO en de NCRV. Van 1946 tot 1952 verzorgde ze een tweewekelijks radioprogramma in opdracht van de Nederlandse Jeugd Gemeenschap. Ze was ervan overtuigd dat ze met haar werk ‘het grote verval waarin onze hele volkscultuur verkeert’ (uitzending VARA radio 7-1-1950) kon tegenhouden. In 1960 verzorgde ze een serie lessen voor Schoolradio onder de titel Liedje van de week.

Vereniging Huismuziek

In 1951 was Renske Nieweg een van de oprichters van de Vereniging Huismuziek – tot 1969 zat ze in het bestuur. De vereniging richtte zich op het verbeteren van het spelniveau van amateurs en het bevorderen van de ‘vreugd van het samen muziekmaken’. Daarbij ging het niet om ‘de prestaties van de uitzonderlijk begaafden, maar om de mogelijkheden van elk gewoon mensenkind’. Van Leeuwarden tot Valkenburg gaf ze blokfluitlessen aan groepen leerlingen en leidde ze samenzangbijeenkomsten en muziekkampen. Tijdens het tweedaags congres van het Nationaal Overleg voor Gewestelijke Cultuur leidde Nieweg de congresgangers in samenzang – de Leeuwarder Courant schreef hierover (4-9-1954): ‘Zij wist een vonk te ontsteken, die op al de aanwezigen oversprong en een gevoel van blijde genoeglijkheid veroorzaakte’.

'Toen Renskes ouders in 1953 een klein appartement betrokken in het Amersfoortse tehuis De Terp aan de Van Heemskerklaan, ging Renske Nieweg in het daarnaast gelegen hoekappartement wonen. Rond diezelfde tijd gaf ze muziekles aan het Baarns Lyceum, waar ze de prinsessen Beatrix en Irene leerde zingen. Als consulente voor het zangonderwijs op de basisschool en rijksgecommitteerde voor schoolmuziek aan het conservatorium in Groningen was ze ook betrokken bij de publicatie van zangbundels voor het onderwijs. In 1963 werd Renske Nieweg benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Tot haar pensioen in 1976 bleef Nieweg als gerenommeerd muziekpedagoge verbonden aan de Rijkskweekschool van Amersfoort. Bij haar afscheid ontving ze een erepenning van de stad Amersfoort.

Na haar pensionering kreeg Renske Nieweg meer tijd om zelf te musiceren. Ze speelde viola da gamba, fluit en spinet. In 1980 droeg ze de leiding over de zanggroep Het Nederlandse Lied over aan Kees Velthuis. Zelf bleef Nieweg meezingen tot kort voor haar dood. Pauline van Hulst, de laatste dirigent van het koor, ging wekelijks bij haar langs om het repertoire door te nemen. Renske Nieweg overleed na een kort ziekbed op 12 april 2002 in haar appartement in Amersfoort.

Archivalia

  • Groninger Archieven: geboorteakte.
  • Archief Eemland: archief Zanggroep Het Nederlandse Lied te Amersfoort, inv. nr. 0814.

Publicaties

‘Huismuziek en volkscultuur’, Huismuziek. Mededelingenblad van de Vereniging voor Huismuziek 1 (1952), nr. 4, 25.

Literatuur

  • Rijk Mollevanger, Al onze dagen. Leven met muziek. Het Nederlandse Lied in Amersfoort [URL: www.niekvanbaalen.net/Renske_Nieweg; geraadpleegd 28-11-2016].
  • Sjoukje Straub, ‘Renske Nieweg’, in: Publiek Geheim, een digitaal magazine (app) van Archief Eemland.
  • Arie Koorneef, ‘In memoriam Renske Nieweg’, Huismuziek 51 (2002), afl. 3, 6-8.
  • Een leven lang, radioprogramma NOS, 12-2-1987, interview met Henk Enkelaar.

Illustratie

[in bestelling]

Auteur: Carine Alders

laatst gewijzigd: 01/11/2017