Oultremont de Wégimont, Henriette Adriana Louise Flora d' (1792-1864)

 
English | Nederlands

OULTREMONT de WÉGIMONT, Henriette Adriana Louise Flora gravin d’ (geb. Maastricht 28-2-1792 gest. Aken 26-10-1864), door haar huwelijk gravin van Nassau. Dochter van Ferdinand Louis Michel François graaf d’Oultremont de Wégimont (1761-1799) en Johanna Susanna Hartsinck (1759-1830). Henriette d’Oultremont trouwde op 17-2-1841 in Berlijn met Willem Frederik graaf van Nassau (1772-1843), de voormalige koning Willem I. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Henriette d’Oultremont groeide op als oudste dochter in een gezin van twee zoons en drie dochters. Haar moeder was eerder getrouwd geweest met Dirk de Smeth; mogelijk maakte de zoon uit dit huwelijk ook deel uit van het gezin. Hoewel de familie d’Oultremont, die in 1731 door keizer Karel VI in de rijksgravenstand was verheven, behoorde tot de vooraanstaande geslachten van de zuidelijke Nederlanden, waren de voorouders van Henriette van overwegend Noord-Nederlandse komaf. Door als officier van de lijfgarde van de stadhouder dienst te nemen in het Staatse leger had vader d’Oultremont de Nederlandse band bevestigd. Na zijn overlijden woonde Henriettes Nederlandse moeder met haar kinderen afwisselend in Brussel en op kasteel La Cattoire in Henegouwen. Over Henriettes jeugdjaren is zo goed als niets bekend. Zij volgde onderwijs in Parijs, waar zij in 1814 de val van het regime van Napoleon meemaakte.

In 1817 werd Henriette d’Oultremont staatsdame (hofdame) van koningin Wilhelmina in Brussel. Na de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was besloten het hof afwisselend in Brussel en Den Haag te vestigen, waardoor voor beide locaties een hofhouding nodig was. Ook Henriettes zuster Pauline en haar broers Charles en Ferdinand waren aan het hof verbonden, respectievelijk als hofdame bij de prinses van Oranje, kamerheer/ceremoniemeester van koning Willem I en kamerheer van prins Frederik. In 1818 werden de Brusselse en Haagse hofdames van de koningin in één permanente dienst ondergebracht. Zo werkte Henriette voortaan ook aan het hof in Den Haag.

Huwelijksaanzoek

Na het overlijden van de koningin in oktober 1837 bleef haar hofhouding in stand. De koning bestreed zijn eenzaamheid door afleiding te zoeken in het gezelschap van de zes hofdames van zijn overleden vrouw. Hij heeft lang geaarzeld, maar op den duur ging zijn voorkeur uit naar Henriette d’Oultremont en ontwikkelde zich een bijzondere vriendschap tussen koning en hofdame. Toch kwam zijn huwelijksaanzoek in mei 1838 voor Henriette als een verrassing, zoals blijkt uit hun correspondentie (Roppe, 29-40). Zij aanvaardde het aanzoek, al had zij ook bedenkingen: het was toch niet gepast dat een koning een huwelijk aanging met een vrouw van niet-koninklijken bloede; zouden zijn kinderen niet afwijzend staan tegenover een nieuwe verbintenis van hun vader? Van haar argumenten wilde koning Willem echter niet horen. Hij zou een morganatisch huwelijk sluiten, naar het voorbeeld van zijn zwager koning Frederik Willem III van Pruisen, waardoor Henriette geen koningin zou worden. Zijn kinderen (kroonprins Willem, prins Frederik en prinses Marianne) stelden zich neutraal ten opzichte van hun vaders plannen op. Daarentegen wezen zijn raadslieden een verbintenis met een niet-koninklijke bruid af. Het zou de monarchie en daarmee het Koninklijk Huis in diskrediet kunnen brengen. Bovendien zou de Belgische afkomst van de bruid, zo kort nadat het verdrag van scheiding tussen Nederland en België was getekend, alsmede het katholieke geloof dat zij beleed, voor de grotendeels protestantse bevolking onacceptabel zijn.

Nadat de binnenskamers gehouden plannen in paleiskringen bekend geraakt waren, werd Henriette d’Oultremont door onderlinge animositeit het mikpunt van gekibbel, pesterijen en insinuaties. Wegens de onhoudbare sfeer vroeg zij de koning permissie om het hof voor onbepaalde tijd te verlaten. De koning stemde daarmee in, maar bedong dat zij schriftelijk met hem in contact zou blijven. De scheiding tussen de koning en Henriette zou anderhalf jaar duren. In die tijd onderhielden zij inderdaad een briefwisseling, die vanwege de delicate omstandigheden geheim gehouden werd. Zodra de huwelijksplannen algemeen bekend waren geworden, ontbrandde een vinnige strijd, uitgevochten in krantenartikelen, pamfletten en karikaturen. Ook de zoons van de koning verklaarden zich nu tegen het huwelijk; de kroonprins had zelfs een actief aandeel in de pennenstrijd. De lastercampagne bereikte een hoogtepunt in het voorjaar van 1840. Koning Willem I besefte dat hij vrijwel alle steun had verloren en maakte op 25 maart 1840 bekend dat hij van zijn tweede huwelijk afzag, nadat hij vooraf Henriette op de hoogte had gesteld. Maar nadat hij vanwege de grondwetswijziging, nodig na de scheiding van Nederland en België, op 7 oktober 1840 troonsafstand had gedaan, stond niets de huwelijksplannen meer in de weg.

Huwelijk

Henriette d’Oultremont vroeg en verkreeg dispensatie van het Vaticaan om een gemengd huwelijk aan te gaan. Zij reisde begin februari 1841 met haar oudste broer Charles naar Berlijn. Hoewel de prinsen Willem en Frederik zich bleven verzetten, stelde prinses Marianne alles in het werk het huwelijk doorgang te laten vinden.

In het paleis van prinses Marianne en haar man, prins Albert van Pruisen te Berlijn, trouwde Henriette d’Oultremont op 17 februari 1841 met koning Willem Frederik, graaf van Nassau, zoals Willem I zich na zijn troonsafstand was gaan noemen. Het huwelijk werd gesloten door de predikant van de Franse kerk en een rooms-katholieke pastoor. De bruidegom vaardigde op die dag een aantal op het huwelijk betrekking hebbende akten uit. Daarin was bijvoorbeeld bepaald dat Henriette geen aanspraak kon maken op koninklijke prerogatieven; eventueel uit het huwelijk geboren kinderen waren uitgesloten van erfrecht. Op verzoek van Henriette werd de formulering ‘morganatisch huwelijk’ geschrapt – zij vreesde dat dit begrip, dat de Nederlandse huwelijkswetgeving niet kende, in Nederland zou worden aangegrepen om het huwelijk onwettig te verklaren. In een open brief van adeldom verleende de koning zijn bruid de titel ‘gravin van Nassau’. Daarnaast schonk hij haar een jaarlijks hand- en speldengeld en een douarie.

Het paar nam zijn intrek in paleis Unter den Linden te Berlijn. Inderdaad vormden de morganatische bepalingen voor de adviseurs van koning Willem II een belangrijk wapen om inschrijving van het huwelijk in de registers van de Nederlandse Burgerlijke Stand te verhinderen. Pas nadat Willem Frederik gedreigd had nogmaals te trouwen, maar nu in Nederland – een voorstel waarmee hij koninklijke familie en regering in verlegenheid bracht – werd de belemmering weggenomen.

Een volgende beproeving was de weigering van koning Willem II de nieuwe vrouw van zijn vader aan het hof te ontvangen. Pas na bemiddeling van prins Frederik, die inmiddels tot ander inzicht was gekomen en Henriette had geaccepteerd, verzoende ook koning Willem II zich met zijn vader en diens vrouw – dat was in mei 1842. ‘Vanaf de zomer in dat jaar waren zij een aantal keren samen te gast aan het hof. Het huwelijk van Henriette en Willem Frederik duurde slechts een kleine drie jaar. Het kwam ten einde door het onverwachte overlijden van de koning op 12 december 1843.

Douairière

Henriette d’Oultremont, gravin van Nassau bracht de laatste 21 jaar van haar leven door in kasteel Rahe te Laurensburg bij Aken, door koning Willem Frederik aangekocht. Ter nagedachtenis aan haar man liet zij voor de slotkapel een witmarmeren grafmonument vervaardigen. Na haar dood werd dit overgebracht naar de Nieuwe Kerk in Delft. Naast charitatief werk hield zij zich bezig met het beheer van Silezische goederen, waarvan zij deels het vruchtgebruik genoot, deels het eigendom bezat. Op 26 oktober 1864 stierf Henriette d’Oultremont in het bijzijn van haar jongste broer Ferdinand. Conform haar wens werd zij begraven in de familiegrafkelder te Wégimont in België. Haar neef en petekind Octave d’Oultremont, oudste zoon van haar broer Charles, was haar universeel erfgenaam.

Over Henriette d’Oultremont en haar verhouding tot haar latere echtgenoot zijn gedurende haar leven veel geruchten verspreid en nog altijd duiken deze af en toe op. Zo meldt Wikipedia (2009) dat de koning buitenechtelijke kinderen gehad zou hebben bij ‘Jetje Dondermond’, zoals ze in een pamflet uit 1841 werd genoemd. Deze geruchten waren en zijn nergens op gebaseerd. Uit hun bewaard gebleven briefwisseling – die afstandelijk was van toon – kan worden opgemaakt dat de koning vooral gezelschap zocht voor zijn oude dag, en dat de hofdame Henriette bereid was om in die behoefte van de koning te voorzien. De verdachtmakingen, laster en smaad heeft Henriette d’Oultremont steeds op waardige wijze ondergaan.

Naslagwerken

Van Ditzhuyzen; Oranje van A tot Z.

Archivalia

  • Koninklijk Huisarchief, Den Haag: toegang A35 (archieven van koning Willem I); toegang A40 (koning Willem II); toegang E1 (hofcommissie); toegang E10b (opperkamerheer); toegang G69 (collectie Van Maanen).
  • Fürstlich Wiedisches Archiv, Neuwied (BRD).
  • Familiearchief d’Oultremont de Duras, Duras, St. Truiden (België).
  • Familiearchief d’Oultremont de Wégimont, Warfusée, Saint-Georges-sur-Meuse (België).

Literatuur

  • L. Roppe, Een omstreden huwelijk. Koning Willem Frederik, graaf van Nassau en de gravin van Nassau, geboren Henriette d’Oultremont de Wégimont (Kasterlee 1962).
  • A.R. K[leijn], ‘Henriette gravin d’Oultremont, gravin van Nassau’, Gens Nostra 18 (1963) 112-125.
  • André Scholler, ‘Henriette’, in: Charles-Emile d’Oultremont, Généalogie succincte de la maison d’Oultremont (Saint-Georges 1990) 103-107.
  • Ulrich Schuppener, ‘Henriette d’Oultremont, Gräfin Nassau’, Nassauische Annalen 115 (2004) 185-216.

Illustratie

Gouache, gemaakt door onbekende kunstenaar ten tijde van het verblijf van Henriette d’Oultremont aan het hof van koning Willem I (particuliere verzameling) (Foto: Koninklijke Verzamelingen Den Haag).

Auteur: Mieke van Leeuwen-Canneman

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 647

laatst gewijzigd: 13/01/2014