Gonsalves Paes de Azevedo, Anna (ca. 1612-1674)

GONSALVES PAES de AZEVEDO, Anna, vooral bekend als Anna Paes (geb. Salvador de Bahia, Brazilië ca. 1612 – gest. Den Haag 21-12-1674), eigenares van een suikerplantage. Dochter van Jeronimo Paes de Azevedo, plantagehouder, en Isabel Gonsalves Paes. Anna Paes trouwde (1) in 1630 in Salvador de Bahía met Pedro Correia da Silva (gest. 1630), kapitein in het Portugese leger; (2) in 1637 in Recife met Charles de Tourlon jr. (gest. 1644), hoofd van de persoonlijke garde van Johan Maurits; (3) in mei 1645 in Recife met Gijsbert de With (1611-1692), lid van de Raad van Justitie in Brazilië. Uit huwelijk (2) werd 1 dochter geboren, uit (3) 1 zoon en 1 dochter.

Anna Paes was afkomstig uit een vooraanstaande Luso-Braziliaanse familie van suikerplanters. Als bruidsschat kreeg zij bij haar huwelijk in 1630 de suikermolen Casa Forte, gelegen langs de rivier Capiberibe en geroemd als een van de beste en grootste ‘engenhos’ in de omgeving van Recife. Haar eerste man, de Portugese militair Pedro Correia da Silva, sneuvelde reeds kort na hun huwelijk, tijdens de verdediging van fort São Jorge (Pernambuco) tegen de invasie van de West-Indische Compagnie. De jonge weduwe vluchtte niet voor het Nederlandse bewind, zoals vele andere Portugezen. Ze behield haar suikermolen en integreerde in de Nederlandse koloniale samenleving. In 1637 hertrouwde ze met Charles de Tourlon jr., die kort daarna zou worden aangesteld als kapitein van de persoonlijke garde van Johan Maurits van Nassau-Siegen, de gouverneur-generaal van Nieuw-Holland.

Anna was een graag geziene figuur aan het hof van Johan Maurits, en doopte als eerbetoon aan de gouverneur-generaal haar suikermolen om tot ‘Engenho Nassau’. Hier en daar wordt de suggestie gewekt dat Anna een verhouding met hem zou hebben gehad, maar dit valt niet te bewijzen. Wel correspondeerde zij met de graaf, en ten minste één brief van haar hand is bewaard gebleven. Hoe precair haar positie in Mauritsstad niettemin was, blijkt uit de arrestatie van haar man in 1643. Hij werd verdacht van verraad, en zijn huwelijk met een Luso-Braziliaanse heeft daarbij waarschijnlijk een rol gespeeld. Tourlon werd uit zijn functie ontheven en naar de Republiek gezonden. Anna, inmiddels zwanger van hun dochter Isabel (geb. 1643), schreef brieven aan de Kamer Zeeland van de WIC om haar man vrij te pleiten. Uiteindelijk vielen de verdenkingen niet hard te maken. Vlak voor zijn terugkeer naar Brazilië overleed Tourlon in Zeeland.

Vertrek naar de Republiek

Anna hertrouwde met de Dordtenaar Gijsbert de With. Bij de bekendmaking van zijn huwelijk liet deze aan de Hoge Raad in Nieuw-Holland weten dat zijn bruid meer Nederlands dan Portugees was (‘zegt een ieder bekend te zijn dat zijne toekomende huisvrouw haar al bij tijden van haar voorgaande huwelijk veel meer tot onze natie als tot de Portugese heeft getoond genegen te zijn’ (OWIC 70, DN 29 april 1645). Zo had Anna bijvoorbeeld het calvinisme verkozen boven het katholicisme waarmee zij was opgegroeid. Haar drie kinderen liet zij dan ook in de gereformeerde kerk in Recife dopen – uit haar huwelijk met De With waren dit Cornelius (1647) en Elizabeth (1650). In 1645, met het uitbreken van de Portugese plantersopstand, begon in Recife een guerilla-oorlog die negen jaar zou duren. Een van de gevechten vond zelfs plaats op het terrein van de suikermolen van Anna, die inmiddels ‘Engenho De With’ heette. Aan deze oorlog kwam een einde met de capitulatie van Taborda in januari 1654: de Compagnie gaf Recife en omgeving terug aan Portugal. Als Portugese maakte Anna met succes aanspraak op behoud van haar eigendom, maar toch vertrok zij in april met het schip De Vos naar de Republiek, in het gezelschap van haar man.

Na aankomst in Holland vestigde het echtpaar zich in Dordrecht, maar verhuisde al snel naar Den Haag, waar Gijsbert zich inzette voor de restitutie van verloren gegane privé-inkomsten in Brazilië. De suikermolen van zijn vrouw zal aan deze strijd zeker een persoonlijk tintje hebben gegeven. In een van de pamfletten over deze kwestie wordt Anna Paes vermeld, die volgens de anonieme auteur zo mooi was, dat ‘men die kwalijk zonder schreien kon aanzien’ (Kort, bondigh ende waerachtigh verhael, 68). Hoe het haar als immigrante in de Republiek is vergaan, blijft verder onduidelijk. Haar naam duikt in de bronnen pas weer op bij haar overlijden op 21 december 1674. Als juffrouw De With werd zij begraven in de Kloosterkerk in Den Haag.

In Brazilië is ‘Dona’ Anna Paes nooit vergeten. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw publiceerde de historica Luzilá Gonçalves Ferreira een historische roman over haar leven, waarin haar vermeende affaire met Johan Maurits veel aandacht krijgt.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: archief Classis Amsterdam, Recife; doopboeken 1633-1654 [zie ook: Nederlandsch Archievenblad, 5-6 (1888-1889)].
  • Koninklijk Huisarchief, Den Haag: A4-1454, nr. 334 [brief van Anna Paes aan Johan Maurits van Nassau-Siegen].
  • Nationaal Archief, Den Haag: Archief Oude West-Indische Compagnie (OWIC), Dagelijkse Notulen (DN).

Literatuur

  • M. Calado, O Valeroso Lucideno e Triumfo da Liberade, ed. J.A. Gonsalves de Mello (Recife 1985) [oorspr. Lissabon 1648].
  • Kort, bondigh ende waerachtigh verhael van ’t schandelijck over-geven ende verlaten vande voornaemste conquesten van Brasil (Middelburg 1655).
  • M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht (Dordrecht 1677).
  • J.A. Gonsalves de Mello, Nederlanders in Brazilië (1624-1654): de invloed van de Hollandse bezetting op het leven en de cultuur in Noord-Brazilië (Zutphen 2001 [oorspr. Tempo dos Flamengos, Rio de Janeiro 1947]).
  • C.R. Boxer, The Dutch in Brazil, 1624-1654 (Oxford 1957).
  • L. Gonçalves Ferreira, A garça mal ferida: a história de Anna Paes d’Altro no Brasil holandês (Belo Horizonte 1985).
  • H.S. van der Straaten, Hollandse pioniers in Brazilië (Franeker 1988).
  • E. Cabral de Mello, De Braziliaanse affaire. Portugal, de Republiek der Verenigde Nederlanden en Noord-Oost Brazilië, 1641-1669 (Zutphen 2005 [oorspr. Rio de Janeiro 1998]).
  • L. Hulsman, ‘Gisberth de With en Anna Paes. De geschiedenis van het huwelijk van een Dordtenaar en een Braziliaanse in de 17e eeuw’, Oud Dordrecht 23 (2005) nr. 2, 52-62; nr. 3, 36-45; 24 (2006) nr. 1, 61-70.

Illustratie

Titelpagina van het pamflet Kort, bondigh ende waerachtigh verhael van ’t schandelijck over-geven ende verlaten vande voornaemste conquesten van Brasil, 1655 (UB, UvA).

Auteur: Michiel van Groesen

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 254

laatst gewijzigd: 13/01/2014