Pott, Alida Jantina (1888-1931)

 
English | Nederlands

POTT, Alida Jantina (geb. Groningen 8-1-1888 – gest. Groningen 23-12-1931), tekenlerares en kunstenares. Dochter van Pieter Hendrik Pott (1858-1905), koopman en winkelier, en Lamberta Gerrechiena Heikens (1860-1946). Alida Pott trouwde op 27-11-1922 in Groningen met Gijsbert George Martens (1894-1979), kunstschilder. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren.

Alida (Ali) Pott werd samen met haar tweelingzusje Titia (Titi) geboren in een klein, welvarend middenstandsgezin in de stad Groningen. Hun broer Jan (1885-1927) was tweeënhalf jaar ouder. Vader en moeder Pott – hun achternaam werd soms nog als Pot gespeld – dreven aan de Brugstraat 28 in Groningen een winkel in hoeden en petten. Alida volgde na haar middelbare school een kunstopleiding aan de Groninger Academie Minerva. Ze kreeg er degelijk onderwijs van schilders als D. de Vries Lam en F.H. Bach. Haar belangstelling was breed: ze ging graag naar de bibliotheek en hield jarenlang een citatenschrift bij waarin ze gedichten en uitspraken van denkers, literatoren en kunstcritici opnam. Van 1908 tot 1911 bezocht ze de opleiding tot tekenleraar aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag; ze haalde hoge cijfers en slaagde in augustus 1911 voor de mo-akte tekenen. Na terugkeer in Groningen, waar ze de rest van haar leven bleef wonen, deed Alida nog enkele cursussen bij Minerva en werkte ze vanaf 1914 als tekenlerares aan de Gemeentelijke Kweekschool voor Onderwijzeressen.

Naast haar baan als tekenlerares ontplooide Alida Pott zich in haar korte leven tot een innovatief en veelzijdig kunstenares. Bij Minerva leerde ze in 1916 de zes jaar jongere schilder George Martens kennen, met wie ze in 1922 trouwde. Samen met Martens was ze vanaf de oprichting op 5 juni 1918 lid van de Groninger Kunstkring De Ploeg, een groep jonge kunstenaars die het behoudende kunstklimaat in hun stad wilde vernieuwen. De eerste jaren onderscheidde Pott zich door een grote gedrevenheid. Van 1919 tot 1921 was ze eerste secretaris van het bestuur van De Ploeg en in 1919 won ze de prijsvraag die de vereniging had uitgeschreven voor een passend beeldmerk. Het door haar ontworpen vignet – een grote P in een cirkel – siert talloze uitgaven van De Ploeg. In 1922 scheelde het weinig of ze was voorzitter van De Ploeg geworden, wat voor een vrouw in een door mannen gedomineerde vereniging uniek zou zijn geweest. Bij de verkiezing bleef het aantal stemmen op Pott en Johan Dijkstra telkens gelijk, waarna het lot bepaalde dat Dijkstra de voorzittershamer kreeg.

Als kunstenares maakte Alida Pott tussen 1918 en 1925 een stormachtige ontwikkeling door. Van iemand die fantasievol in een traditionele stijl werkte, werd ze een kunstenares met een uitgesproken moderne visie, die invloeden van het symbolisme, kubisme, expressionisme en zelfs dadaïsme verwerkte. Binnen De Ploeg nam ze een bijzondere positie in. Vanwege het ontbreken van een gezamenlijk artistiek uitgangspunt ontstonden in de groep al gauw twee richtingen: een expressionistische (met onder anderen Jan Wiegers, Johan Dijkstra en Jan Altink) en een constructivistische (met Wobbe Alkema en Hendrik Werkman). Alida Pott ontwikkelde een expressionistische stijl die veel verfijnder en spiritueler was dan die van haar Ploeg-collega’s. Ze maakte slechts enkele olieverfschilderijen en werkte voornamelijk in potlood, inkt en waterverf op papier. Aquarellen waren haar specialiteit. Vooral haar landschappen onderscheiden zich door kernachtige lijnen en een beperkt gebruik van heldere, felle kleuren. Daarmee reduceerde ze het landschap tot een essentie van orde en harmonie – heel anders dan de ruige, spontaan geschilderde landschappen van de groep rond Wiegers. Ook in haar portretten legde Pott de nadruk op een gestileerde, geestelijke karakterisering van haar modellen. Rond 1923 experimenteerde ze ook met collages, een techniek die ze vermoedelijk kende doordat de dadaïst Kurt Schwitters die in Nederland had laten zien.

Kunst en leven waren voor Alida Pott onlosmakelijk met elkaar verbonden. De atelierwoning waarin ze met Martens woonde, lieten ze verbouwen en inrichten door Ploeg-architect Egbert Reitsma. Ook zelf was ze in de jaren twintig met haar kortgeknipte, jongensachtige haar – veel korter dan het heersende modebeeld toen voorschreef – een moderne verschijning. Daarnaast beschilderde Pott gebruiksvoorwerpen, maakte ze moderne kleding, sieraden en poppen en ontwierp ze dessins voor stoffen en borduurwerk. Haar energie leek tomeloos. Toch nam ze na 1925 niet langer deel aan exposities van De Ploeg. Met haar twee kinderen (Rob werd in 1923 geboren, Thijs in 1928), haar huishouden, haar onderwijsbaan en haar werk als kunstenares kreeg ze het te druk. Bovendien had ze ervaren dat een dergelijke actieve rol als vrouw niet door iedereen werd geaccepteerd. ‘Vrouwen met grote energie worden door veel vrouwen onsympathiek en door mannen onvrouwelijk genoemd’, noteerde ze als (anonieme) uitspraak in haar citatenschrift. Toch bewaarde Pott haar actieve en positieve instelling, zelfs toen ze vanwege een chronische longaandoening (pleuritis) haar baan moest opzeggen en uiteindelijk in het ziekenhuis belandde. Op 23 december 1931 overleed Alida Pott aan de gevolgen van deze destijds moeilijk te genezen ziekte, 43 jaar oud. Ze werd gecremeerd in Westerveld.

Na haar dood bleef het lang stil rond Alida Pott. Haar familie koesterde haar nalatenschap in stilte en bij exposities van De Ploeg kreeg ze een marginale rol toebedeeld. Pas na 1990 is er geleidelijk aan meer belangstelling en waardering gekomen voor haar leven en haar kleine, maar kwalitatief hoogstaande oeuvre. In 1981 was er een overzichtstentoonstelling van haar werk in de Fraeylemaborg in Slochteren, in 2009 schonk het Stedelijk Museum Alkmaar uitgebreid aandacht aan Alida Pott in de tentoonstelling 'Huwelijk of Kunst'.

Naslagwerken

Elck zijn waerom; Groot; Jacobs; Scheen.

Archivalia

Groninger Archieven: archief De Ploeg en het naoorlogse modernisme. Toegangsnummer 2536.

Werk

Alida Pott signeerde haar werk niet vaak. Soms met A.P., een enkele keer met A.M.P.

Haar werk bevindt zich in het Groninger Museum, Groningen, en in particulier bezit.

Literatuur

  • Johan Dijkstra, ‘Kaleidoscoop van de nieuwe Groninger kunst’, in: De Ploeg 20 jaar (Den Haag 1938).
  • Ad Petersen, De Ploeg (Amsterdam 1982; herdr. Groningen 2000).
  • Carolien ten Bruggencate en Karen Buschman, De Ploeg 75. Een kroniek van de Groninger Kunstkring, 1918-1993 (Bedum 1993).
  • Cees Hofsteenge, De Ploeg 1918-1941. De hoogtijdagen (Groningen 1993).
  • Cees Hofsteenge, Thijs Martens en Caspar Wechgelaer, George Martens en Alida Pott. Leven en werken (Groningen 1993).
  • A. Keller, K. Buschman en H. Rozema, De Ploeg verzameld in het Groninger Museum (Groningen 1993).
  • I. Glorie, Juffers & Joffers. Een eerbewijs aan vrouwen in de schilderkunst (Alkmaar 2000) 100-104.
  • Annemarie Timmer, ‘Als het nagloeien van een intens gevoel. De kunst van Alida Pott’, in: Alma Burema, Dick Siersema en Han Steenbruggen red., Ekke A. Kleima, George G. Martens, Henk Melgers, Alida J. Pott, Jannes de Vries - ‘bezield met meer of minder moderne geest’ (Groningen 2003) 48-85.
  • Caroline Roodenburg-Schadd, Huwelijk of Kunst? Het onbekende talent van Alida Pott (1888-1931) en Pau Wijnman (1889-1930) (Alkmaar/Groningen 2009).

Illustratie

  • Portret door George Martens, 1927 (Groninger Museum). 

  • Alida Pott, Blauwbörgje met blauwe bomen, z.j., waterverf op papier (particuliere collectie).

 

Auteur: Caroline Roodenburg-Schadd

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 862

laatst gewijzigd: 20/10/2017