Pos, Maria (1904-1987)

 
English | Nederlands

POS, Maria (geb. Zaandam, 26-7-1904 – gest. Bussum, 28-12-1987), schrijfster en journaliste. Dochter van Ruth Pos (1875-1940), schoenmaker, later evangelist, en Ibeltje Dekker (1879-1947). Maria Pos trouwde (1) op 12-9-1959 in Rijswijk met Eber Malcolm Carroll (1895-1959), hoogleraar geschiedenis; (2) in 1960 in St Petersburg (Florida) met Ernest William Dowesdell (1900-1990), ingenieur. Beide huwelijken bleven kinderloos.

Maria (Marie) Pos werd geboren in Zaandam maar groeide op in Purmerend, als oudste van zes kinderen in een gereformeerd gezin. Haar vader had zich, kort voor haar geboorte, uit het zakenleven teruggetrokken om onder de boeren in de kop van Noord-Holland evangelisatiewerk te gaan doen. In de zomer van 1916, na haar twaalfde verjaardag, werd Marie van school gehaald omdat ze thuis haar zieke moeder moest helpen in de huishouding. In die periode begon ze te schrijven, zoals een kerstverhaal over een bekeerde dronkaard, dat later in een christelijke tijdschrift zou verschijnen.

Op haar zestiende jaar ging Marie Pos werken op een Amsterdams advocatenkantoor. In de avonduren volgde ze cursussen typen, boekhouden, handelsrekenen en Engels. Ook nam ze spraaklessen om haar Noord-Hollandse accent af te leren. In 1921 trad ze in dienst bij de Purmerendse hoofdvestiging van de internationale wijnhandel Wed. G. Oud Pzn & Co. Onder de meer mondaine naam Mary schreef ze in 1922 haar eerste ingezonden stuk voor de krant – het verscheen in De Purmerender. Een jaar later publiceerde ze in De Amsterdammer het feuilleton ‘Het Witte Huis’, waarvoor ze niet betaald kreeg.

Reizen en schrijven

Eind jaren twintig schreef Mary Pos voor de antirevolutionaire krant De Standaard en het christelijke familietijdschrift De Spiegel. In 1931 publiceerde ze de jeugdroman Daden!, over een deugdzaam meisje dat ondanks ruwe taal van haar kantoorcollega’s de christelijke beginselen trouw bleef. Haar schrijfwerk deed ze naast haar betaalde baan. Na korte tijd als vertegenwoordigster in banketbakkersproducten te hebben gewerkt werd ze in datzelfde jaar secretaresse bij de Patroonsbond voor de Bouwbedrijven. Kort daarna trad ze toe tot het bestuur van het Verbond van Christelijk Letterkundige kringen.

In 1934 zegde Mary Pos haar baan op en ging ze als zelfstandig schrijfster op pad. Ze begon met een zwerftocht naar Rome – hierover publiceerde ze in De Spiegel en ze verwerkte haar indrukken later in het jeugdboek Naar het land van de roode rhododendron. Een jongen en meisje gaan op reis (1937). Over haar reis naar Moskou (1936) en haar afkeer van het communisme deed ze verslag in De Telegraaf en publiceerde ze De leugen van Moskou (1937). Mary Pos hield ook lezingen en spreekbeurten, waarvoor ze het land bereisde met een projector en pathefoon. Vaak sprak ze voor de Nederlandse Christelijke Reis Vereniging. Ze wilde geen verplichtende relatie aangaan: huwelijk en moederschap waren volgens Pos niet te verenigen met haar werk. Wel was ze acht jaar verloofd met de neerlandicus Anne G. van der Horst uit Heemstede, maar van een huwelijk kwam het niet.

Paroolaffaire

Drie keer (in 1934, 1935 en 1942) interviewde Pos de Italiaanse leider Mussolini – de interviews publiceerde ze in De Amsterdammer, De Telegraaf en het Calvinistisch Weekblad. Ze noemde hem een genie. Later verklaarde ze dat ze een aanbod van Mussolini om een gesprek met Hitler te arrangeren had afgeslagen. In 1937 reisde Pos naar de Verenigde Staten. Over haar verblijf daar, met onder meer een bezoek aan president Roosevelt, schreef ze reportages in De Standaard. Bewonderend maar kritisch schreef ze over Amerikanen in Ik zag Amerika (1940), dat al snel twee herdrukken kreeg. In 1939 publiceerde ze verhalen op basis van haar reis door Nederlands-Indië en nog datzelfde jaar schreef ze een herinneringsalbum ter ere van de zeventigjarige Colijn, een uitgave van De Standaard.

Tussen 19 en 25 september 1940 deed Mary Pos in De Telegraaf verslag van haar bezoek aan de Ostmark in het door Duitsland bezette Oostenrijk, waar Nederlandse kinderen aansterkten. Ze sprak ook gratis voor de Werklozen Vereniging te Amsterdam. Het spreken werd haar in 1944 verboden omdat ze geen lid was van de Kultuurkamer. In september 1945 zou Mary Pos in Zwitserland lezingen voor Nederlanders geven, maar kort ervoor raakte ze in opspraak door de zogenoemde ‘Paroolaffaire’. Naar aanleiding van haar Telegraaf -artikelen over de Ostmark had Het Parool haar onder de kop ‘Die niet waagt, die niet wint, of: Mary Pos op glad ijs’ afgeschilderd als nazipropagandiste (Het Parool, 23-6 en 4-7-1945). Dientengevolge kreeg ze op 2 augustus 1945 door het Militair Gezag een schrijfverbod opgelegd. Na haar verdediging en met behulp van ingezonden brieven van vrienden zuiverde de Politieke Opsporingsdienst in september 1945 haar naam en werd ze door de Ereraad voor de Letteren gerehabiliteerd.

Gesponsorde reizen

Na de oorlog publiceerde Mary Pos reisboeken over Australië, Nederlands-Indië en diverse landen in Zuid-Amerika en Afrika en hield ze lezingen met lichtbeelden over onderwerpen als de Inca’s, Turkije, Zuid-Afrika, West-Indië. Voor haar reizen liet Pos zich sponsoren door de KLM en Heineken.

In 1959 trouwde Pos op 55-jarige leeftijd met de Amerikaanse hoogleraar Eber Malcolm Carroll, die zij in de winter van 1958 in het Franse Nice had leren kennen. Ze gingen in een riant herenhuis in Bussum wonen. Het huwelijk duurde niet lang want Carroll stierf na drie maanden. Op de boot naar de VS, waar ze met de familie van haar overleden echtgenoot zou kennismaken, ontmoette Pos de weduwnaar Ernest William Dowesdell, een gepensioneerd ingenieur. Het paar trouwde in 1960 voor de vrederechter in St. Petersburg, Florida. Na twee jaar rondreizen door Noord- en Zuid-Amerika vestigde het echtpaar Dowesdell-Pos zich in Bussum. Pos schreef hierna nog enkele boeken. In 1967 leidde haar boek Wie was Dr. Verwoerd tot ophef omdat ze de Zuid-Afrikaanse apartheidspoliticus Verwoerd hierin verdedigde. Redacties van damesweekbladen weigerden daarna bijdragen van Pos op te nemen.

In 1975 publiceerde Pos Dieren hebben geen tranen. Ontmoetingen met dieren en mensen, dichtbij en op wereldreizen, haar 25ste en laatste boek. Hierin ageerde ze tegen alle vormen van dierenmishandeling die ze tijdens haar reizen was tegengekomen. Tien jaar later verscheen nog een Duitstalige uitgave van haar jeugdboek Naar het land van de roode rhododendron. In de laatste jaren van haar leven was ze actief voor de natuur- en vogelbescherming en vogelde ze in het Goois Natuurreservaat. Mary Pos stierf op 28 december 1987, in de ouderdom van 83 jaar. Ze werd bijgezet in het graf waar ook haar twee echtgenoten begraven liggen, op de Algemene Begraafplaats in Bussum.

Betekenis

Tussen 1931 en 1975 publiceerde Mary Pos vijfentwintig (jeugd-)romans en reisreportages, hield ze duizenden lezingen en schreef ze circa tweeduizend artikelen. In een interview in De Typhoon (1962) zei ze de gehele wereld te hebben bereisd – alleen in China, Japan en Andorra was ze niet geweest. Vooral in de jaren dertig en veertig was ze zeer populair bij een breed publiek. Tegelijk was er ook altijd kritiek op haar werk. Bij haar zilveren journalistenjubileum in 1958 kreeg een nieuw gekweekte darwintulp de naam ‘Mary Pos’. Babs Boter, als onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit, werkt aan de biografie van Mary Pos.

Naslagwerken

Damescompartiment.

Archivalia

  • Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg in Haarlem: Heemstede-collectie archiefnummer 364 [archiefdoos met foto’s, brieven e.d.],.
  • Historisch Documentatiecentrum van de Vrije Universiteit, Amsterdam: collectienummer 529.

Publicaties

Afgezien van hierboven genoemde titels:

  • Lichtzoekers (Kampen 1935).
  • Op vleugels naar Zuid Afrika (Amsterdam 1941).
  • Werkelijkheid op Bali (Den Haag 1947).
  • ‘Eens op Java en Sumatra…’. Het laatste reisboek over ons Indië in zijn glorietijd (Baarn 1948).
  • Californië. Dwars door Amerika op zoek naar Nederlanders (Wageningen 1955).
  • Palestina diorama’s (Haarlem 1968).
  • Toen de zee over het land kwam (Kampen 1974).

Literatuur

  • Igor Cornelissen, ‘Exotische reisjournaliste’, Vrij Nederland, 16-1-1988.
  • ‘Archief Mary Pos naar bibliotheek Heemstede’, Haarlems Dagblad, 11-1-1990.
  • Anneke Soethout, ‘Mary Pos. Een fenomeen’, in: J. van der Vat en H.J. Goldstein red., Uitgelezen boeken, katern voor boekverkopers en boekenkopers 5 (Amsterdam 1992) nr. 1, 1-35.
  • Jentine van Hattem, Geraffineerd, gereformeerd. De positie van Mary Pos in de gereformeerde zuil van de jaren ’30 (Leiden 2010) [masterscriptie].
  • Bettie Jongejan, Onstuitbaar en omstreden. Biografie van de Nederlandse reisschrijfster Mary Pos (Groningen z.j. [2010]) [masterscriptie].
  • Hans Krol, Mary Pos (1904-1987). De eerste vrouwelijke reisjournaliste (z.p. 2012) [URL https://ilibrariana.wordpress.com/2012/01/04/mary-pos-1904-1987-de-eerste-vrouwelijke-reisjournaliste/; geraadpleegd 31-8-2016].
  • Babs Boter en Lonneke Geerlings, ‘Neerkijken en rondzien. Twee reizigers uit Nederland portretteren en presenteren Haarlem’, Tijdschrift voor Geschiedenis 129 (2016) 393-414.
  • Babs Boter, ‘First female travel journalist meets First Lady. Mary Pos and Eleanor Roosevelt speak on women’s roles and intercultural understanding’, European Journal of American Studies 12 (2017) [verschenen na publicatie van dit lemma].
  • Babs Boter, Het grenzeloze reizen van Mary Pos’, Historica 40 (2017) nr. 3, 9-14 [verschenen na publicatie van dit lemma].

Illustratie

Mary Pos met bemanning van DC vliegtuig van de Koninklijke Nederlandsch Indische Luchtvaart Maatschappij (KNILM) in Zuid Afrika, door onbekende fotograaf, jaren '30 (Noord-Hollands Archief, Haarlem).

Auteur: Agnes de Boer (met dank aan Hans Krol)

laatst gewijzigd: 16/11/2017