Queling, Maria Ferdinande Frederika (1897-1980)

 
English | Nederlands

QUELING, Maria Ferdinande Friederike, vooral bekend als Riele Queling (geb. Krefeld, Duitsland 30-5-1897 – gest. Utrecht 7-3-1980), violiste. Dochter van Wilhelm Queling (?-?), onderwijzer, en Fernande Amelung (?-?), onderwijzeres. Riele Queling trouwde op 23-12-1933 in Parijs met Robert Scholtens (1905-1987), bacterioloog. Uit dit huwelijk werden 3 dochters geboren.

Als kind werd Maria Queling door haar grootmoeder liefkozend Mariele genoemd. Zo ontstond haar voornaam Riele. Ze groeide op in een katholiek onderwijzersgezin, als de middelste van drie – ze had een zus die twee jaar ouder was en een zes jaar jongere broer (de latere journalist en schrijver Hans Queling). Vader Queling stamde uit een muzikale familie en in huize Queling was veel aandacht voor cultuur. De meisjes kregen huisonderwijs en gingen niet naar school. Omdat Riele zoveel zong met haar poppen, kreeg ze op haar achtste een viooltje. Vader Queling speelde zelf ook viool en was haar eerste leraar. Toen duidelijk werd dat Riele over een bijzonder talent beschikte, kreeg ze vioolles op het Krefelder conservatorium.

Een eigen vrouwenkwartet

Als dertienjarige speelde Riele Queling voor bij Bram Eldering, een Nederlandse violist uit Groningen met een grote reputatie. Hij haalde haar als leerling naar het conservatorium in Keulen, waar hij toen doceerde, en zorgde ervoor dat ze behalve een studiebeurs een goede viool in bruikleen kreeg die ze pas terug hoefde te betalen wanneer ze met concerten genoeg verdiend had om er zelf een te kopen. In 1916 won ze de tweede prijs van het prestigieuze Mendelssohn-concours in Berlijn en een jaar later de eerste prijs. Daarmee begon voor de inmiddels achttienjarige Riele Queling een imposante carrière.

Geïnspireerd door Eldering, de primarius van het Gürzenich Quartet, begon Riele Queling na haar conservatoriumtijd met violiste Lotte Hellwig-Josten, altiste Gerda van Essen en celliste Ilse Bernatz een strijkkwartet. Het droeg haar naam: het Riele Queling Quartet.  Hiernaast was Riele Queling vanaf  de oprichting in 1923 concertmeesteres van het Kölner Kammer-Orchester, een ensemble onder leiding van Hermann Abendrot. De kern van dit orkest werd gevormd door de vier vrouwelijke leden van haar kwartet.

Ook als soliste trad Riele Queling veel op. Haar repertoire omvatte naast alle klassieke stukken ook concerten van Dohnanyi, Prokofief en Reger. Ze speelde onder de belangrijkste dirigenten van haar tijd, zoals Wilhelm Furtwangler, Carl Schuricht, Bruno Walter en Hans Pfitzner – van laatstgenoemde speelde ze regelmatig zijn vioolconcert. De vioolconcerten van Brahms en Beethoven behoorden tot haar lievelingsrepertoire. Queling maakte diverse plaatopnamen en trad in veel landen van Europa op, waaronder vanaf 1919 ook regelmatig in Nederland.

Ondanks haar successen als soliste was voor Riele Queling het strijkkwartet haar grote liefde. In bijna twintig jaar bouwden de vier vrouwen een rijk repertoire op. Beethoven nam daarin een belangrijke plaats in en ze speelden dan ook regelmatig Beethovencycli waarbij al zijn kwartetten aan bod kwamen. Ook Mozart, Haydn en Schubert stonden op het programma van het Riele Quelingkwartet, maar ze speelden ook eigentijds werk, zoals de strijkkwartetten van  Max Reger. Het vrouwenkwartet reisde veel – behalve in de belangrijke concertzalen in Duitsland traden ze ook op in Nederland, Italie en Rusland. Het platenlabel Electrola bracht diverse grammofoonplaten van het Riele Quelingkwartet uit.

Huwelijk en oorlog

Het jaar 1933 was voor Riele Queling zowel in haar carrière als in haar persoonlijk leven een omslagpunt. Ze was 35 jaar oud, had een lange, uitzichtloze liefdesrelatie achter de rug en verlangde naar een gezinsleven, zo mogelijk met kinderen. Tijdens een vakantie in de bergen van Zwitserland ontmoette zij Robert Scholtens, een jonge Nederlander – hij studeerde medische bacteriologie aan het Institut Pasteur in Parijs en was acht jaar jonger. Ze werden verliefd en trouwden in 1933 in Parijs. Het eerste jaar van hun huwelijk woonden ze apart – Riele in Keulen, Robert in Parijs. Ze verhuisden pas naar Nederland en gingen wonen in De Bilt toen Riele zwanger was van haar eerste kind, dat in januari 1935 werd geboren. Na de geboorte van Eva kregen ze nog twee dochters: volgden Rena (1936) en Anke (1940).

In de eerste jaren van haar huwelijk trad Riele Queling nog regelmatig als soliste en met het kwartet op, zowel in Nederland als in Duitsland. Het  strijkkwartet had de gelegenheid zich in de zomers voor te bereiden op het nieuwe seizoen in Schloss Elmau, een groot hotel in het zuiden van Duitsland waar ook familieleden welkom waren, in ruil voor het geven van enkele concerten. Ook in Nederland trad het kwartet regelmatig op. Hiernaast bleef Queling als soliste optreden. In 1937 speelde ze onder Willem van Otterloo het moeilijke werk van Max Reger met veel succes in Utrecht. Datzelfde jaar werd ze door de toenmalige directeur van het Utrechts conservatorium Hendrik Andriessen benoemd tot hoofddocent viool.

De Tweede Wereldoorlog betekende opnieuw een omslagpunt in het leven van Riele Queling. Omdat ze bij haar huwelijk de Nederlandse nationaliteit had aangenomen, kon ze niet meer in Duitsland optreden of repeteren, en zo viel haar kwartet in de loop van de oorlog uiteen – voor zover bekend trad het op 23 maart 1941 in Den Haag voor het laatst op. Queling begon in Nederland wel een nieuw kwartet dat ze opnieuw het Riele Quelingkwartet noemde maar niet langer uit alleen vrouwen bestond. Het aantal optredens liep in de oorlogsjaren terug, maar af en toe kon ze als soliste optreden met het Utrechtsch Stedelijk Orchest (USO). Ook gaf ze diverse huisconcerten en speelde het Riele Quelingkwartet regelmatig voor de radio. In september 1942 trad ze als soliste op met het Omroep Symphonie Orkest bij het Nederlandsch Radio Muziekfeest. Ze raakte afgesneden van haar vroegere leven. Haar ouders stierven, haar leraar Bram Eldering kwam in 1943 om bij een bombardement op Keulen en contacten met familie, collega’s en vrienden waren bijna niet mogelijk.

Na de oorlog veranderde Riele Queling de naam van haar kwartet in het Domstadkwartet. Ze legde zich toe op het lesgeven aan het Utrechts conservatorium. Ook bij privéleerlingen was ze geliefd en musiceerde ze zoveel ze kon: met musici uit Utrecht, met leerlingen en later ook met haar dochters, die alle drie professionele musici werden. Drie dagen voor haar dood op 7 maart 1980 speelde ze nog Beethovens strijkkwartet opus 131, haar meest geliefde werk.

Betekenis

De violiste Riele Queling maakte naam als soliste, als een van de eerste vrouwelijke concertmeesters, als naamgeefster van een eigen vrouwenstrijkkwartet en als viooldocente. Ze kreeg lovende kritieken vanwege haar uitstekende techniek, muzikaliteit en doorwrochte voorbereiding, al hadden recensenten soms moeite met het fenomeen van een kwartet dat alleen uit vrouwen bestond. Zo deed Paul F. Sanders het Riele Quelingkwartet in Het Volk van 18-1-1932 af als een ‘dames-muziekje’ dat slechts in de salon thuishoort. De NRC stelde daarentegen naar aanleiding van hun uitvoering van Reger dat een mannenkwartet nooit met zoveel tederheid en warmte had kunnen spelen als het Riele Quelingkartet op 22 december 1936 had gedaan – ‘en toch ontbrak allerminst de noodige stoerheid en vaart’ (NRC-Rotterdam, 23-12-1936). Met zowel het Kölner Kammer-Orchester als met haar vrouwenkwartet was Riele Queling haar tijd vooruit: in de meeste orkesten van Duitsland werden geen vrouwen toegelaten en een professioneel strijkkwartet met vier vrouwen was een zeldzaamheid.

Uitvoeringen

Op Youtube zijn diverse opnames van het Riele Queling Quartet en van Riele Queling als soliste te beluisteren.

Literatuur

Ingrid Marie-Therese Knierbein, Riele Queling. Geigerin aus Krefeld (Keulen 1994) [scriptie].

Illustratie

Riele Queling (l) met haar kwartet, door onbekende fotograaf, jaren 30 (particuliere collectie).

Auteur: Els Kloek (met dank aan Rena Scholtens)

laatst gewijzigd: 19/10/2017