Quintana, Anna de (1668-1755)

 
English | Nederlands

QUINTANA, Anna Catharina de (ged. Brussel 19-9-1668 – gest. Leiden 9-3-1755), toneelspeelster en schouwburgdirectrice. Dochter van Jaques de Quintana, ‘commissair des montres’ (commissaris van de monstering), en Marie Catharina du Cellier (gest. 1669). Anna de Quintana trouwde in 1692  in Den Haag met Jacob van Rijndorp (1663-1720), toneelspeler en schouwburgdirecteur. Uit het huwelijk werden 5 kinderen geboren, van wie 3 dochters de volwassen leeftijd bereikten.

Anna de Quintana groeide op in een welgesteld katholiek gezin in Brussel. Haar beide ouders waren reeds overleden toen zij daar de weduwnaar Jacob van Rijndorp leerde kennen. Zij reisde hem achterna naar Den Haag en trouwde vrijwel direct met hem. Van Rijndorp exploiteerde een schouwburg in Den Haag, was eigenaar van de Leidse schouwburg en leider van een toneelgezelschap, de ‘Compagnie van de Haagse en Leidse Schouwburgen’. Zo trad Anna de Quintana via haar huwelijk de wereld van het toneel binnen.

Van Rijndorps ‘Compagnie’ bespeelde zowel de Haagse als de Leidse schouwburg. Ook reisde hij met zijn troep langs de Hollandse zomerkermissen en door Europa. Vanaf 1692 reisde Anna de Quintana, ook als actrice, met hem mee en later werden hun dochters Maria (1694), Isabella (1695) en Adriana (1698) eveneens als toneelspeelsters in de troep opgenomen.

Na de dood van haar man in 1720 zette Anna de Quintana als weduwe Van Rijndorp het toneelbedrijf voort: aanvankelijk met steun van de acteur Jan van Hoven (1681-1750), maar al spoedig alleen voerde ze de directie over de schouwburgen in Den Haag en Leiden. Dat betekende overleggen met stadsbesturen, het repertoire vaststellen, spelers en muzikanten inhuren. Haar dochter Isabella betrok zij bij de exploitatie van de Leidse schouwburg. En elke zomer assisteerde zij haar dochter Maria, die de leiding had over de ‘Compagnie’, tijdens de rondreis van de troep langs de kermissen in Holland. Buitenlandse reizen worden niet meer gemaakt.

Een aantal jaren ging het goed, tot er rond 1729/30 moeilijkheden bij de toneeltroep ontstonden en deze om nog onopgehelderde redenen uiteenviel. De exploitatie van de Haagse schouwburg was reeds stopgezet, maar nu de toneeltroep wegviel had ook de Leidse Schouwburg geen bespelers meer. De verplichting aan het Leidse stadsbestuur om jaarlijks, als een soort belasting, driehonderd gulden af te dragen ten behoeve van het weeshuis, noopte Anna de Quintana de schouwburg te verhuren. Dankzij het netwerk dat zij in Den Haag en tijdens de kermissen in andere plaatsen had opgebouwd, slaagde ze er vrijwel steeds in een huurder te vinden. Veel variatie bood het toneelaanbod echter niet: jaren achtereen trad een troep Franse spelers uit Den Haag op, soms afgewisseld met spelers van de Amsterdamse Schouwburg.

Anna de Quintana, die tegen het einde van haar leven geleidelijk blind werd, was een vermogende vrouw. Van Rijndorp had haar redelijk goed verzorgd achtergelaten – zij had van hem 3600 gulden in obligaties geërfd – en ook de verhuur van de Leidse schouwburg leverde inkomsten op. Bij haar dood liet zij dan ook een behoorlijke erfenis na. Anna de Quintana stierf in het huis naast de Leidse schouwburg aan de Oude Vest, dat zij in 1722 had aangekocht.

Archivalia

Zie de publicatie van B. Sierman (2004).

Literatuur

  • E.F. Kossmann, Das niederländische Faustspiel des 17. Jahrhunderts (Den Haag 1910).
  • E.F. Kossmann, Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van het Nederlandsche tooneel in de 17e en 18e eeuw (Den Haag 1915).
  • Barbara Sierman, ‘De dames van de “dubble Vreugtkasteelen”. De toneelactiviteiten van de familie Van Rijndorp’, Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie 58 (2004) 105-128.

Auteur: Barbara Sierman

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 411

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.