Nothmann, Gerda Lina (1927-1999)

 
English | Nederlands

NOTHMANN, Gerda Lina (geb. Berlijn 26-5-1927 – gest. Indian Head Park, Verenigde Staten 4-6-1999), schreef memoires over Kamp Vught. Dochter van Max Nothmann (1885-1943), rechter, en Adele Ginsberg (1903-1943). Gerda Nothmann trouwde op 6-8-1953 in Montreal, Canada, met Bezalel (Charles) Luner (geb. 1925), scheikundig metaalkundige. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren.

Gerda Nothmann werd geboren in een welvarend en intellectueel Joods gezin in Berlijn, als oudste van twee kinderen. Op religieuze feestdagen bezochten de Nothmanns de synagoge en ze voelden zich cultureel sterk verbonden met het Jodendom, maar verder vooral Duits: ook na de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933 bleef de vader er nog lang van overtuigd dat hun toekomst in Duitsland lag. In 1938 besloot hij alsnog tot emigratie. Zo werden de twaalfjarige Gerda en haar tienjarige zusje Vera in 1939 vooruitgestuurd naar Nederland – de ouders zouden volgen.

Philips-meisjes

Gerda en haar zusje kwamen terecht in twee afzonderlijke pleeggezinnen in Breda. Het ging echter niet goed tussen Gerda en haar pleegouders, en daarom verhuisde ze in februari 1940 naar een nieuw pleeggezin in Tilburg. Bij deze Joodse familie Deen beleefde Gerda naar eigen zeggen de gelukkigste jaren van haar jeugd. Na de Duitse inval in mei vluchtte haar zusje Vera met haar pleeggezin naar Frankrijk: terugkeer naar Nederland was onmogelijk en uiteindelijk kwam ze weer terecht bij haar ouders in Berlijn. Gerda deed toelatingsexamen voor de rijks-hbs Koning Willem II aan de Ringbaan-Oost in Tilburg en won daarbij zelfs een studiebeurs, maar vanwege de anti-Joodse maatregelen zou ze nooit op de school zitten. Vanaf eind 1941 ging ze dagelijks met de trein naar ’s-Hertogenbosch, waar een Joods Lyceum was opgericht. Op 1 juni 1943 moest het gezin Deen zich melden in concentratiekamp Vught. Daar spoorde Gerda’s pleegmoeder haar dochter Helga en pleegdochter Gerda aan zich op te geven voor werk bij Philips, dat een werkplaats in het concentratiekamp had ingericht waar ‘kriegswichtige’ producten werden gemaakt, zoals radiobuizen.

Alleen de zestienjarige Gerda werd in de Philips-werkplaats aangenomen; Helga en de rest van het gezin Deen moesten een maand na aankomst op transport naar Sobibor. Later zou Gerda dit afscheid het trauma van haar leven noemen. Nog bijna een jaar bleef ze voor Philips werken, samen met vijfhonderd andere Joodse gevangenen van Kamp Vught. In de nacht van 2 op 3 juni 1944 organiseerde de kampleiding buiten medeweten van Philips om een transport naar Auschwitz. Daar aangekomen kregen de ‘Philips-Joden’ een status als ‘Facharbeiter’– daartoe getipt door Philips haalde Telefunken een groot deel van de vrouwengroep naar hun fabriek in Reichenbach, waar de vrouwen opnieuw radiobuizen maakten.

In februari 1945, bij het naderen van het Russische leger, werden Gerda Nothmann en de andere ‘Philips-meisjes’ te voet en in treinen door Tsjechië en Duitsland gejaagd, waarbij ze onderweg als dwangarbeiders werden ingezet. Tijdens deze dodenmars verloren tientallen van hen alsnog het leven. Bij hun bevrijding op 2 mei 1945 bleek dat zeker 382 van de 500 de oorlog hadden overleefd. Gerda Nothmann was een van hen.

Verenigde Staten

De inmiddels achttienjarige Gerda Nothmann verbleef na het einde van de oorlog enige tijd in Zweden om aan te sterken. Zowel haar eigen ouders en zus als haar Tilburgse pleegfamilie waren vermoord en zelf was ze als gevolg van de naziwetgeving stateloos. Ze vreesde naar Duitsland te worden teruggezonden, maar twee naar de Verenigde Staten gevluchte ooms regelden in februari 1946 haar emigratie. In 1947 haalde Nothmann haar highschooldiploma aan de Thomas Jefferson Highschool in Richmond, Virginia.

Gerda Nothmann ging biochemie studeren aan Virginia Polytechnic Institute and State University in Blacksburg. Na het behalen van haar bachelorgraad ontmoette ze in Chicago de scheikundig metaalkundige Charles Luner, met wie ze in 1953 trouwde. Hierna werkte en studeerde ze aan de universiteit van Syracuse (New York), waar ze hoogzwanger haar master of science-graad behaalde. Na de geboorte van haar twee dochters werd ze huisvrouw. Van begin jaren zeventig tot midden jaren tachtig werkte ze vanuit huis in Downers Grove, Illinois, als zelfstandig adviseur voor een reisbureau.

Memoires

Voor haar dochters schreef Gerda Nothmann in 1978 haar herinneringen aan de jaren 1933-1946 op. Gerda Nothmann overleed op 4 juni 1999 in Indian Head Park (Illinois) aan de gevolgen van kanker, op de leeftijd van 72 jaar. Haar memoires waren in 1997 onder de aandacht gekomen van dr. D.B. Jochems, een vroegere klasgenoot uit Tilburg. Naar aanleiding van de memoires van Gerda Nothmann richtte hij in 1999 de stichting ‘Geschiedschrijving Philips-Kommando Concentratiekamp Vught ’43-’44’ op, met als doel de op dat moment nog onbekende oorlogsgeschiedenis van Philips aan de vergetelheid te ontrukken. De stichting realiseerde een wetenschappelijke publicatie, een documentaire, een reizende tentoonstelling, een website over het Philips-Kommando in Kamp Vught en een biografie over Nothmann: Philips-meisje van Kamp Vught. Haar levensverhaal (2016).

Archivalia

Nationaal Monument Kamp Vught, Vught: briefcollectie Nothmann.

Publicatie

Gerda’s Story. Memoir of a Holocaust Survivor (Elmhurst 2002).

Literatuur

  • P.W. Klein en Justus van de Kamp, Het Philips-Kommando in Kamp Vught (Amsterdam 2003).
  • D.B. Jochems, Licht in het donker. Het Philips-Kommando in Kamp Vught. Belevenissen en achtergronden (Vught 2005).
  • Helga Deen, Dit is om nooit meer te vergeten. Dagboek en brieven van Helga Deen 1943. (Amsterdam 2007).
  • Sanne van Heijst, Philips-meisje van Kamp Vught. Haar levensverhaal (Amsterdam 2016).

Illustratie

Gerda Nothmann, door onbekende fotograaf, 1946 (particuliere collectie).

Auteur: Sanne van Heijst

laatst gewijzigd: 08/07/2016