Rappold, Frederika Willemina (1890-1975)

 
English | Nederlands

RAPPOLD, Frederika Willemina (geb. Amsterdam 14-9-1890 – gest. Amsterdam 20-6-1975), eerste vrouwelijke predikant in de Remonstrantse Broederschap. Dochter van Reinier Rappold (1862-1940), hoofdonderwijzer, en Derkje Herberts (1861-1930). Frederika Rappold bleef ongehuwd.

Frederiek (Riek) Rappold groeide op in Amsterdam, als oudste van drie dochters in een remonstrants onderwijzersgezin. Haar ouders waren afkomstig uit de Achterhoek; vader was hoofdonderwijzer aan een openbare school. Na het behalen van haar diploma aan het Stedelijk Gymnasium (tegenwoordig Barlaeus) in 1909 ging ze aan de Universiteit van Amsterdam theologie studeren – in 1916 haalde ze haar doctoraalexamen. Intussen was ze in 1915 begonnen aan de predikantenopleiding aan het Remonstrants Seminarium in Leiden, vanaf dat jaar voor vrouwen opengesteld. In 1918 was Frederiek Rappold de eerste vrouw binnen de Remonstrantse Broederschap die haar proponentsexamen behaalde. Voortaan was zij bevoegd te preken bij de remonstranten en kon zij beroepen worden als predikant.

Aanstellingen

In 1919 kreeg Frederiek Rappold als eerste vrouw binnen de Remonstrantse Broederschap een aanstelling als hulppredikante in Rotterdam. Al snel nam ze het werk over van collega Stenferd Kroese, die ziek was. Rappold kreeg als proponent de leiding over de vrijzinnige jeugdkerk Irene. Ze bezocht arme gezinnen met kinderen en ontwikkelde zich tot een pastor die sterk betrokken was bij haar gemeenteleden. In 1920 werd ze beroepen in Zwammerdam, waar ze op 7 november als predikante werd bevestigd. Ook hier besteedde ze veel aandacht aan jongerenwerk.

In 1923 was Rappold mede-initiatiefnemer van de Kring van Vrouwelijke Predikanten. Van de zeven oprichtsters was zij de enige met een volledige aanstelling. De Kring was bedoeld om vrouwelijke predikanten met elkaar in contact te brengen en elkaar onderlinge steun te bieden. Tijdens de bijeenkomsten toonde Rappold zich een voorvechter van de positie van de vrouw in het ambt, maar pleitte ze er tevens voor dat de predikantes zich moesten aanpassen aan hun mannelijke collega’s wat betreft stijl en vorm. Ook was ze van mening dat het weinig zin had meisjes aan te moedigen tot de theologiestudie zolang de meeste gemeentes in de praktijk geen vrouwelijke predikant wilden aannemen. Verder ageerde Rappold tegen katholiek bekeringswerk van de dominicanen. In haar publicatie De houding van protestantsche christenen jegens de R.K. Kerk (1924) riep zij protestanten op hun bijeenkomsten te mijden. Een jaar later publiceerde Rappold, die bekend stond om haar kritische Bijbelopvatting, enkele Vertellingen uit den Bijbel, en later volgden ook catecheseboekjes van haar hand.

Na zes jaar Zwammerdam werd Rappold in 1926 beroepen in Dokkum, waar ze predikante werd bij de Verenigde Christelijke Gemeente (de eerste gecombineerde doopsgezind-remonstrantse gemeente van Nederland). Hier leerde ze Klaske Rast kennen, die de rest van haar leven haar inwonende huishoudster zou blijven. In 1929 werd ze voorzitter van de Algemene Vergadering van de Broederschap, opnieuw als eerste vrouw. De gemeente waar Rappold het langste werkte was Alkmaar: van 1930 tot 1955 was ze daar predikante. Ook hier was ze als pastor een trouw bezoekster van haar gemeenteleden.

‘De generaal’

Frederiek Rappold ervoer dat zij als vrouwelijke predikant niet als gelijkwaardig aan haar mannelijke collega’s werd beschouwd. Weliswaar werden vrouwen binnen de Remonstrantse Broederschap al vroeg toegelaten tot het seminarium en tot het pastoraat, maar zij werden vooral beroepen in kleine gemeentes, kregen tijdelijke aanstellingen en werden ingezet bij sociaal werk en jeugdwerk. In de praktijk bleken grote stadsgemeentes niet bereid een vrouwelijke predikant aan te stellen. Toch bleef Rappold op vergaderingen van de Remonstrantse Broederschap pleiten voor een gelijkwaardige positie van de vrouwelijke predikanten. Zo protesteerde ze tegen de plannen die in de jaren dertig bestonden om vrouwelijke studenten aan het Remonstrants Seminarium een aparte leergang te laten volgen die uitsluitend op jeugdwerk en sociaal werk was gericht. Niettemin bleef Rappold de lat hoog leggen, zowel voor zichzelf als voor haar vrouwelijke collega’s. Ze was uitermate streng. Zo diende ze hun van kledingadviezen die haar niet altijd in dank werden afgenomen – ze zei er wat van als hun hun rokken te kort waren en vond dat kousen onder de toga zwart dienden te zijn.

In 1955 ging Frederiek Rappold met emeritaat. Ze bleef in Alkmaar wonen en zich inzetten voor pastoraal werk. Ze overleed op 20 juni 1975 in Alkmaar en werd begraven op begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam, na een uitvaartdienst die werd geleid door de predikante Mies Vinke-Herfst. Deze schetste Rappold als een vrouw die hoge eisen aan zichzelf had gesteld als vrouw in een mannenwereld, en die tegelijk eenzelfde grote toewijding verwachtte van haar jongere, vrouwelijke collega’s. Onder hen en andere kerkgenoten stond zij daarom ook wel bekend als ‘de generaal’.

Archivalia

  • Streekarchief Rijnlands Midden: Archief van de Remonstrants-gereformeerde gemeente te Zwammerdam (1667-1999), inv.nr. 114.2.02, stukken 34 en 66.
  • Stadsarchief Rotterdam: Archief van de Remonstrants Gereformeerde Gemeente Rotterdam, inv.nr. 325, dossier 990655.
  • Regionaal Archief Alkmaar: Archief van de Remonstrantse gemeente Alkmaar (1577-1985), inv.nr. 276, persoonlijke stukken van ds. Rappold uit de jaren 1929-1942, 1949-1952 en 1975.

Publicaties

Een selectie:

  • ‘Op huisbezoek’, Uit de Remonstrantsche Broederschap (1919-1920) 177-181.
  • De houding van protestantsche christenen jegens de R.K. Kerk als zij haar ‘Conferenties voor niet-Katholieken’ organiseert (Alphen aan den Rijn 1924).
  • Vertellingen uit den Bijbel. Geschiedenis van het Israëlitische Volk (Amsterdam 1925).

Literatuur

  • L.W. van Reijendam-Beek, ‘Het waagstuk van de voorgangsters. Vrouwelijke predikanten tussen 1911 en 1950’, In de Waagschaal 16 (1987-1988) 556-563.
  • Tjaard Barnard, ‘Frederika Willemina Rappold (1890-1975). De eerste predikante binnen de Remonstrantse Broederschap’, in: Mirjam de Baar, Frederike Cossee, Mirjam van Veen en Anne Voolstra, red., Honderd jaar vrouwen op de kansel, 1911-2011 (Hilversum 2011) 101-110.

Illustratie

in bestelling.

 

Auteur: Marieke Smulders

laatst gewijzigd: 12/10/2017