Oosten, Geertrui van (ca. 1320-1358)

 
English | Nederlands

OOSTEN, Geertrui van, ook bekend als Truyd de Oesten (geb. Voorburg? – ca. 1320 – gest. Delft 6-1-1358), heilige. Het is onzeker of Geertrui getrouwd is geweest.

Geertrui van Oosten is de eerste heilige in de Nederlanden die de stigmata (de wondtekenen van Christus) ontving. Door haar tijdgenoten werd zij hierom vereerd – het ontvangen van stigmata gold als een uitzonderlijk voorrecht (het bekendste voorbeeld was Franciscus van Assisi). De wonden die Geertrui had waren niet alleen zichtbaar, maar bloedden ook op gezette tijden. Dit trok zoveel bekijks dat zij volgens de levensbeschrijvingen die aan haar zijn gewijd Christus smeekte de tekens weer weg te nemen, teneinde haar van deze toeloop te verlossen. Dit gebeurde inderdaad.

De eerste vermelding van het bestaan van Geertrui van Oosten staat in de kroniek die Jan Beke schreef tussen 1340 en 1346. Het is een kort fragment waarin wordt gemeld dat een zekere ‘matrone’ uit Delft de stigmata had ontvangen in haar zijde, handen en voeten, volgens Beke omdat zij de passie van Christus met zoveel toewijding vereerde. Dat het hier om Geertrui van Oosten gaat is zeker; bij een van de edities van de kroniek is ten overvloede de naam Geertrui in de kantlijn toegevoegd.

Behalve de stigmata vertoonde Geertrui ook andere tekenen van heiligheid. Zo nam zij slechts heel weinig voedsel tot zich. Als zij at, deed ze dat niet zonder voortdurend te huilen. Zij weerstond verschillende aanvallen van de duivel en kreeg visioenen waarin haar de toekomst werd getoond. Geertrui kreeg ook een visioen waarin zij in de kersttijd de geboorte van Jezus in de aanwezigheid van de moeder Gods beleefde. Toen zij uit het visioen terugkeerde, merkte Geertrui dat haar borsten, zoals die van de maagd Maria, melk afscheidden. Dit wonder zou hebben geduurd van kerst tot en met het feest van Maria Lichtmis (2 februari), en ontsnapte natuurlijk niet aan de aandacht van haar medezusters en de inwoners van Delft.

Verering

Over het leven van Geertrui is weinig bekend. De details die we kennen zijn afkomstig uit verschillende levensbeschrijvingen (vitae) van lang na Geertruis dood. Hierin wordt verteld dat zij omstreeks 1320 geboren zou zijn in Voorburg. Als jongvolwassene trok zij naar Delft, waar zij een zwervend bestaan leidde, liederen zingend en bedelend om voedsel. Op een bepaald moment zou zij zich hebben verbonden aan het Delftse begijnenconvent. Geertrui overleed achttien jaar nadat ze de stigmata had gekregen. Zij werd begraven aan de zuidzijde van de Oude Kerk van Delft. Ook over de heiligenstatus van Geertrui bestaat onzekerheid. Zij werd nooit officieel door de paus heilig verklaard. Er zijn echter wel verschillende vitae van haar bekend, en Geertrui werd ook opgenomen in de – in 1643 begonnen – reeks levensbeschrijvingen van heiligen, de Acta Sanctorum, en wel op 6 januari: haar vermeende sterfdag.

Geertruis graf en het begijnhof in Delft zijn geen plaatsen van verering geworden, maar toch is zij nooit helemaal vergeten. Dit komt vooral doordat Geertruis naam ‘Van Oosten’ verbonden raakte aan het lied ‘Het daghet in den oosten’. Laurentius Surius maakte deze koppeling al in 1589. In de opleving van katholieke spiritualiteit in de negentiende eeuw werd Geertrui dan ook vooral bekend als de auteur van dit bekende lied, en van nog minstens één andere religieuze tekst. De katholieke voorvechter J.A. Alberdingk Thijm nam de liederen op bij een nieuwe levensbeschrijving van Geertrui op basis van de al bestaande vitae. Dankzij dit werk nam de (wetenschappelijke) belangstelling voor Geertrui weer toe. Overtuigend toonde men aan dat Geertrui niet de auteur kon zijn van de haar toegeschreven liederen. In januari 1958 werd in de Delftsche Courant nieuwe informatie over Geertrui gepresenteerd: in het archief van Delft was een zestiende-eeuws afschrift gevonden van een testament, opgemaakt op 20 augustus 1349, waarin ‘Trude van Oosten’ een pond erft. Deze vondst wordt gezien als bewijs van het bestaan van Geertrui, en geeft ook aan dat zij al tijdens haar leven de achternaam ‘Van Oosten’ droeg. In hetzelfde jaar 1958 werd er bij de Oude Kerk van Delft een standbeeld ter ere van Geertrui van Oosten onthuld.

Naslagwerken

Basse; Carasso-Kok.

Literatuur en bronnenuitgaven

  • Cornelius Aurelius, Divisiekroniek (Leiden 1517) [levensbeschrijving Geertrui van Oosten, 23ste divisie, 5de capittel].
  • Het leven van die heylighe ende waerdighe maecht Geertruyd van Oosten, baghijnken tot Delft. Vergadert uut de Cronijck van Holland, onlanx uytghegeven by die eerwaerdighe schrijver Laurentius Surius (2de druk; Leuven 1589).
  • J. Bolland, Acta Sanctorum (AASS) Ian. 1 (Antwerpen 1643; herdruk 1863) 349-353.
  • P. Ribadineira en H. Rosweydus, Generale legende der heyligen (Antwerpen 1649) 131-135.
  • J.A. Alberdingk-Thijm, Geertruide van Oosten. Geschiedenis van een Delftsch begijntjen uit de XIVe eeuw (Amsterdam 1853).
  • Rena Pennink, ‘Een liedje van pseudo (?) Geertruide van Oosten’, in: Willy Godenne, Luc Indestege en Bert Pelckmans red., Prosper Verheyden gehuldigd ter gelegenheid van zijn zeventigsten verjaardag 23 october 1943 (Antwerpen/Den Haag 1943) 245-254.
  • S. Axters, Geschiedenis van de vroomheid in de Nederlanden deel 2 (Antwerpen 1953) 69, 70, 157, 158, 164, 167-169.
  • M. Goossens, ‘Enige bemerkingen betreffende Geertruid van Oosten’, Studia Catholica: gewijd aan godgeleerdheid, wijsbegeerte en aan algemeen wetenschappelijke vraagstukken, onder theologische en philosophische belichting (‘De Katholiek’) 29 (1954) 207-216.
  • D.P. Oosterbaan, ‘Kroniek van de Nieuwe kerk Delft. Inleiding en aantekeningen’, Haarlemse Bijdragen. Bouwstoffen voor de Geschiedenis van het Bisdom Haarlem 65 (1958) 76-78.
  • Jan Beke, Chroniken van den Stichte van Utrecht ende van Hollant, H. Bruch ed. (Den Haag 1982) 184. [in de latijnse versie: Chronographia, H. Bruch ed. (Den Haag 1973) 299].
  • A.H. Bredero, ‘De Delftse begijn Geertrui van Oosten (ca. 1320-1358) en haar niet-erkende heiligheid’, in: D.E.H. de Boer en J.W. Marsilje red., De Nederlanden in de late Middeleeuwen (Utrecht 1987) 83-97.
  • Caroline Walker-Bynum, Holy feast and holy fast. The religious significance of food to medieval women (Berkeley 1987) 28, 117, 123, 211.
  • A.M.J. van Buuren, ‘Geertruyd van Oosten and ‘‘Het daghet in den Oosten’’’, in: M.J. Wintle red., Modern Dutch studies. Essays in honour of professor Peter King (Londen 1988) 75-87.
  • Ludo Jongen, Heiligenlevens in Nederland en Vlaanderen (Amsterdam 1998) 19-20, 182, 188, 191-192.

Illustratie

Standbeeld in Delft, door Arie Teeuwisse, 1958.

Auteur: Renée Beukers.

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 26

laatst gewijzigd: 13/01/2014