Op ten Noort, Julia (1910-1996)

 
English | Nederlands

OP TEN NOORT, Julia Adriana (geb. Amsterdam 9-11-1910 – gest. nabij Fulda, Duitsland ?-?-1996), nationaal-socialistisch activiste, medeoprichtster Nationaal -Socialistische Vrouwen Organisatie (NSVO), directrice van de Reichsschule für Mädel. Dochter van Godfried Carl op ten Noort (1878-1949), directeur bierbrouwerij, en Maria Aletta Johanna Bock (1878-1951). Julia op ten Noort was van 1953 tot 1958 getrouwd met Michael Sebastian Rothfischer (1920-?), kunstschilder. Ze had een voorechtelijke zoon (1944-1990) – vader onbekend.

Julia – Juul voor intimi – groeide met haar oudere broer Laurens op in een adellijk, protestants gezin. Haar vader was directeur van bierbrouwerij de Gekroonde Valk in Amsterdam. Het gezin woonde in Amsterdam, Baarn en Vorden. In Baarn volgde Julia drie jaar gymnasiumonderwijs. Haar ouders werden in 1932 lid van de NSB, haar broer in 1934. Julia zelf was in deze tijd actief in de Oxford Groep van de Amerikaanse evangelist Frank Buchman en reisde door Zwitserland, Engeland, Canada, de Verenigde Staten en Duitsland. In Breslau leerde ze in 1934 Reichsführer-SS Heinrich Himmler kennen, die diep onder de indruk van haar was. Julia werd een fervent aanhangster van de Groot-Germaanse gedachte. Datzelfde jaar raakte ze bevriend met de NSB'er Meinoud Rost van Tonningen, die ze op een feestje in Baarn had leren kennen. Toen ze in 1936 met Buchman een conflict kreeg over een hulpactie voor kindertehuizen in Sudeten-Duitsland, verliet ze de Oxford Groep.

NSVO

Begin 1937 werd Julia op ten Noort lid van de NSB. In datzelfde jaar was ze enkele maanden als gastlid van de Duitse Nationalsozialistische Frauenschaft (NSF) in Duitsland.  Ze inspecteerde er schoolorganisaties en maatschappelijk werk en leerde cursussen voor vrouwen op te zetten. Ze bracht Himmler in contact met Rost van Tonningen – de man met wie ze dat jaar de partijdagen van de NSDAP in Neurenberg bezocht. Terug in Nederland zou ze haar ervaringen gebruiken voor het opzetten van een vrouwenorganisatie van de NSB: op 1 september 1938 richtte ze de Nationaal-Socialistische Vrouwen Organisatie (NSVO) op.

Samen met Rost van Tonningen en diens latere vrouw Florentine behoorde Op ten Noort tot de radicale ‘volkse’ vleugel binnen de beweging. Deze was geïnspireerd door de Duitse ‘völkische’ ideeën over raciale zuiverheid, de superioriteit van het Germaanse ras en ‘Blut und Boden’. In ideologisch opzicht voelde Julia op ten Noort zich vooral verwant aan het nationaal-socialisme van de SS. NSB-voorman Mussert vond zij meer een fascist naar Italiaanse snit dan een werkelijke nationaal-socialist. Op zijn beurt wantrouwde Mussert de toenemende invloed van volkse radicalen als Op ten Noort en probeerde hij deze in te dammen. Dat bleek bijvoorbeeld bij zijn besluit over het leiderschap van de NSVO. Bij de oprichting in 1938 werd initiatiefneemster Op ten Noort gepasseerd door Adriana van Hoey Smith. Zelf bracht zij het slechts tot plaatsvervangend leidster.

Dankzij haar connecties met Himmler kreeg Julia op ten Noort na de Duitse inval van de hoge SS-er Rauter een auto ter beschikking om haar NSVO-activiteiten te kunnen uitvoeren. De snelle stijging van het ledental – van 1500 naar 6500 – was grotendeels te danken aan haar onvermoeibare inzet. Rauter schreef aan Himmler dat ‘Barones Op ten Noort’ persoonlijk verantwoordelijk was voor de goede organisatie van de nationaal-socialistische vrouwenbeweging in Nederland. Mussert zag dit succes met lede ogen aan. Hij kon Op ten Noort echter niet ontslaan, omdat ze de beschermelinge van Himmler was. In het najaar van 1940 probeerde de nieuwe NSVO-leidster, Elisabeth Keers-Laseur, samen met Op ten Noort de organisatie in SS-richting om te buigen. De NSB-top wist dit te verijdelen en in februari 1941 werd Julia op ten Noort gedegradeerd tot secretaresse. Uit onvrede schreef ze onmiddellijk haar ontslagbrief. Himmler kwam met een alternatief: ze kon stage lopen bij een instelling voor de opleiding van meisjes in Bielefeld. Op 27 mei vertrok ze bezwaard naar Duitsland: ze was namelijk al enige tijd hevig verliefd op Pieter Schelte Heerema, Standaardleider van de SS in Zuid-Holland en Zeeland.

Eliteschool voor meisjes

Julia op ten Noort opende op 1 september 1942 als directrice de Reichsschule für Mädel in Heythuysen (bij Roermond). Voor deze eliteschool waren 650 meisjes aangemeld, maar na een rassenkeuring bleven er slechts veertig leerlingen over. Het leiderschap van Op ten Noort was geen succes. In september 1943 werd ‘lieve Juul’ door Himmler voor een ‘bijzondere’ opdracht naar Duitsland geroepen. De werkelijke reden voor haar vertrek was haar zwangerschap: een zwangere alleenstaande vrouw voor de klas was een slecht voorbeeld voor de meisjes. Ze vertrok naar een Lebensbornheim in Steinhöring (Beieren), waar ze op 26 februari 1944 beviel van een zoon (Heinrich). Volgens geruchten was Himmler de vader. Aan haar broer schreef ze dat het kind was verwekt door een getrouwde SS’er. Pas in september 1944 droeg ze haar leidinggevende functie in Nederland over aan een plaatsvervangster.

Na de oorlog gaf Julia op ten Noort zichzelf aan bij de Amerikanen in Duitsland. In 1948 veroordeelde het Tribunaal in Dordrecht haar tot een gevangenisstraf van tweeënhalf jaar. Begin 1949 werd ze echter vervroegd vrijgelaten en vestigde ze zich definitief in Duitsland. Ze bekeerde zich daar tot het hindoeïsme en hield zich bezig met reïncarnatie. Ze werkte als kokkin en woonde bij een hospita op kamers in de buurt van Fulda, waar ze een kortstondig huwelijk had met de kunstschilder Rothfischer. Op een onbekende datum in 1996 is Julia op ten Noort overleden. Dankzij haar bijzondere band met Himmler en haar vriendschap met andere hooggeplaatste SS’ers was zij de meest vooraanstaande vrouwelijke nazi in Nederland. Toch heeft ze nauwelijks naam gemaakt, vermoedelijk omdat ze in NSB-kringen weinig geliefd was en het vooral moest hebben van de steun van hooggeplaatste SS’ers. Bovendien was ze in haar initiatieven weinig succesvol.

Archivalia

  • Nationaal Archief, Den Haag: CABR-dossier inv. nr. 34678 Julia op ten Noort.
  • NIOD, Amsterdam: DOC I/1241 map A en B.

Literatuur

  • De Nationaal-Socialistische Vrouw (1940-1942).
  • Nederlandsch Vrouwenleven (1942-1944).
  • Willemien Hendrika Posthumus-Van der Goot, red., Van moeder op dochter. De maatschappelijke positie van de vrouw in Nederland vanaf de Franse tijd (Nijmegen 1977).
  • Lou de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden en de Tweede Wereldoorlog, dl. 1-10 (Den Haag 1968-1982).
  • Ellen A. Marrenga, De Nationaal Socialistische Vrouwen Organisatie in Nederland. Het Hartvuur heilig - Het Haardvuur veilig, NSVO van 1938-1945 (Amsterdam 1982) [onuitgegeven doctoraalscriptie].
  • J. Zwaan red., De zwarte kameraden, een geïllustreerde geschiedenis van de NSB (Weesp 1984).
  • H.D. De Loor, Nieuw Nederland loopt van stapel. De Oxford Groep in Nederland, een sociale beweging van het interbellum (Kampen 1986).
  • N.K.C.A. in ’t Veld, De SS en Nederland (Amsterdam 1987).
  • Hans Olink, ‘Oorwarmers voor het Oostfront. Jonkvrouwe Julia op ten Noort over haar bruine verleden’, Elsevier, 4-8-1990, 14-17.
  • David Barnouw, Rost van Tonningen, Fout tot het bittere einde (Zutphen 1994).
  • Machlien Vlasblom, Bruin Bloed, Jonkvrouw Op ten Noort en het nationaal-socialisme (Amsterdam 2007) [onuitgegeven doctoraalscriptie].
  • Zonneke Matthée, Voor Volk en Vaderland. Vrouwen in de NSB 1931-1948 (Amsterdam 2007).
  • Paul van der Steen, Keurkinderen, Hitlers elitescholen in Nederland (Amsterdam 2010).
  • Ad van Liempt, Verzetshelden en moffenvrienden (Amsterdam 2011).
  • Zonneke Matthée, Verzwegen Levens. Vrouwen uit een fout gezin (Schoorl 2013).
  • David Barnouw, ‘De mammoetheffer met de naam van een SS’er’, NRC Handelsblad, 7-1-2015.

Illustratie

Julia op ten Noort (l) en Florrie Rost van Tonningen, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Beeldbank WO2 - NIOD).

Auteur: Zonneke Matthée

 

laatst gewijzigd: 05/07/2016