Pasma, Fokje Franses (1865-1956)

 
English | Nederlands

PASMA, Fokje Franses, ook bekend als F. Brevet-Pasma (geb. Westermeer 1-1-1865 – gest. Heemstede 17-10-1956), vroedvrouw. Dochter van Frans Hendriks Pasma (1837-1880), veehouder, en Antje Pieters Speerstra (1838-1920). Fokje Pasma trouwde op 9-4-1885 in Aengwirden met Hendrik van Dam (1862-1931), vervener; (2) na echtscheiding (30-11-1894) op 23-4-1896 in Oostburg met Abraham Brevet (1872-1963), notarisklerk. Uit huwelijk (1) werden 2 dochters en 1 zoon geboren en uit (2) 1 dochter.

Fokje Pasma was de oudste dochter en derde van de negen kinderen in een doopsgezind boerengezin in Westermeer, een dorp in Friesland. Haar vader, zoon van een rijke, innovatieve agrariër, verhuisde in 1880 met zijn gezin naar Kampereiland, waar de gemeente Kampen een voorbeeldboerderij opzette. Hij stierf er na twee maanden. Fokjes oudste broer Hendrik was achtergebleven op de boerderij in Westermeer, en Fokje ging hem helpen bij de productie van boter en kaas.

Verkering met Troelstra

Rond 1881 ontmoette Fokje Pasma de latere SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra, toen nog een gymnasiast die als jonge dichter door Friesland trok. Troelstra raakte diep onder de indruk van de vijf jaar jongere boerin en bezingt haar in verzen die hij later zou opnemen in zijn dichtbundel Rispinge (1909). Ze kregen verkering. Toen hij in 1882 in Groningen ging studeren, stuurde Fokje hem eigengemaakte kaasjes, zo schrijft hij in Wording (1926). Maar in november 1883 kwam er een eind aan de verkering. Pieter Jelles vertelde Fokje dat hij van zijn familie de verkering moest verbreken. Hij stelde voor dat ze elkaar een jaar lang niet zouden zien – wilden ze elkaar dan nog, dan zou hij zijn familie trotseren.

Fokje Pasma wachtte niet en raakte zwanger van de vervenerszoon Hendrik van Dam. Ze trouwden in april 1885 en op 14 augustus werd hun dochter Anna geboren. In 1886 en 1887 volgden nog twee kinderen: zoon Uilke en dochter Aukje. Het huwelijk werd voor Fokje een nachtmerrie: Hendrik van Dam bleek een alcoholist die haar opsloot, bedreigde en mishandelde. Op 19 juni 1888 verhuisden ze van het geïsoleerde Rotstergaast naar Haskerdijken, waar veel familieleden van Fokje woonden die toezicht konden houden. Ze was opnieuw zwanger toen hij haar in september 1888 opnieuw zwaar mishandelde en met de dood bedreigde. Omstanders grepen in – hierna had Fokje een miskraam. Het huwelijk kon zo niet doorgaan. Met een lening van grootvader Hendrik Pasma vertrok Van Dam in april 1889 naar Wisconsin (VS). Tegelijk had Van Dam bij hem een lening voor Fokje Pasma moeten afsluiten. Daar kon ze tijdelijk mee vooruit. Ze stond er met drie kinderen en zonder eigen inkomsten alleen voor.

‘Moederhuis’

Fokje Pasma besloot vroedvrouw te worden. In november 1890 verhuisde ze daarvoor naar Groningen; haar drie kinderen bracht ze bij familie onder. Omdat ze de opleiding niet goed genoeg vond, vertrok ze in december 1892 naar de Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen in Amsterdam, waar ze op kamers woonde in de Jordaan. Op 14 juni 1894 haalde ze haar diploma. Enkele maanden later werd Fokje Pasma benoemd tot gemeentelijke vroedvrouw in Oostburg (Zeeuws-Vlaanderen). Begin 1895 kwamen haar twee dochters bij haar wonen en in 1899 volgde zoon Uilke. Ook zus Nelia Agnieta (1876-1918) kwam naar Oostburg, vermoedelijk om te helpen in de huishouding. In 1896 trouwde Fokje Pasma, 31 jaar inmiddels, met de 23-jarige notarisklerk Abraham Brevet – in 1897 werd dochter Jozina geboren. Zus Nelia trouwde in 1897 met een broer van Abraham.

In 1903 maakte vroedvrouw F. Brevet-Pasma de overstap naar Vlissingen, waar ze zowel particulier als voor de gemeente werkte. Ze had een drukke praktijk: tussen 7 mei 1903 en 24 februari 1914 noteerde ze 3874 bevallingen. De gemeente betaalde haar voor bevallingen van vrouwen die onder de bedeling vielen. Zo kwam ze met armoede in aanraking. In november 1912 liet ze in de Vlissinger Courant een oproep tot bijstand plaatsen voor een huisgezin waarvan de man wegens ziekte niets verdiende. En in oktober 1914, toen Vlissingen werd overspoeld met Belgische vluchtelingen, huurde ze met dochter Anna, inmiddels ook vroedvrouw, een pand dat ze inrichtte als opvangcentrum voor zwangere Belgische vrouwen. In dit ‘Moederhuis’ vonden 72 vrouwen in de winter van 1914-1915 een veilige plek om te bevallen. Toen de gemeente in 1921 bezuinigingen op de armenzorg had voorgenomen, wist Pasma een dreigend ‘eervol’ ontslag als gemeentelijke vroedvrouw te voorkomen. In 1922 en 1923 was ze de stuwende kracht achter de oprichting van een Vereniging voor Kraamverzorging en Zuigelingenbescherming in Vlissingen.

Fokje Pasma ging in 1930 met pensioen. Het echtpaar verhuisde naar Santpoort, waar dochter Jozina woonde met haar man, de militair Theo van Dierendonck. Toen ze in de oorlog vanwege de aanleg van de Atlantikwall hun huis in Santpoort moesten verlaten, vonden ze onderdak in Ede, waar hun schoonzoon dat jaar burgemeester was geworden – hij was NSB-er. Na de oorlog nam het echtpaar Brevet-Pasma dochter Josine in huis omdat Van Dierendonck in hechtenis zat. Na een kort ziekbed stierf Fokje Pasma op 17 oktober 1956 in Heemstede.

Betekenis

De Friese boerendochter Fokje Pasma was een zelfbewuste, dienstbare vrouw die haar eigen weg zocht. Ze had verkering met Troelstra maar weigerde op hem te wachten toe hij bedenktijd vroeg, ze bevrijdde zich van een gewelddadige echtgenoot en verschafte zich economische onafhankelijkheid door als alleenstaande moeder alsnog een opleiding te volgen en vervolgens te ‘emigreren’ naar Zeeland, waar ze zich als vroedvrouw vestigde. In 2014 werd in Vlissingen een theaterstuk opgevoerd over het Moederhuis dat ze honderd jaar daarvoor had opgericht.

Archivalia

  • Gemeentearchief Vlissingen: toegang 391, archief familie Brevet-Pasma.
  • Tresoar, Leeuwarden: huwelijksregister gemeente Haskerland 1895, archiefnr. 30-6, inv.nr. 2023, aktenr. 6; notarieel archief, nr. 26, inv.nr 069041, aktenr. 00083; bibliotheek 086-383, brief van C.P. Hoekema aan Tineke Steenmeijer, 14-7-1981.

Literatuur                                                                                             

  • P.J. Troelstra, Gedenkschriften, deel 1, Wording (Amsterdam 1927) 241-244.
  • J.P. Wiersma, ‘Pieter Jelles en zijn “wûnderblom”’, Het Parool, 30-6-1961.
  • Piet Hagen, Politicus uit Hartstocht. Biografie van Pieter Jelles Troelstra (Amsterdam 2010) 84-87.
  • Piet Griffioen, ‘Theodorus Christiaan van Dierendock’, Verhaal van Ede – openbaar bestuur (2011) [website Gemeentearchief Ede].
  • Rens Schot, Het Moederhuis, juli 2014, Vlissingen [theaterthriller].

Illustratie

Fokje Pasma. Fa. Preuninger, Vlissingen, ongedateerd (particuliere collectie).

Auteur: Bertus Mulder

laatst gewijzigd: 12/09/2017