Pimentel, Henriëtte Henriquez (1876-1943)

 
English | Nederlands

PIMENTEL, Henriëtte HENRIQUEZ (geb. Amsterdam 17-4-1876 gest. Auschwitz, Polen ca. 17-9-1943), directrice kindercrèche en verzetsvrouw. Dochter van Nathan Henriquez Pimentel (1837-1893), diamantslijper, en Rachel Oppenheimer (1841-1929). Henriëtte Henriquez Pimentel trouwde op 14-11-1899 in Amsterdam met Samuel Rodrigues Pereira. Dit huwelijk (ontbonden op 17-4-1916) bleef kinderloos.

Henriëtte Henriquez Pimentel groeide op in een gegoede Portugees-Joodse familie in Amsterdam. Ze was de jongste dochter uit het grote gezin (dertien kinderen, van wie er vijf als zuigeling stierven) van een niet-religieuze diamantslijper. In 1899 trouwde ze met Samuel Rodrigues Pereira, over wie niets meer bekend is dan zijn naam. Zeventien jaar later, op haar veertigste, werd de echtscheiding uitgesproken. Pimentel had een opleiding aan de kweekschool gevolgd en werkte in de jaren twintig als kleuterleidster en gouvernante in Bussum. Omdat ze ook gediplomeerd verpleegster was, werd ze in 1926 benoemd als directrice van de in 1906 door Joodse weldoeners opgerichte Vereeniging Zuigelingen-Inrichting en Kindertehuis, sinds 1924 gevestigd aan de Plantage Middenlaan (nr. 31). Kinderen van ‘alle gezindten’ konden terecht in deze moderne crèche, met een mooie speelplaats en vrolijk geschilderde lokalen.

Directrice en verzetsvrouw

Henriëtte Pimentel woonde in het pand van de crèche. De (leerling)kinderverzorgsters kregen een gedegen interne opleiding alvorens ze de circa honderd baby’s, peuters en kleuters mochten verzorgen. Met haar korte grijze kapsel en steevast gekleed in een wit jasschort oogde ‘mejuffrouw’ Pimentel als een toonbeeld van orde – men noemde haar niet voor niets ‘de directrice’. Haar hondje Brunie had ze altijd bij zich. Pimentel was vooruitstrevend, vrolijk, hartelijk en geliefd, zowel bij haar medewerksters, die ze volgens de pedagogische ideeën van Friedrich Fröbel en Maria Montessori stimuleerde om ‘kind te zijn met het kind’, als bij de vaak straatarme ouders uit de Amsterdamse Jodenbuurt.

Tijdens de Duitse bezetting moest Henriëtte Pimentel in 1941 al haar niet-Joodse personeel ontslaan. Rebecca Boas, de vervangster van de ontslagen adjunct-directrice, werd haar nieuwe rechterhand. Krap drie maanden na het begin van de deportaties, rond oktober 1942, werd de crèche op last van de Duitsers omgevormd tot een dag- en nachtdependance van de aan de overkant gelegen Hollandsche Schouwburg. Voortaan moesten de kinderen van de daar opgesloten Joden hun deportatie naar Westerbork in de crèche afwachten. Pimentel en haar medewerksters waren voorlopig van deportatie gevrijwaard – ze waren in dienst van de Joodse Raad. Als leidster van de dependance toonde Pimentel zich vastbesloten om ‘haar’ kinderen, die er nu ook ’s nachts verbleven, de beste verzorging te geven en zo mogelijk te redden. Op haar verzoek betrokken drie medewerksters de zolder van de Plantage Middenlaan. Ze kregen elk de leiding over een slaapzaal, zelf hield ze toezicht op de babyzaal op de begane grond.

In nauwe samenwerking met Walter Süskind, lid van de Joodse Raad en haar contactpersoon in de Hollandsche Schouwburg, ontwierp Henriëtte Pimentel eind 1942 een systeem om kinderen uit de crèche te laten ontsnappen. Na toestemming van de ouders en sabotage van de transportlijsten men liet kinderen uit de administratie verdwijnen smokkelden ‘kinderwerkers’ uit verschillende verzetsgroepen kinderen in alle mogelijke bussen, tassen, rugzakken en manden naar buiten. Vanaf april 1943 gebeurde dat ook via de aangrenzende Hervormde Kweekschool, waar directeur Johan van Hulst op verzoek van Pimentel een lokaal had vrijgemaakt om de druk op de uitpuilende crèche te verlichten.

Op 23 juli 1943 ontruimden de Duitsers volkomen onverwacht de crèche. Alle kinderen en hun verzorgers moesten mee op transport. Een van de verzorgsters kon ontkomen en verstopte zich op de vliering. Door een kier zag ze hoe de crèche was leeggehaald: ‘Op ’t laatst liep alleen nog Brunie, het hondje van de directrice, door de slaapzaal. Dat was het einde van directrice Pimentel’ (Ommeren en Scherphuis, Vrij Nederland, 14), vertelde ze na de oorlog over die fatale dag.

Henriëtte Pimentel werd overgebracht naar kamp Westerbork. Daar zette ze nog aanwijzingen op papier voor de opzet van een nieuwe crèche na de oorlog. Na anderhalve maand moest ze op transport naar Auschwitz, waar ze omstreeks 17 september 1943 werd vermoord, 67 jaar oud.

Huize Henriëtte

Mede dankzij de moed en vindingrijkheid van Henriëtte Pimentel kon het verzet in enkele maanden tijd honderden Joodse kinderen laten ontsnappen en onderduiken velen overleefden de oorlog. Kort na de laatste deportaties (september 1943) werd de crèche gesloten. Direct na de oorlog, in 1946, doopte het bestuur van de Vereeniging Zuigelingen-Inrichting en Kindertehuis als eerbetoon aan mejuffrouw Pimentel de crèche om in Huize Henriëtte. In april 1950, bij de opening van Huize Henriëtte in een nieuw pand in de Sarphatistraat (nr. 26), stond burgemeester d’Ailly uitgebreid stil bij haar toewijding (Nieuw Israëlietisch Weekblad, 15-5-1950). Aan de bijzondere rol van Pimentel is aandacht besteed in diverse publicaties en tentoonstellingen over het ‘kinderwerk’ in de oorlog rond de Hollandsche Schouwburg en de crèche. In de oorlogsfilm Süskind van Rudolf van de Berg (2011) vertolkt de actrice Olga Zuiderhoek de rol van Henriëtte Pimentel.

Naslagwerken

Joden in Nederland.

Archivalia

Literatuur

  • ‘Huize “Henriëtte” geopend’, NIW, 15-5-1950.
  • Ageeth Scherphuis en Anita van Ommeren, ‘De crèche 1942-1943’, Bijvoegsel bij Vrij Nederland 18-1-1986, 2-21.
  • Ben M. Braber, Zelfs als wij zullen verliezen. Joden in verzet en illegaliteit in Nederland, 1940-1945 (Amsterdam 1990).
  • Bert Jan Flim, Omdat hun hart sprak. Geschiedenis van de georganiseerde hulp aan Joodse kinderen in Nederland, 1942-1945 (Kampen 1996).
  • Alexander Bakker, Dag pap, tot morgen. Joodse kinderen gered uit de crèche (Amsterdam 2005).
  • Mark Schellekens, Walter Süskind. Hoe een zakenman honderden Joodse kinderen uit handen van de nazi’s redde (Amsterdam 2011).
  • Bert Jan Flim, Onder de klok. Georganiseerde hulp aan Joodse kinderen (Leeuwarden 2012).

Illustratie

Henriëtte Pimentel, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Joods Historisch Museum).

Auteur: Marie-Cécile van Hintum

laatst gewijzigd: 15/08/2017