Petronilla van Saksen (ca. 1082-1144)

 
English | Nederlands

PETRONILLA hertogin van SAKSEN, ook bekend als Geertruid (geb. ca. 1082 – gest. 23-5-1144), door haar huwelijk gravin van Holland. Dochter van Dirk II, hertog van Opper-Lotharingen (gest. 1115), en Hedwig van Formbach (ca. 1056-1085/90). Omstreeks 1100 trouwde Petronilla van Saksen met Floris II (‘de Vette’), graaf van Holland (reg. 1091-1121). Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 1 dochter geboren.

Petronilla werd als oudste dochter geboren uit het huwelijk van Hedwig van Formbach met Dirk II, hertog van Opper-Lotharingen. Zij werd vernoemd naar haar grootmoeder van moeders zijde, Geertruid van Haldesleben, en komt dan ook onder die naam voor in de Saksische bronnen. Haar moeder was eerder getrouwd geweest met Gebhard van Supplinburg (†1075). Uit dit huwelijk was onder anderen Lotharius geboren, die later roomskoning/keizer van Duitsland zou worden. Petronilla had dus een machtige halfbroer. Als halfzuster van Lotharius III wordt zij veelal Petronilla van Saksen genoemd, hoewel zij haar jeugd vermoedelijk in het veel zuidelijker gelegen Opper-Lotharingen heeft doorgebracht.

Ze zal zijn opgevoed op de wijze die voor meisjes van hoge adel in die tijd gebruikelijk was. Naast handwerken en borduren leerden zij lezen en schrijven. Ook poëzie en muziek werden aan de vorstelijke hoven omstreeks 1100 onder invloed van het Franse cultuurgebied druk beoefend. Lezen was van groot belang voor de religieuze vorming: het gaf de mogelijkheid tot het lezen van stichtelijke werken, zoals de levens van heilige vrouwen. In haar latere leven gaf Petronilla er blijk van zeer vroom te zijn.

Gravin Petronilla

Geertruid/Petronilla trouwde omstreeks 1100 of niet lang daarna met de Hollandse graaf Floris II, die door een tijdgenoot wordt beschreven als ’zeer rijk en zwaarlijvig’. Mogelijk ter gelegenheid van haar huwelijk nam zij de naam Petronilla aan. Met deze naamswijziging wilde zij wellicht haar verbondenheid met de Heilige Stoel onderstrepen. De heilige Petronilla, martelares en volgens de legende de dochter van Petrus, wordt immers beschouwd als de eerste ‘dochter van de Kerk’. Tevens kan zij met deze naamsverandering haar steun tot uitdrukking hebben willen brengen aan de Gregoriaanse hervormingsideeën die op dat moment vanuit Rome werden gepropageerd.

Floris II overleed ‘in de bloei van zijn jeugd’, aldus de Egmondse annalen. Boven de ingang van de abdijkerk van Egmond, waar de graaf werd bijgezet, liet gravin Petronilla een timpaan aanbrengen waarop zij en haar jeugdige zoon Dirk VI staan afgebeeld ter weerszijden van Petrus: ‘Hier bidt Dirk, Petronilla verfraait dit werk’ staat er op te lezen. Dit timpaan bevindt zich thans in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Politiek

Na de dood van haar man ontplooide gravin Petronilla een grote activiteit op politiek en religieus gebied. In de jaren 1123-1125 steunde zij met een militaire expeditie haar halfbroer Lotharius in diens strijd tegen keizer Hendrik V, en in 1127 mengde zij zich in de Vlaamse opvolgingsstrijd in de hoop er haar jongere zoon Floris op de graventroon te krijgen. Maar ook met de binnenlandse politiek van het graafschap hield zij zich intensief bezig: een hoogst opmerkelijke zaak omdat haar oudste zoon al ruim meerderjarig was. Zij deed dat bovendien ‘met krachtige hand’, melden de Egmondse annalen. Bij alle belangrijke gebeurtenissen uit de periode 1121-1133 zien we gravin Petronilla handelend optreden.

Zo zorgde zij er in 1124 voor dat haar kapelaan Ascellinus tot abt van de abdij van Egmond werd benoemd. Zij deed dat op instigatie van enkele machtige Kennemer edelen die zich tegelijkertijd als bewindvoerders van de abdij lieten aanstellen. Overigens moest Ascellinus al in 1129 aftreden wegens zijn zwakke beleid. Toen gravin Petronilla en de bisschop van Utrecht in het volgende jaar het klooster bezochten schrokken zij van de toestand die ze aantroffen. De bouw van de nieuwe abdijkerk was gestagneerd, en de geestelijke en materiële schade was enorm. De rol van de gravin in deze affaire is opvallend: de bisschop overlegde met haar over de keuze van een nieuwe abt en gezamenlijk zonden zij een gezantschap naar Gent. Er werd een krachtige opvolger gevonden in de persoon van Wouter, die op 7 september 1130 door de Utrechtse bisschop werd gewijd. Onder hem brak een nieuwe bloeiperiode voor Egmond aan.

In de jaren tussen 1129 en 1132 speelde gravin Petronilla ook een rol in de conflicten tussen twee van haar zoons, graaf Dirk VI en zijn jongere broer Floris ‘de Zwarte’. De laatste wordt in de Egmondse annalen beschreven als intelligent, ambitieus en charmant. Tweemaal kwam Floris in opstand tegen zijn oudere broer. Bij de eerste opstand werd hij gesteund door Petronilla, de bisschop van Utrecht en de roomskoning, zijn oom Lotharius III, waardoor hij zich in officiële stukken enige tijd ‘graaf van Holland’ kon noemen. Maar in 1131 werd het conflict kennelijk bijgelegd, want in een oorkonde van Lotharius van maart dat jaar worden Dirk en Floris respectievelijk de ‘graaf van Holland en zijn broer’ genoemd. Kennelijk kon Floris zich toch niet bij de nieuwe situatie neerleggen, want al in augustus 1131 kwam hij opnieuw in opstand. Ditmaal steunde zijn moeder hem niet en moest hij uitwijken naar het gebied van de opstandige West-Friezen, waar hij een jaar bleef. Opnieuw werd door bemiddeling van de roomskoning vrede gesloten.

Floris de Zwarte verlegde zijn ambities naar Utrecht, waar hij Heilwive van Rode – een rijke erfdochter en familie van de bisschop van Utrecht – wilde trouwen. Een oude familietwist leidde echter tot een zo hoog opgelopen conflict dat hij tijdens een jachtpartij in het najaar van 1133 werd vermoord.

Stichting klooster Rijnsburg

Gravin Petronilla heeft zich niet alleen met Egmond bemoeid; haar religieuze ijver deed haar in het begin van de jaren dertig ook een nieuw klooster stichten op het grafelijk grondgebied in Rijnsburg. Op 15 september 1133 werd de abdijkerk gewijd door de Utrechtse bisschop. Aan dit klooster schonk zij al haar bezittingen in Rijnsburg en goederen in Delft, Leiden, Noordwijk en Aalsmeer. De nonnen liet zij uit het in Oost-Saksen gelegen klooster Stötterlingenburg komen. Het klooster was kort daarvoor hervormd vanuit het gedachtegoed van Cluny en stond bekend om de goede geest die er heerste. Kort na de wijding van de abdijkerk van Rijnsburg werd haar geliefde zoon Floris de Zwarte er bijgezet.

Van de gravin vernemen we nadien weinig meer. In 1140 droeg haar zoon Dirk in Rome mede namens zijn moeder de abdijen van Egmond en Rijnsburg met al hun goederen in eigendom en bescherming over aan de Heilige Stoel. Mogelijk heeft Petronilla zich na de dood van haar zoon teruggetrokken in de schaduw van haar nieuwe stichting te Rijnsburg, waar zij na haar dood op 23 mei 1144 haar laatste rustplaats vond.

Gravin Petronilla was een opmerkelijke vrouw die een grote invloed heeft gehad op de politieke gebeurtenissen van haar tijd. Zij heeft daarbij beoordelingsfouten gemaakt, waarbij vooral de ongelukkige abtskeuze voor de abdij van Egmond ernstige gevolgen heeft gehad. Hierover snierde de Egmondse monnik die de gebeurtenissen optekende ‘het vrouwelijk geslacht laat zich gemakkelijk beïnvloeden’. Maar met het stempel dat Petronilla heeft gedrukt op de gebeurtenissen van haar tijd, kan zij niet anders dan een sterke persoonlijkheid zijn geweest.

Naslagwerken

Cordfunke.

Literatuur

  • E.H.P. Cordfunke en F.W.N. Hugenholtz, Gravin Petronilla van Holland. Holland in het begin van de 12e eeuw (Zutphen 1990).
  • F.W.J. Koorn, ‘Van “coniunx” naar “comitissa”. Een onderzoek naar de positie van de gravinnen van het Hollandse huis’, in: C.M. Cappon e.a. red., Ad fontes. Opstellen aangeboden aan prof. dr. C. van de Kieft ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar in de middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam (Amsterdam 1984) 153-166.
  • G.N.M. Vis, ‘Petronella de Flinke. Gravin Petronella van Holland en de voogdij over het klooster Egmond in de jaren 1121-1130’, in: Marco Mostert e.a. red., Vrouw, familie en macht (Hilversum 1990) 181-193.

Illustratie

Fragment van de grafzerk van gravin Petronilla, afkomstig uit de abdijkerk van Rijnsburg (N. H. kerk te Rijnsburg).

Auteur: E.H.P. Cordfunke

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 8

laatst gewijzigd: 13/01/2014